Handleiding

Elke functie stap voor stap, met schermafbeeldingen uit een draaiend systeem. De interface op de afbeeldingen staat in het Engels — dat is de basistaal van het product.

De schermafbeeldingen komen uit versie 0.46.0. Op de getoonde schermen is tot versie 1.1.6 niets veranderd. Het enige wat er anders uitziet, is het versienummer onderaan de zijbalk.

Aanpassen en beheren

Hier maak je het systeem passend voor je bedrijf. Taal, logo en kleuren horen hier. Net als de klussen die je zelden doet en dan echt nodig hebt: een mededeling aan iedereen, een update, een archief. Op het versturen van de mededeling per e-mail na hoort dit hele blok bij Basic.

1

Talen inschakelen en zelf vertalen

Onder “Settings → Language Settings” kies je welke talen je bedrijf aanbiedt. Er zijn er 30 om uit te kiezen.

Engels staat altijd aan en kan niet worden uitgezet. Het is de taal waarop het systeem terugvalt als een tekst nog geen vertaling heeft.

Daarna kiest elke gebruiker in het eigen menu de taal om in te werken, uit de talen die jij hebt ingeschakeld.

Vertalingen komen niet met een update mee. Een update brengt nieuwe Engelse teksten; de vertaling daarvan lever je zelf.

Dat gaat in twee stappen. Met “Export JSON” download je een bestand waarin elke Engelse tekst naast je bestaande vertaling staat.

Dat bestand vul je in je eigen tempo in en laad je met “Import JSON” weer terug. Lege velden worden overgeslagen, bestaande vertalingen worden overschreven.

Variabelen zoals {count} moeten de vertaling overleven. Een regel die er een kwijtraakt, wordt geweigerd en blijft Engels. Het systeem vertelt je om welke het ging.

De kaart “State of your language packs” vertelt je per taal waar je staat. Ze noemt drie gevallen: vertaald, niet vertaald en verouderd.

“Verouderd” is het geval waar het om gaat. De Engelse tekst is veranderd, jouw vertaling staat er nog en zegt nu iets anders.

De kaart “Languages” met de talen als knoppen, Engels blijvend ingeschakeld.
Het rode kader ligt op Duits en op “Save languages”. Engels draagt de markering “Always active”.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “Export translations” met de keuzelijst voor de doeltaal.
Kies eerst de doeltaal, download daarna. Het bestand bevat de Engelse tekst en je bestaande vertaling.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “Import translations” met het gekozen bestand.
Na “Select file” verschijnt de bestandsnaam ernaast. Alleen “Import JSON” laadt hem in.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “State of your language packs” met de stand van het Duits.
In deze voorbeeldwereld is het Duitse pakket compleet. Het getal links groeit met elke update die nieuwe teksten meebrengt.Afbeelding op ware grootte openen
2

Logo, favicon en kleuren

Onder “Settings → CI Settings” stel je je logo, je favicon en drie kleuren in.

Het logo verschijnt in de zijbalk onder het systeemlogo. Aanbevolen zijn 400 bij 160 pixels als PNG of SVG met een doorzichtige achtergrond, hoogstens 2 MB.

De favicon is de kleine afbeelding in het browsertabblad. Aanbevolen zijn SVG of 64 bij 64 pixels.

De drie kleuren zijn “Primary color”, “Accent color” en “Background color”. De eerste kleurt de belangrijke knoppen, de tweede pictogrammen en accenten, de derde de achtergrond.

De tekst- en hoverkleuren berekent het systeem zelf, zodat de tekst leesbaar blijft. Jij levert alleen de drie basiskleuren.

Een leeg veld betekent dat de ingebouwde kleur geldt. Het vierkantje ernaast toont dan zwart, omdat het “geen kleur” niet kan tonen. De opmerking eronder zegt dat.

Het voorbeeld onder de velden laat je kleuren zien voordat je opslaat. Pas “Save” maakt ze voor iedereen geldig.

“Restore defaults” zet alles terug. Daarmee verdwijnen ook het geüploade logo en de favicon.

De kaart “Colors” met twee ingestelde kleuren en het voorbeeld eronder.
Het rode kader ligt op de twee voorbeeldknoppen. Ze tonen de kleuren die je hebt ingevuld meteen.Afbeelding op ware grootte openen
Het bedrijfslogo in de zijbalk, onder het systeemlogo.
Het rode kader ligt op het geüploade logo. Het verschijnt meteen en op elke pagina.Afbeelding op ware grootte openen
3

Licht en donker, en de weergave op een telefoon

Het systeem heeft een donker en een licht uiterlijk. Je wisselt in je eigen menu onderaan de zijbalk.

De keuze hoort bij elke gebruiker afzonderlijk en wordt onthouden. De ene agent kan in het licht werken terwijl een collega in het donker werkt.

In hetzelfde menu staan je beschikbaarheid, je profielfoto, je wachtwoord en je taal.

Op een smal scherm ordent de interface zich anders. De tabel wordt een stapel kaarten, en de zijbalk klapt weg achter het pictogram linksboven.

Er is geen aparte app. Het adres is hetzelfde als op de desktop, en je meldt je op dezelfde manier aan.

Het persoonlijke menu met de regels “Light mode” en “Dark mode”.
Het rode kader ligt op “Light mode”. Het vinkje ernaast laat zien welk uiterlijk actief is.Afbeelding op ware grootte openen
De ticketlijst in het lichte uiterlijk.
Dezelfde pagina, dezelfde gegevens. Alleen de kleuren veranderen.Afbeelding op ware grootte openen
Dezelfde pagina in een smal venster, zoals op een telefoon.
Op een telefoon staat de lijst gestapeld. De zijbalk open je met het pictogram linksboven.Afbeelding op ware grootte openen
4

Datums en tijden zoals jij ze schrijft

Voordat je begint: Beheerders en agenten mogen de algemene instellingen wijzigen. Alle anderen lezen datums zoals ze daar zijn ingesteld.

Onder “Settings → General Settings” vind je de kaart “Date and time format”. Ze staat direct achter de tijdzone.

Vier keuzes bepalen samen hoe een datum wordt geschreven. “Date order” is de volgorde van dag, maand en jaar.

“Date separator” is het teken tussen de getallen. Je kunt de punt, de schuine streep of het koppelteken kiezen.

“Clock” is de klok: 24 uur, of 12 uur met AM en PM. “Time separator” is het teken tussen uur en minuut.

Onder de vier velden zie je “This is how it looks”. Dat toont het resultaat voordat je op “Save” klikt.

De instelling geldt voor de hele installatie. Ze hangt niet aan de taal, en niet aan de afzonderlijke gebruiker.

Dat is bewust zo. Één bedrijf schrijft datums op één manier, en elke collega leest dezelfde schrijfwijze.

De fabrieksinstelling is dag, maand, jaar met een punt en de klok van 24 uur. Verander je niets, dan verandert er niets.

De gekozen schrijfwijze geldt overal waar het systeem een datum toont. Dat geldt ook voor het ticket, de lijsten, de opvolging en de geboekte tijd.

Exports staan hierbuiten. Die schrijven een datum als 2026-08-22, omdat spreadsheetprogramma's die vorm betrouwbaar lezen.

Een veld waarin je een datum typt, hoort hier niet bij. Dat opent de kalender van je browser en houdt zijn eigen schrijfwijze.

Meer hierover in de kaart: Talen inschakelen en zelf vertalen

De kaart “Date and time format” met de vier keuzelijsten en het voorbeeld.
Het rode kader ligt op de volgorde en op het voorbeeld. De voorbeelden in de keuzelijsten bewegen mee met de gekozen volgorde.Afbeelding op ware grootte openen
De ticketdetails in de fabrieksinstelling: dag, maand, jaar en de klok van 24 uur.
Zo ziet een ticket eruit zolang er niets wordt gewijzigd. Bovenaan staan tijdstippen, onderaan de dagen van de geboekte tijd.Afbeelding op ware grootte openen
Dezelfde details na het omschakelen naar maand, dag, jaar met de klok van 12 uur.
Hetzelfde ticket na de wijziging. De geboekte dagen volgen de instelling net zo goed als de tijdstippen erboven.Afbeelding op ware grootte openen
5

Onderhoud en storingen aankondigen

Voordat je begint: De mededeling op de aanmeldpagina hoort bij Basic. Haar ook als e-mail versturen hoort bij Professional.

De pagina “Maintenance / Incident-Notification” staat in de zijbalk. Daar schrijf je een mededeling die iedereen ziet.

De mededeling verschijnt op de aanmeldpagina en overal in het systeem. Zo lezen mensen haar al voordat ze zich aanmelden.

Het doel is onnodige tickets voorkomen. Wie leest dat het netwerk plat ligt, meldt het niet nog een keer.

Je stelt de tekst klikkend samen. Klik eerst het veld aan dat je wilt vullen. Het krijgt een rode rand, en alles wat je daarna aanvinkt, komt daarin terecht.

“Title / Subject” staat bovenaan de mededeling. “Body” staat eronder. Verstuur je de mededeling als e-mail, dan wordt het ene het onderwerp en het andere de tekst.

Kant-en-klare zinnen staan klaar als bouwstenen. Eigen zinnen voeg je toe onder “Text Modules” en je systemen en diensten onder “Systems / Services”.

Met “Calendar (add date)” en “Time (add time)” voeg je een datum en een tijd in. Zo kondig je gepland onderhoud aan.

De schakelaar bovenaan zet de mededeling aan en weer uit. Ze blijft staan tot je haar uitzet.

Daarnaast bestaat er een tweede soort mededeling. Maak je van een ticket een storing, dan verschijnt die ook op de aanmeldpagina en verdwijnt vanzelf zodra het ticket is opgelost. Deze schakelaar geldt daar niet voor.

Met “Send as E-Mail” stuur je dezelfde tekst ook naar een lijst met adressen. Dat is het deel dat bij Professional hoort.

Meer hierover in de kaart: De storing als banner en als notitie in het automatische antwoord

De kaart met de tekstblokken en je eigen systemen.
Het rode kader ligt op de lijst met systemen. In deze voorbeeldwereld staan daar e-mail, VPN en een bestandsserver in.Afbeelding op ware grootte openen
Titel en tekst met aangevinkte bouwstenen, het veld “Body” is actief.
Het rode kader ligt op het actieve veld en op “Calendar (add date)”. Onder het veld staat welk veld actief is.Afbeelding op ware grootte openen
De aanmeldpagina met de mededeling aan, over de volle breedte.
Zo leest een klant haar voordat hij zich aanmeldt. “Dismiss” verbergt de mededeling voor dit bezoek.Afbeelding op ware grootte openen
Dezelfde tekst met “Send as E-Mail” aangevinkt en de ontvangerslijst.
Het rode kader ligt op de ontvangerslijst en op “Send Mail”. Scheid meerdere adressen met een komma.Afbeelding op ware grootte openen
6

Vroegtijdige waarschuwing voordat de schijf vol loopt

Het systeem bewaakt de schijfruimte op de server en meldt zich voordat die opraakt.

Er zijn twee stappen. Vanaf 90 procent gebruikt krijg je een melding, vanaf 95 procent een waarschuwing.

Wie de updates beheert, ziet de cijfers en wat er te doen valt. Meestal zijn oude images van eerdere updates de grootste post.

Alle anderen die zijn aangemeld, krijgen een korte zin en een verwijzing naar hun beheerder. Zij zien die pas vanaf de waarschuwing.

Hiervan staat niets op de aanmeldpagina. Hoe vol een serverschijf is, gaat niemand aan voordat hij zich aanmeldt.

Een volle schijf raakt niet alleen de update. Bijlagen, binnenkomende post, de database en de back-up staan allemaal op dezelfde schijf.

De banner met de melding dat de ruimte krap wordt.
De eerste stap. In deze voorbeeldwereld is 93 procent gebruikt en is 14 van de 200 GB vrij.Afbeelding op ware grootte openen
Dezelfde banner met de tekst van de waarschuwing.
De tweede stap bij 96 procent. Nu noemt de tekst ook wat er kan gaan mislukken.Afbeelding op ware grootte openen
Dezelfde gebeurtenis in het venster van een agent: een korte zin zonder cijfers.
Mensen die geen ruimte kunnen vrijmaken, krijgen geen cijfers. De zin noemt het gevolg en verwijst naar de beheerder.Afbeelding op ware grootte openen
7

Updaten met één druk op de knop

Onder “Settings → Updates” zie je welke versie draait en of er een nieuwere is.

Is er een nieuwe versie, dan staat eronder wat die brengt. De lijst toont elke versie die je overslaat.

Vóór de update maakt het systeem zelf een back-up. Die omvat de database, de bijlagen en de archieven.

Daarna controleert het of er genoeg vrije ruimte is. Een update heeft het oude en het nieuwe image tegelijk nodig, dus vraagt het om 10 GB.

Is er niet genoeg, dan weigert het systeem de update en zegt waarom. Dat is beter nieuws dan halverwege opgeven.

Het systeem vraagt het voordat het begint. Tijdens de update is het een paar minuten onbereikbaar, kies dus een rustig moment.

Gaat er iets mis, dan valt het systeem terug op de vorige versie en blijft het draaien.

Kan je server de updatebron niet bereiken, dan zegt het systeem precies dat. Het beweert dan niet dat je bij bent.

Een update die de database naar een nieuwe versie tilt, wordt niet met één druk op de knop uitgevoerd. Het systeem meldt het, en de release-notities zeggen wat er te doen is.

De kaart “Version status” die meldt dat het systeem bij is.
Het rode kader ligt op het bericht. “Check now” vraagt het meteen na in plaats van op de volgende controle te wachten.Afbeelding op ware grootte openen
Dezelfde kaart met een beschikbare versie en de bijbehorende release-notities.
Het rode kader ligt op “Install update”. Daarboven staat wat de nieuwe versie brengt.Afbeelding op ware grootte openen
De bevestiging die vóór het starten van de update wordt gevraagd.
De vraag noemt de versie en zegt dat er eerst een back-up wordt gemaakt.Afbeelding op ware grootte openen
Dezelfde kaart wanneer de updatebron niet bereikbaar is.
Het rode kader ligt op het bericht. Zonder antwoord zegt het systeem dat het het niet weet.Afbeelding op ware grootte openen
8

Gesloten tickets archiveren

Voordat je begint: “Delete from live DB” haalt de tickets definitief uit de draaiende database. Download het archief eerst en kijk erin.

Onder “Settings → Archive” pak je de gesloten tickets van een periode in één bestand. Zo blijft de werkvoorraad klein.

Alleen gesloten tickets verhuizen. Een open ticket uit dezelfde periode blijft waar het is.

“Preview” vertelt je vooraf hoeveel tickets de periode omvat. Het schrijft niets en verandert niets.

“Create archive” bouwt een ZIP-bestand. Daarin staan de tickets met hun opmerkingen, hun historie, hun eigen velden en hun bijlagen.

Het bestand staat daarna in de lijst eronder, met periode, aantal en grootte. Een submap is mogelijk als je per jaar wilt opbergen.

Pas daarna beslis je of de tickets de draaiende database verlaten. Het archief maken op zich verandert niets.

“Restore” haalt de tickets uit het bestand terug. Tickets met een nummer dat al bestaat, worden overgeslagen.

Een herstel heeft de teams en de workflows nodig waarnaar een ticket verwijst. Ontbreken die, dan meldt het systeem wat het niet kon koppelen.

“Delete archive file” verwijdert alleen het bestand. De tickets in de draaiende database blijven onaangeroerd.

De kaart “Create archive” met de twee datumvelden.
Het rode kader ligt op de periode. De submap is optioneel.Afbeelding op ware grootte openen
Dezelfde kaart met het resultaat van het voorbeeld.
In deze voorbeeldwereld omvat het jaar twee gesloten tickets. Het voorbeeld verandert niets.Afbeelding op ware grootte openen
De lijst met archieven met periode, aantal, bijlagen en grootte.
Het rode kader ligt op de twee acties die de draaiende gegevens raken.Afbeelding op ware grootte openen
De vraag die wordt gesteld voordat de tickets de draaiende database verlaten.
De vraag zegt dat deze stap niet ongedaan te maken is.Afbeelding op ware grootte openen
9

Je keuzelijsten vullen uit een bestand

Onder “Settings → General Settings” vind je de keuzelijsten van het systeem. Elke lijst heeft een eigen tabblad.

Voor afdelingen, functies en locaties bestaat ook de weg via een bestand. Dat loont wanneer je veel regels tegelijk toevoegt.

“Export JSON” downloadt de lijst. Op een verse installatie krijg je zo de lege structuur om je regels in te schrijven.

Het bestand bevat een voorbeeld dat laat zien hoe een regel eruitziet. Dat wordt overgeslagen als je het bestand terugleest.

“Import JSON” maakt aan wat ontbreekt. Bestaande regels blijven met rust.

Hernoemen gaat niet via het bestand. Daarvoor zijn de velden op deze pagina er, en de rode opmerking zegt dat.

De regels vertaal je daarna op de taalpagina. Het bestand bevat de Engelse naam.

Categorieën werken op dezelfde manier. Ze horen bij een team en staan daarom op de categoriepagina van dat team.

Meer hierover in de kaart: Hoofd- en subcategorieën zijn per team vrij in te stellen

Het tabblad “Department” met de knoppen voor exporteren en importeren.
Het rode kader ligt op de twee knoppen. De rode zin erboven waarschuwt tegen hernoemen via het bestand.Afbeelding op ware grootte openen
Het gedownloade bestand in de browser, met het voorbeeld en de regels.
Er staat niets anders in dan namen. Daarom kan elke teksteditor het bewerken.Afbeelding op ware grootte openen

Teams en gebruikers

Een team is een verantwoordelijkheid, geen map. Het heeft eigen categorieën, eigen termijnen en eigen leden. Een klant ziet er precies één. Al het andere komt neer op wie welk account heeft en wat dat account mag.

1

Teams aanmaken en instellen

Teams staan onder “Settings → Teams”. De lijst staat links, de instellingen van het team dat je hebt aangeklikt staan rechts. Het getal achter de naam is het aantal leden.

Een nieuw team krijgt zijn naam in het veld “Team name”. Daaronder kun je met “Copy categories from” een bestaand team kiezen, zodat het nieuwe team met dezelfde hoofd- en subcategorieën begint. “Create team” maakt het aan.

Het eerste team is het team dat je klanten zien. Elk verder team is een vakteam daarachter. Van een aanvrager verwachten dat hij zelf de juiste afdeling kiest, is te veel gevraagd: hij meldt bij het eerste team, en van daaruit wordt het doorgegeven.

Je kunt dat op elk moment wijzigen. De kaart “Customer permissions” bepaalt per team of klanten daar tickets mogen aanmaken en hun eigen tickets mogen zien. Zonder een van beide rechten verschijnt het team helemaal niet voor een klant.

De kaart “Agent permissions” geldt voor de agenten van dit team. Ze bepaalt of zij tickets mogen beheren, categorieën mogen beheren en de rapporten van dit team mogen zien.

De kaart “Agents” bevat de leden. Ondanks de kop staan de klanten van het team er ook in. Met de keuzelijst erboven en “Add Agent” voeg je iemand toe, met “Remove” haal je iemand eruit. Wie wordt toegevoegd of verwijderd, moet zich één keer af- en weer aanmelden.

“Default e-mail language” is de taal waarin dit team schrijft. Ze geldt wanneer een mailregel “Team default language” kiest.

De schakelaar “Active” haalt een team uit dienst. Het verdwijnt uit de zijbalk en uit elke keuzelijst. Het wordt daarmee niet verwijderd.

“Delete” verwijdert een team alleen zolang er geen ticket meer openstaat. Anders noemt het systeem de reden en doet het niets.

De kaart “Audit log” legt elke wijziging aan het team vast, met naam en tijd.

Basic draait één team. Professional kent geen grens.

De pagina “Teams” met links de lijst van beide teams en rechts de instellingen van Helpdesk.
De rode kaders liggen op de twee teams. Als je er een aanklikt, verandert wat er rechts staat. Het getal aan de rand is het aantal leden.Afbeelding op ware grootte openen
Het veld “Team name” met een ingevulde naam, daaronder “Copy categories from” en de knop “Create team”.
Typ de naam, neem eventueel de categorieën van een bestaand team over en klik dan op “Create team”.Afbeelding op ware grootte openen
De kaarten “Customer permissions” en “Agent permissions” met hun schakelaars.
De rode kaders liggen op de twee koppen. Deze schakelaars gelden alleen voor dit ene team.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “Agents” met de keuzelijst, de knop “Add Agent” en de leden eronder.
Het rode kader ligt op “Add Agent”. Het label naast elke naam is de rol, en de kaart bevat ook de klanten van het team.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “Audit log” met twee regels, elk met naam en tijd.
Het rode kader ligt op de kop. Elke regel noemt de wijziging, wie haar heeft gedaan en wanneer.Afbeelding op ware grootte openen
2

Beheerders en agenten aanmaken

Accounts staan onder “User management”. De lijst toont naam en aanmeldnaam, het e-mailadres, het team met de afdeling eronder, en de rol.

“New user” opent het formulier. Voornaam, achternaam, aanmeldnaam en e-mailadres zijn verplicht. Daar komt ofwel een wachtwoord bij, ofwel het vinkje “Send login details by e-mail”.

Met dat vinkje stel je geen wachtwoord in. De nieuwe gebruiker krijgt een mail met de aanmeldnaam en een tijdelijk geldige link en stelt zelf een wachtwoord in. Het systeem verstuurt nooit wachtwoorden.

De rol bepaalt al het andere. “Admin” en “Agent” zijn allebei medewerkers en tellen mee voor dezelfde pool. Een beheerder mag standaard meer, maar elk afzonderlijk recht is te wijzigen.

Basic komt met twee medewerkersplaatsen. Hoe je die verdeelt, bepaal je zelf: één beheerder en één agent, of twee beheerders. Klanten tellen niet mee, die zijn in beide edities onbeperkt.

Vertrekt er iemand, klik dan op het archiefsymbool in die regel. Het account wordt vergrendeld, zodat aanmelden niet meer lukt.

Een vergrendeld account verhuist naar de weergave “Archived” en draagt daar het label “locked”. In de weergave “Active” is het niet meer te zien.

Een vergrendeld account bezet geen medewerkersplaats meer en verschijnt in geen enkele keuzelijst “Assign to”. Al toegewezen tickets houden hun agent en diens naam.

In de weergave “Archived” heet dezelfde knop “Restore” en geeft die het account weer vrij. In Basic is daarvoor opnieuw een vrije plaats nodig.

De twee symbolen daartussen zetten een wachtwoord en de aanmelding met twee factoren terug. Het nieuwe wachtwoord wordt dan één keer op het scherm getoond. Het wordt nergens naartoe gestuurd.

De pagina “User management” met alle accounts, hun rol en de acties in elke regel.
De rode kaders liggen op “New user” en op de wissel tussen open en vergrendelde accounts. De knop laat zien welke van de twee weergaven open is.Afbeelding op ware grootte openen
Het dialoogvenster “Create new user” met de ingevulde verplichte velden en de keuzelijsten voor team, afdeling, functie, locatie en rol.
De rode kaders liggen op de rol en op de uitnodiging. De rol is de enige keuzelijst die ingevuld moet worden.Afbeelding op ware grootte openen
Hetzelfde dialoogvenster met het vinkje gezet: het wachtwoordveld is uitgeschakeld en zegt dat de gebruiker het via de link instelt.
Met het vinkje verdwijnt het sterretje bij het wachtwoordveld. Het veld zelf zegt wie het wachtwoord instelt.Afbeelding op ware grootte openen
De weergave “Archived” met een vergrendeld account, het label “locked” en de knop “Restore”.
De rode kaders liggen op het label en op de weg terug. Allebei bestaan alleen in deze weergave.Afbeelding op ware grootte openen
3

Klanten: de accounts van de mensen die melden

Klanten zijn onbeperkt in Basic en in Professional. Ze bezetten geen medewerkersplaats.

Een klantaccount ontstaat op drie manieren. Je maakt het aan onder “User management”. Je nodigt de persoon per mail uit. Of je staat zelfregistratie toe.

De schakelaar daarvoor staat onder “Settings → Security” in de kaart “Self-registration”. Standaard staat hij uit. Aangezet verschijnt er een link “Register” op de aanmeldpagina.

Wie zich zelf registreert, krijgt altijd de rol “Customer”. Langs deze weg is geen andere rol uit te delen.

Zonder mailverzending kan het adres niet worden geverifieerd. Zulke accounts dragen in de lijst de opmerking “not confirmed”, zodat een agent kan zien of het adres aantoonbaar bij de persoon erachter hoort.

Voor een interne helpdesk kun je de schakelaar beter met rust laten. Anders maakt iedereen die het adres kent een account aan.

Een klant ziet alleen de eigen zaken. De zijbalk is kort: de eigen tickets, een nieuw ticket, de kennisbank. Instellingen krijgt een klant nooit te zien.

Wat een klant in een team mag, stel je op het team in. Zonder het recht om daar tickets aan te maken, bestaat dat team voor die klant niet.

De kaart “Self-registration” met de schakelaar en de opmerking eronder.
Het rode kader ligt op de schakelaar. De tekst ernaast zegt wat hij doet en wat er zonder mailverzending gebeurt.Afbeelding op ware grootte openen
Hetzelfde systeem, aangemeld als klant: een korte zijbalk en een ticketlijst met alleen de eigen zaken.
In de kolom “User” staat in elke regel dezelfde naam. Een klant ziet niets wat niet van hem is, en de instellingen ontbreken in de zijbalk.Afbeelding op ware grootte openen
4

Rollen en het rechtenconcept

Er zijn drie rollen: “Admin”, “Agent” en “Customer”. Meer rollen zijn niet aan te maken. Wat wél vrij is, is elk afzonderlijk recht.

Die drie kun je hernoemen en vertalen, onder “Settings → General Settings” op het tabblad “Role”.

Wat een rol mag, staat ergens anders: onder “Settings → Security” in de kaart “Permission concept”.

Elke regel is één functie, elke kolom één rol. Een vinkje staat het toe. Onder de naam staat de interne sleutel; je hebt hem niet nodig om met de pagina te werken.

De lijst is lang. Ze loopt van gebruikersbeheer via de toegang tot de afzonderlijke instellingenpagina's tot en met de tijdregistratie.

De kolom “Agent Team” is het bijzondere geval. Ze wordt pas bruikbaar zodra in dezelfde regel het vinkje “Agent” staat. Kies daar een team en het recht geldt alleen voor de agenten van dat team.

Van de rol “Admin” is geen recht af te nemen. Na het opslaan staat het vinkje er weer. Zo kan niemand zichzelf buiten zijn eigen systeem sluiten.

Met “Save” geldt de wijziging meteen. Wie het betreft, merkt het bij de volgende klik.

De kaart “Permission concept” met de tabel: één regel per functie, kolommen voor admin, agent, agentteam en klant.
Het rode kader ligt op de kopregel. De keuzelijst in de kolom “Agent Team” is alleen bruikbaar waar het vinkje “Agent” staat.Afbeelding op ware grootte openen
Het tabblad “Role” met de drie rollen, elk met het label “Mandatory”.
Het rode kader ligt op de opmerking. De drie rollen dragen het label “Mandatory”, dus ze zijn te hernoemen maar niet te verwijderen.Afbeelding op ware grootte openen
5

Afdeling, functie en locatie

Drie lijsten beschrijven de persoon en niet het ticket: afdeling, functie en locatie.

Ze worden aangemaakt onder “Settings → General Settings” in de kaart “Drop-down lists”. Het gaat bij alle drie op dezelfde manier.

Ze worden op het account toegekend. In het formulier onder “User management” heten de velden “Department”, “Position” en “Location”.

In de gebruikerslijst staat de afdeling onder het team. Functie en locatie zie je in het formulier van het account.

De locatie heeft nog een tweede nut. Op het ticket staat een veld “Location”, en dat put uit dezelfde lijst.

Elk van de drie lijsten heeft één regel die je niet kunt verwijderen. Ze heet “None selected or available” en draagt het label “Mandatory”.

Verwijder je een andere regel, dan verhuist iedereen die haar droeg naar die tijdelijke waarde. Zo blijft er niemand achter die naar iets verwijst wat weg is.

Vertalen doe je hier niet, maar in één keer op de vertaalpagina. De Engelse naam is het anker waaraan de vertalingen hangen.

Het dialoogvenster “Edit user” met de ingevulde velden voor afdeling, functie en locatie.
De rode kaders liggen op de drie velden. Ze staan naast het team maar betekenen iets anders: het team zegt wie de tickets behandelt, de afdeling zegt waar de persoon werkt.Afbeelding op ware grootte openen
De gebruikerslijst met de kolom “Team”, waarin de afdeling onder de teamnaam staat.
Het rode kader ligt op de kolom. Het team staat bovenaan, de afdeling eronder. Wie in geen team zit, heeft daar een streepje.Afbeelding op ware grootte openen

E-mailkoppeling

Het ticketsysteem haalt post uit een postvak en verstuurt zelf post. Hoe je dat instelt, staat op de kaart “Tickets uit e-mail, antwoorden en vervolgberichten” in het blok Ticketbeheer. Dit blok laat zien wat er van een binnenkomende mail wordt, hoe je afzenders blokkeert, en welke berichten het systeem zelf verstuurt. Het hele mailkanaal hoort bij de editie Professional.

1

Wat er van een e-mail wordt

Alleen Professional

Schrijft iemand naar een teampostvak, dan wordt daar een ticket van gemaakt. Het onderwerp wordt de titel, de tekst wordt de omschrijving, en het afzenderadres wordt als aanvrager vastgelegd. Het kanaal op het ticket zegt “E-mail”.

Draagt de mail een afzendernaam, dan komt die naam in het veld naast het adres. Zo niet, dan staat er “E-Mail” in het veld. Het kanaal zegt al dat de zaak per mail binnenkwam.

Voorvoegsels als “Re:” of “Fwd:” vallen uit de titel weg. Het ticket draagt dan de naam van de zaak en niet die van een antwoord daarop.

De opmaak van de mail blijft behouden. Vette tekst, lijsten en tabellen staan in het ticket precies zoals ze in de mail stonden.

Links blijven behouden. Je agent kan ze in het ticket aanklikken in plaats van het adres over te typen.

Een afbeelding die in de mail is ingebed, blijft staan waar ze in de tekst stond. Ze wordt ook als bijlage bij het ticket bewaard.

Een afbeelding die de mail alleen van het web haalt, wordt verwijderd. Zulke afbeeldingen melden vaak aan de afzender terug wanneer en waar een mail is gelezen. Wie wil dat een afbeelding aankomt, moet haar in de mail inbedden of als bijlage meesturen.

Bestanden die bij de mail zitten, worden bijlagen bij het ticket. Ze tellen mee voor dezelfde groottegrens als een bestand dat een agent uploadt.

Staat het automatische antwoord in de workflow aan, dan krijgt de afzender meteen een bevestiging. Met de referentie in het onderwerp vindt elk volgend antwoord dezelfde zaak terug en wordt het een opmerking daarop.

Meer hierover in de kaart: Tickets uit e-mail, antwoorden en vervolgberichten

De verzonden mail in het mailprogramma van de afzender, met een ingebedde afbeelding en een link.
Dit venster is niet het ticketsysteem, het is het mailprogramma van de afzender. De mail bevat een ingebedde afbeelding en een link.Afbeelding op ware grootte openen
De omschrijving van het ontstane ticket met de afbeelding op haar plek en de link.
Dezelfde mail als ticket. De rode kaders liggen op de afbeelding en op de link. Allebei staan op dezelfde plek als in de mail, en de link is aanklikbaar.Afbeelding op ware grootte openen
Het tabblad “Attachments” van het ticket met het bestand inline_image_1.png.
De ingebedde afbeelding wordt ook als bijlage bewaard. Zo is ze te downloaden zonder haar uit de tekst te halen.Afbeelding op ware grootte openen
De bevestiging in het postvak van de afzender, met de referentie in het onderwerp.
De bevestiging zoals ze bij de afzender aankomt. Het onderwerp draagt de referentie van de zaak. Antwoordt de afzender erop, dan komt het antwoord op hetzelfde ticket terecht.Afbeelding op ware grootte openen
2

Afzenders blokkeren

Alleen Professional

Voordat je begint: De blokkeerlijst staat helemaal onderaan de pagina “E-Mail Settings”. Ze geldt voor alle teams tegelijk.

Sommige afzenders horen geen ticket aan te maken. Nieuwsbrieven zijn daar een voorbeeld van, en postvakken die alleen machineberichten sturen een ander.

Vul een volledig adres in wanneer je precies één afzender bedoelt. Op de afbeelding is dat no-reply@example.com.

Vul het domein met een @ ervoor in wanneer je elk adres van één afzender bedoelt. Op de afbeelding is dat @newsletter.example.net. Subdomeinen worden meegeblokkeerd.

Een mail van een geblokkeerde afzender maakt geen ticket aan. Ze wordt als gelezen gemarkeerd en naar de map met verwerkte post verplaatst. Er stapelt zich niets op in het postvak.

De blokkade werkt ook de andere kant op. Het systeem stuurt geen mail naar een geblokkeerd adres.

Dat is het eigenlijke punt bij adressen die niemand leest. Zonder de blokkade zou de bevestiging naar een postvak gaan dat nooit antwoordt.

“Add” zet een regel op de lijst. Het prullenbakpictogram ernaast haalt de regel er weer af. Een wijziging werkt meteen, er valt niets op te slaan.

De kaart “E-Mail Blacklist” met twee regels: een volledig adres en een domein.
Het rode kader ligt op het invoerveld. De voorbeeldtekst erin noemt beide toegestane vormen. Eronder staan de twee regels van deze installatie.Afbeelding op ware grootte openen
3

Wat het systeem zelf verstuurt

Alleen Professional

Voordat je begint: De schakelaars op deze kaart staan per team onder “Team mailboxes” op de pagina “E-Mail Settings”, direct onder het postvakadres van dat team.

Naast de antwoorden aan je klanten verstuurt het systeem eigen berichten. Daartoe horen de toewijzing van een ticket, een overschreden termijn, een uitnodiging, een nieuw wachtwoord, het tevredenheidsonderzoek en de goedkeuring van een aanvraag.

Deze teksten zitten kant-en-klaar in het systeem en zijn om te beginnen Engels. Ze staan in het taalpakket samen met alle andere teksten van de interface.

Zodra een taalpakket is geïmporteerd, gaat elk van deze berichten uit in de taal die bij de ontvanger is ingesteld. Twee mensen bij dezelfde zaak krijgen het bericht dus in twee talen.

De formulering wijzig je op de taalpagina. Daar download je de teksten van één taal als bestand, bewerk je het en upload je het weer. Engels is de bron en blijft zoals het is.

Of een toewijzing überhaupt wordt aangekondigd, bepaal je per team. Daarvoor staan er drie schakelaars onder het postvak.

“Send assignment e-mails” stuurt een mail naar de agent die een ticket krijgt. Staat de schakelaar uit, dan kondigt dit team helemaal geen toewijzingen aan.

“Notify on self-assignment” bepaalt of er ook een mail uitgaat wanneer iemand zelf een ticket oppakt. Deze schakelaar staat standaard uit.

“Send mail on ticket actions” werkt ergens anders door. Staat hij aan, dan bieden de dialogen voor het sluiten, het wijzigen van de status en het overdragen aan om de opmerking ook als mail te versturen.

De bevestiging aan je klanten hoort hier niet bij. De tekst daarvan schrijf je zelf, in de workflow van het postvak.

Meer hierover in de kaart: Tickets uit e-mail, antwoorden en vervolgberichten

Het gedeelte “Assignment notifications” met drie schakelaars.
De rode kaders liggen op de drie schakelaars. Ze horen bij het teampostvak erboven. Elk verder team heeft dezelfde drie schakelaars voor zichzelf.Afbeelding op ware grootte openen

Aanmelden en beveiliging, inclusief SSO

Wie er binnenkomt en hoe, wordt op twee plekken bepaald. De beveiligingspagina regelt het aanmelden met een gebruikersnaam en wachtwoord. De SSO-pagina koppelt een directory of een externe aanmelddienst. Je kunt allebei tegelijk draaien.

1

Aanmelden met een gebruikersnaam en wachtwoord

Voordat je begint: De instellingen op deze kaart staan onder “Settings → Security”. Alleen beheerders kunnen die pagina zien.

Standaard meldt iedereen zich aan met een gebruikersnaam en een wachtwoord. Het e-mailadres werkt in plaats van de gebruikersnaam. Onder het formulier staat een link voor wie zijn wachtwoord is vergeten.

Na het aanmelden krijgt de browser een pas die een bepaalde tijd geldig is. De kaart “JWT token timer” bepaalt hoe lang. Waarden van 1 tot 24 uur zijn toegestaan, 12 is de aanbeveling. Daarna moet de persoon zich opnieuw aanmelden.

De kaart “Password policy” geldt voor elk wachtwoord dat in het systeem wordt ingesteld. Ze wordt afgedwongen bij het aanmaken van een account, wanneer iemand zijn eigen wachtwoord wijzigt en wanneer een beheerder er een terugzet.

Je stelt in wat de minimale lengte is, welke soorten tekens moeten voorkomen, na hoeveel dagen een wachtwoord verloopt en hoeveel oude wachtwoorden geblokkeerd blijven. Bij de dagen en de blokkeerlijst betekent 0 “uit”.

De regels over hoofd- en kleine letters sluiten geen taal buiten. Veel schriftsystemen kennen dat onderscheid helemaal niet, en een teken uit zo'n schrift voldoet in zijn eentje aan beide regels.

Accounts die zich via SSO of een directory aanmelden, hebben geen lokaal wachtwoord, dus geldt het verlopen niet voor hen. Hun regels staan bij de aanbieder.

De kaart “2FA Settings” zet aanmelden met twee factoren aan. Ze heeft twee schakelaars. De bovenste verplicht het voor beheerders en agenten, de onderste voor iedereen inclusief klanten. Staan ze allebei uit, dan is aanmelden met twee factoren uitgeschakeld.

Wie zich daarna zonder tweede factor aanmeldt, richt er meteen een in. Het systeem toont een QR-code voor een authenticator-app en dezelfde sleutel om met de hand in te typen. Na de eerste code is de factor actief.

Direct daarna verschijnen er tien herstelcodes. Elk daarvan vervangt de code uit de app één keer. Ze worden precies één keer getoond.

Raakt iemand het apparaat en de codes kwijt, dan helpt de beheerder. In de gebruikerslijst zet de knop met het doorgestreepte schild de aanmelding met twee factoren van die persoon terug. Bij de volgende aanmelding richt die persoon haar opnieuw in.

De codes hangen aan de serverklok. Loopt die verkeerd, dan wordt geen enkele code geaccepteerd. De knop “Check now” op dezelfde kaart vergelijkt de servertijd met een openbare tijdbron.

Meldt iemand zich via een externe aanmelddienst aan, dan vraagt het systeem niet om een code. De aanbieder heeft de tweede factor al gecontroleerd. Bij aanmelden via een directory ligt dat anders: daar geldt de regel hierboven gewoon.

De aanmeldpagina met de velden “Username” en “Password” en de knop “Sign in”.
De rode kaders liggen op de twee velden en de knop. Het bovenste veld accepteert ook het e-mailadres.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “JWT token timer” met het veld voor het aantal uren.
Het rode kader ligt op het veld. Het accepteert waarden van 1 tot 24.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “Password policy” met minimale lengte, soorten tekens, verlopen en blokkeerlijst.
De rode kaders liggen op de drie getalvelden. De vinkjes erboven bepalen welke soorten tekens moeten voorkomen.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “2FA Settings” met beide schakelaars uit.
De rode kaders liggen op de twee schakelaars. In de hier getoonde stand is aanmelden met twee factoren uit.Afbeelding op ware grootte openen
Het instelscherm met een QR-code, een sleutel om in te typen en het veld voor de eerste code.
Het rode kader ligt op de sleutel. Die is hetzelfde als de QR-code erboven en helpt wanneer de camera niets leest.Afbeelding op ware grootte openen
Tien herstelcodes in twee kolommen, met “Copy codes” eronder.
Het rode kader ligt op de codes. Ze verschijnen precies één keer. De codes op de afbeelding komen uit een testsysteem en zijn waardeloos.Afbeelding op ware grootte openen
De gebruikerslijst met de knop die de aanmelding met twee factoren terugzet.
Het rode kader ligt op het doorgestreepte schild in de regel van Marco Rossi. Één klik neemt de app en de herstelcodes weg.Afbeelding op ware grootte openen
2

Bescherming tegen het raden van wachtwoorden

De bescherming loopt zonder enige instelling. Er valt niets aan te zetten. De opmerking erover staat in de kaart “2FA Settings”.

Ze werkt in twee stappen. Na vijf mislukte pogingen voor hetzelfde account wordt het adres waar ze vandaan kwamen 15 minuten gepauzeerd. Vanaf elk ander adres blijft het account meteen bruikbaar.

Dat is het belangrijke deel. Anders zou iedereen die een aanmeldnaam kent, een collega met vijf verkeerde wachtwoorden buiten kunnen sluiten. Daar zou nooit een wachtwoord voor nodig zijn.

De tweede stap is het account zelf. Dat wordt na 20 mislukte pogingen 15 minuten vergrendeld. Omdat één adres daar hoogstens vijf van kan bijdragen, zijn daar meerdere adressen voor nodig.

Een geslaagde aanmelding zet beide tellers terug. Na een herstart van de server is de pauze op het adres weg, de vergrendeling van het account blijft.

In de gebruikerslijst draagt een zo vergrendeld account het label “temporarily locked”. Het blijft in de lijst staan. Na 15 minuten verdwijnt het label vanzelf.

Je hoeft niet te wachten. In dezelfde regel staat een knop met een open hangslot. Die heft de vergrendeling meteen op en wist beide tellers.

Dit is niet hetzelfde als “Archive”. Die knop zet een account definitief stil, en alleen die neemt of geeft een medewerkersplaats.

De opmerking over de bescherming tegen het raden van wachtwoorden in de kaart “2FA Settings”.
Het rode kader ligt op de opmerking. Ze noemt beide stappen: eerst het adres, als laatste het account.Afbeelding op ware grootte openen
De gebruikerslijst met het label “temporarily locked” en de ontgrendelknop.
De rode kaders liggen op het label en op het open hangslot. Het hangslot verschijnt alleen in de regel waar er iets op te heffen valt.Afbeelding op ware grootte openen
3

Aanmelden via een directory of een externe dienst (SSO)

Alleen Professional

Voordat je begint: De instellingen staan onder “Settings → SSO Settings”. Zonder een ingestelde aanbieder verandert er niets op de aanmeldpagina.

Helemaal bovenaan staat de hoofdschakelaar “Enable single sign-on”. Zolang die uit staat, blijft het bij gebruikersnaam en wachtwoord. Alles wat je eronder instelt, wordt opgeslagen en werkt pas zodra je hem aanzet.

De kaart “Active Directory / LDAP” koppelt een directory op locatie. Je vult de server in, de zoekbasis, het filter dat een persoon vindt, en de velden voor het e-mailadres en de namen.

Het account voor de zoekopdrachten is optioneel. Zonder dat vraagt het systeem anoniem. Het wachtwoord van een persoon wordt alleen gebruikt om tegen de directory te binden en wordt nooit opgeslagen.

Een directory brengt geen eigen tweede factor mee. Verplicht de beveiligingspagina aanmelden met twee factoren, dan wordt daar ook aan deze mensen om gevraagd.

De kaart “Identity providers” bevat de externe aanmelddiensten. Elke dienst krijgt een eigen tegel en een eigen knop op de aanmeldpagina. “Add provider” maakt er een nieuwe aan.

Onder “Provider type” kies je de soort. “Generic OIDC Provider” past bij diensten als Google Workspace, Microsoft Entra ID, Okta, Keycloak, Auth0 of Ping Identity. “SAML 2.0 Provider” past bij dezelfde huizen wanneer ze via SAML gekoppeld moeten worden.

Daarnaast staan er zes regionale diensten: LINE, Kakao, Naver, WeChat, WeCom en DingTalk. Hun adressen zijn vooraf ingevuld en verschijnen als grijze tekst in het veld.

De naam onder “Display name” komt later op de knop te staan. De schakelaar ernaast geldt alleen voor deze ene aanbieder.

Werk voor het antwoordadres in deze volgorde. Vul eerst alleen een naam in en klik op “Save provider”. Pas dan kent het systeem het nummer van de aanbieder en toont het het volledige adres onder “Redirect URI”.

Dat adres kopieer je en registreer je bij de aanbieder. Het moet daar teken voor teken kloppen. In ruil geeft de aanbieder je een ID en een geheim, en die vul je hier in via “Edit”.

Het veld “Allowed e-mail domains” beperkt wie er via deze aanbieder binnen mag. Laat je het leeg, dan is elk domein toegestaan.

Ontbreekt er bij een aanbieder nog iets, dan draagt de tegel het rode label “Incomplete”. Ze verschijnt dan niet op de aanmeldpagina. De tekst ernaast zegt welke velden dit type nodig heeft.

Volledig ingestelde aanbieders verschijnen nog steeds niet zolang de hoofdschakelaar uit staat. De tegel zegt dat in een gele regel.

De kaart “Single sign-on” met de hoofdschakelaar.
Het rode kader ligt op de hoofdschakelaar. Staat hij uit, dan blijft alleen aanmelden met gebruikersnaam en wachtwoord over.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “Active Directory / LDAP” met de ingevulde velden.
De rode kaders liggen op de server, de zoekbasis en het zoekfilter. De waarden op de afbeelding komen uit een testsysteem.Afbeelding op ware grootte openen
Twee aanbiedertegels, één ingesteld en één met het label “Incomplete”.
De rode kaders liggen op beide tegels. De bovenste is compleet en wacht alleen nog op de hoofdschakelaar. Bij de onderste ontbreekt het adres van de aanbieder.Afbeelding op ware grootte openen
Het dialoogvenster “Add provider” met type, weergavenaam, schakelaar en het adres van de aanbieder.
Het rode kader ligt op het adresveld. Daaronder vult “Quick fill” de bekende aanbieders vooraf in. Wat er tussen accolades staat, vervang je eerst.Afbeelding op ware grootte openen
Het dialoogvenster van een opgeslagen aanbieder met het volledige antwoordadres.
Het rode kader ligt op het antwoordadres. Dat ontstaat pas bij het opslaan en begint met het adres van je eigen installatie.Afbeelding op ware grootte openen
4

Het account bij de eerste aanmelding, en het logboek

Alleen Professional

De schakelaar “Automatically create accounts on first sign-in” staat in dezelfde kaart als de hoofdschakelaar. Hij staat standaard aan.

Meldt iemand zich voor het eerst via een aanbieder aan, dan zoekt het systeem eerst een account dat al bij die aanbieder hoort. Vindt het er geen, dan wordt er een nieuw aangemaakt.

Het nieuwe account krijgt de rol “Customer” en geen team. Een klant heeft geen lidmaatschap nodig om een ticket aan te maken en kan dus meteen aan de slag.

Klanten zijn in beide edities onbeperkt, dus een zo aangemaakt account gebruikt geen medewerkersplaats. Wie agent moet worden, krijgt die rol daarna in het gebruikersbeheer.

Bestaat er al een account met hetzelfde e-mailadres, dan worden de twee gekoppeld. Dat gebeurt alleen wanneer de aanbieder het adres als geverifieerd meldt. Zo niet, dan wordt de aanmelding geweigerd.

Zet je hem uit, dan komen alleen mensen binnen die al een account hebben. Alle anderen worden geweigerd.

De kaart “Recent sign-in attempts” onderaan toont de laatste 100 pogingen. Ze legt elke weg op deze pagina vast, ook het aanmelden via een directory.

Elke regel noemt het tijdstip, de aanbieder, het resultaat en het bronadres. Bij een mislukte poging staat de reden ernaast. De kolom “E-mail” toont het adres wanneer de aanbieder er een meldde, anders de ingevoerde naam.

Aanmelden met gebruikersnaam en wachtwoord staat niet in deze tabel. Dat is geen SSO.

De schakelaar “Automatically create accounts on first sign-in”.
Het rode kader ligt op de schakelaar. De tekst eronder noemt de rol die zo'n account krijgt.Afbeelding op ware grootte openen
De tabel “Recent sign-in attempts” met drie mislukte pogingen via de directory.
Het rode kader ligt op de bovenste regel. Die toont een mislukte poging met de reden. De regels op de afbeelding komen uit een testsysteem waarvan de directory niet bestaat.Afbeelding op ware grootte openen

Ticketbeheer

Het dagelijkse handwerk: tickets aanmaken, sorteren en terugvinden. Alles in dit blok hoort bij Basic, tenzij een kaart iets anders zegt.

1

Tickets aanmaken en bewerken

Voordat je begint: Één afzonderlijk ticket is niet te verwijderen — ook niet door een beheerder. Tickets verlaten de database alleen via het archief, en alleen als ze gesloten zijn. Dat is met opzet: een zaak die iemand spoorloos kan weghalen, is als vastlegging waardeloos.

Een nieuw ticket maak je aan met “New Ticket” in de linkerbalk. Het formulier heet “Create new ticket”. Als agent leg je daarmee ook de aanvragen van anderen vast — daar is het veld “User” voor: dat zegt voor wie de zaak is, niet wie haar intypt.

Alles met een sterretje is verplicht: “Title”, “User”, “Main category” en “Description”. En nog één die je makkelijk mist: zonder subcategorie slaat het formulier niet op, ook al draagt “Subcategory” geen sterretje — een hoofd- en een subcategorie horen bij elkaar en worden altijd als paar ingesteld.

Welke velden er überhaupt verschijnen en welke daarvan verplicht zijn, stel je in onder “Settings → Ticket Settings” — apart voor agenten en voor klanten. Daarom ziet een klant een korter formulier dan jij, zonder dat iemand twee formulieren hoeft te onderhouden.

Daarna kun je bijna alles wijzigen: rechts op het ticket staat de kaart “Details” met aanvrager, telefoon, e-mail, locatie, categorie en referentienummer; je wijzigt het veld zelf en bevestigt met de “Save” eronder. Status, prioriteit, toewijzing, kanaal en volgers staan een kaart hoger onder “Actions” en werken meteen, zonder apart op te slaan.

Alleen agenten en beheerders mogen dit wijzigen. De aanvrager kan de zaak lezen, erop reageren en bestanden meesturen — maar niet de indeling wijzigen waarop je rapportage is gebouwd.

Één bijeffect dat je één keer moet weten: bewerk je een ticket dat nog van niemand is, dan is het daarna van jou. Het systeem zet je als agent erin en zet de status van “Open” op “Assigned” — allebei komen ze in de historie. Wilde je dat niet, wijs het ticket dan daarna aan iemand anders toe.

Elk van deze wijzigingen komt in de historie van het ticket terecht, met naam, tijd, oude waarde en nieuwe waarde. Daar hoef je niets voor aan te zetten.

Blijft de vraag hoe je tickets weer kwijtraakt. Onder “Settings → Archive” kies je een periode, zie je met “Preview” hoeveel gesloten tickets die bevat, en maak je met “Create archive” een ZIP-bestand: tickets, opmerkingen, historie, eigen velden en bijlagen, allemaal in één bestand. Pas dan verdwijnen die tickets uit de draaiende database — en uit datzelfde bestand zijn ze weer terug te halen.

Het formulier “Create new ticket” met de velden Title, Owning team, User, status, prioriteit en categorieën.
Het formulier achter “New Ticket”. De velden met een sterretje zijn verplicht; categorieën, omschrijving en bijlagen volgen verderop.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “Details” van een ticket met de velden van de aanvrager en de knop “Save” in een rood kader.
Achteraf wijzigen: bewerk het veld, druk op “Save”. Eronder staat, onveranderlijk, wie het ticket heeft aangemaakt en wanneer.Afbeelding op ware grootte openen
2

Opmaakeditor voor omschrijving en opmerkingen

De omschrijving en de opmerkingen zijn geen kale tekstvakken. Boven elk ervan staat een werkbalk, en de knoppen zeggen wat ze doen als je erop wijst: “Bold”, “Italic”, “Underline”, “Strikethrough”, “Text color”, “Highlight color”, “Bullet list”, “Numbered list”, “Quote”, “Link” en “Clear formatting”.

Zo maak je een link: selecteer de tekst, klik op “Link”, typ het adres in het kleine venstertje. Een lege invoer haalt de link er weer af. Web- en mailadressen zijn toegestaan (http, https, mailto) — al het andere wordt bij het opslaan weggegooid, zodat een opmerking niemand iets kan binnensmokkelen.

Afbeeldingen komen via het klembord binnen: maak een schermafbeelding en plak haar met Ctrl+V rechtstreeks in de editor. In de tekst staat eerst alleen een markering als “[inline-image:1]”. Bij het opslaan uploadt het systeem de afbeelding en toont haar precies daar — en ze komt ook in het tabblad “Attachments” terecht, waar alle bestanden van de zaak staan.

Wat jij ziet, zien de anderen ook: opmaak, lijsten en links blijven behouden in het ticket, en ook in de mail aan de aanvrager. Vreemde opmaakcode — bijvoorbeeld uit een gekopieerde webpagina of een binnengekomen e-mail — wordt teruggebracht tot deze toegestane verzameling. Er gaat daarbij niets van je tekst verloren, alleen de verpakking.

Een opmerking kun je met “Only for Admin/Agents” als intern markeren. Ze draagt dan het label “Internal” en is voor de aanvrager onzichtbaar — zelfs de zoekfunctie brengt haar niet boven.

De werkbalk van de editor, daaronder de zin “The display shows ERROR 13.20 and then the paper jams.” met de foutcode vet.
In een rood kader: “Bold”, “Bullet list” en “Link”. De balk staat zowel boven de omschrijving als boven het opmerkingenvak.Afbeelding op ware grootte openen
Drie opmerkingen van een ticket, de onderste met een vetgedrukte term en een opsomming, de middelste met het label “Internal”.
Zo komt het aan: vette tekst en de opsomming blijven behouden. De middelste opmerking is als “Internal” gemarkeerd en voor de aanvrager onzichtbaar.Afbeelding op ware grootte openen
3

Bijlagen met voorbeeldweergave

Voordat je begint: Toegestaan zijn PDF, DOC, DOCX, XLS, XLSX, TXT, PNG, JPG, JPEG en GIF, tot 50 MB per bestand. De grens staat in het formulier (“Max. 50 MB per file”), en grotere bestanden worden geweigerd voordat de upload begint.

Bestanden horen bij de zaak, niet bij één opmerking. Op het ticket leidt het tabblad “Attachments” naar de lijst: “Upload file” voegt er een toe, elke regel noemt het bestand, de grootte en de datum. Iedereen die bij het ticket betrokken is, mag iets meesturen — de aanvrager inbegrepen; zo hoeft niemand je een schermafbeelding te mailen.

Een klik op de naam opent de voorbeeldweergave, zonder dat je het bestand hoeft te downloaden. Bij afbeeldingen kun je daarin in- en uitzoomen en draaien — handig bij een display dat schuin is gefotografeerd. Een PDF wordt in hetzelfde venster getoond, met paginaoverzicht, zoom en afdrukken. Tekstbestanden worden als tekst getoond. Met “Open in new tab” open je het bestand in een eigen venster.

Een bijlage hoort bij de zaak en reist mee: ze verschijnt in de historie (“File uploaded: …”), overleeft een overdracht aan een ander team, en belandt in het archiefbestand wanneer het ticket wordt gearchiveerd.

Het tabblad “Attachments” met twee bestanden, daarboven de knop “Upload file” in een rood kader.
Alle bestanden van een zaak op één plek. De regel eronder noemt de toegestane bestandstypen en de groottegrens.Afbeelding op ware grootte openen
De voorbeeldweergave van een bijlage met de knoppen voor inzoomen, uitzoomen en draaien rechtsboven.
De voorbeeldweergave van een afbeelding: inzoomen, uitzoomen, draaien — rechtsboven. Er wordt daarbij niets gedownload.Afbeelding op ware grootte openen
De voorbeeldweergave van een PDF in hetzelfde venster, met links het paginaoverzicht en bovenaan de werkbalk van de PDF-weergave.
Een PDF opent op dezelfde manier — geen download, met paginaoverzicht, zoom en afdrukken.Afbeelding op ware grootte openen
4

Tickethistorie

Het tabblad “History” op het ticket beantwoordt de vraag achter elke opvolging: wie heeft wat gewijzigd, en wanneer? Elke regel noemt de persoon, het veld, de doorgestreepte oude waarde, de nieuwe erachter en het tijdstip tot op de seconde. De nieuwste regel staat bovenaan.

Regels worden zonder jouw toedoen geschreven — bij statuswijzigingen, prioriteit, toewijzing, categorie, locatie, volgers, titel en omschrijving, en ook bij het aanmaken (“Ticket opened”), bij elke opmerking en bij elk geüpload bestand. Het getal op het tabblad zegt je vooraf hoeveel beweging er in de zaak zat.

De historie is niet te bewerken en niet uit te zetten. Precies dat maakt haar bruikbaar: ze is de reden dat een ticket niet stuk voor stuk te verwijderen is, en ze reist mee het archiefbestand in wanneer het ticket wordt gearchiveerd.

Een opmerking staat er ingekort in — de volledige tekst staat in het tabblad “Comments”. Een interne opmerking komt ook in de historie, maar alleen voor agenten en beheerders.

Het tabblad “History” met de regels van dit ticket: bestanden, opmerkingen, statuswijzigingen, prioriteit, toewijzing en helemaal onderaan het aanmaken — met bovenaan twee regels die door een regel zijn geschreven.
In een rood kader het tabblad met het aantal. Bij “Status” en “Priority” zie je de doorgestreepte oude waarde naast de nieuwe.Afbeelding op ware grootte openen
5

Statusworkflow met instelbare statussen en overgangen

De status zegt waar een ticket op dit moment staat. Er worden twaalf statussen meegeleverd — Open, Assigned, In Progress, Waiting for User Response, Resolved, Closed en meer. Je vindt ze onder “Settings → General Settings” in het gedeelte “Drop-down lists” achter het tabblad “Status”; “+ Add status” maakt er een van jezelf aan, “Edit status” opent een bestaande.

Het belangrijke is het verschil tussen de naam en de betekenis. In de editor van een status staan onder “Meaning of this status” drie schakelaars: “Counts as resolved”, “Counts as closed” en “Waiting for the requester”. Alleen deze schakelaars vertellen het systeem hoe het een status moet behandelen.

Je mag elke status hernoemen, ook de meegeleverde: onderaan de editor staat onder “Translations” per taal een veld “Name” — zet daarin wat je mensen moeten lezen. De technische naam erachter blijft ongemoeid, en juist daarom breekt er niets: automatisering, rapportage en de schakelaars hierboven hangen aan die naam, niet aan jouw label. Zo kan “Resolved” “Done” worden.

Verwijderen lukt echter niet bij allemaal. Zes statussen dragen in de lijst het label “Mandatory” — Open, Assigned, In Progress, Resolved, Closed en Reopened. Ze zijn te hernoemen en te herschikken, maar niet weg te halen; wie het probeert, krijgt een duidelijke melding. Dat is er niet om je te ergeren: er hangen processen aan die anders zonder een woord zouden stoppen — bijvoorbeeld het automatisch sluiten, dat een status “opgelost” als vertrekpunt nodig heeft.

Twee statussen horen bij het systeem zelf: “Waiting for approval” en “Rejected” dragen het label “System only”. Ze komen uit een goedkeuringsproces, en niemand hoort met de hand te kunnen beweren dat iets is afgewezen wat nooit ter beslissing lag.

Wat de drie doen: een status die als opgelost telt, sluit het ticket na 24 uur vanzelf. Een status die als gesloten telt, is de eindtoestand waarin het ticket wordt gezet. En “Waiting for the requester” betekent precies dat: we wachten op de aanvrager — niet op een ander team en niet op een dienstverlener. Dat is de markering waarop de SLA-klok stilstaat, als je het zo instelt.

Daaronder staat “Allowed transitions to new status”. Hier vink je aan welke statussen vanuit deze bereikbaar zijn. Laat je alles leeg, dan is er niets beperkt; vink je iets aan, dan is elk ander pad dicht. Zo bouw je een verloop dat niet over te slaan is — bijvoorbeeld: vanuit “Open” kun je alleen naar “In Progress” of “Rejected”, maar niet meteen naar “Closed”.

De overige schakelaars in de editor zijn kleinigheden met een grote werking: de kleur voor de lijst, “Sort order” voor de volgorde, “Show status in new ticket form” (mag deze status bij het aanmaken van een ticket überhaupt te kiezen zijn?), “Requires comment in dialog” (een reden afdwingen) en “System only” voor statussen die alleen het systeem zelf mag zetten.

De algemene instellingen met het tabblad “Status” in een rood kader en de lijst van alle statussen.
“Settings → General Settings”, tabblad “Status”: elke status met zijn technische naam en zijn markeringen.Afbeelding op ware grootte openen
Het dialoogvenster “Edit status” met de schakelaars onder “Meaning of this status” en de lijst “Allowed transitions to new status”.
In de editor: uiterlijk en gedrag bovenaan, de betekenis in het midden, de toegestane overgangen onderaan.Afbeelding op ware grootte openen
7

Hoofd- en subcategorieën zijn per team vrij in te stellen

Voordat je begint: Je hebt minstens één team nodig. De categoriepagina is naar haar team genoemd, dus ze bestaat pas zodra je er een hebt aangemaakt.

Categorieën zijn wat de aanvrager of de agent kiest bij het aanmaken van een ticket — en waarop je later je rapporten groepeert. Elk team heeft die van zichzelf: een helpdesk sorteert op andere dingen dan een netwerkafdeling, en geen van beide ziet de lijsten van het andere team.

Je vindt ze onder “Settings” als de regel “<teamnaam> Categories”. In het voorbeeld heet het team “Helpdesk”, dus staat er “Helpdesk Categories”.

De pagina heeft drie kaarten: “Main categories”, “Subcategories” en “Links”. Het snelste begin: typ de Engelse naam in het veld “EN (required)” en klik op “+ New main category” of “+ New subcategory”. Alles vertaal je later in één keer op de vertaalpagina — daar hoef je hier niets voor voor te bereiden.

Heb je veel categorieën voor de boeg, neem dan de weg via het bestand: “Export JSON” downloadt de structuur — op een net geïnstalleerd systeem is het bestand leeg en toont het je alleen de indeling. Je vult het in (met de hand of met hulp van een AI), slaat het op en uploadt het weer via “Import JSON”. Het is geen manier om te hernoemen: een naam wijzig je in het veld van die categorie en bevestig je met de “Save” ernaast — de pagina zegt dat ook.

De derde kaart, “Links”, is waar het eigenlijke werk gebeurt. Kies bovenaan een hoofdcategorie, vink eronder de subcategorieën aan die erbij horen, en sla op met “Save links”. De truc: één subcategorie mag aan meerdere hoofdcategorieën hangen. Zo heb je “Malfunction” maar één keer nodig en hergebruik je haar voor Printer, Network, Meeting-Room en Notebook.

Vanaf dat moment zijn de categorieën in het ticket beschikbaar. Verwijderen kan mislukken zolang er nog tickets een categorie gebruiken — dat is met opzet, anders zouden oude tickets hun indeling kwijtraken.

Draag je een ticket over aan een ander team, dan blijft de indeling staan — ook wanneer het nieuwe team die categorieën helemaal niet heeft. Ze staat dan samen met haar herkomst in het veld, bijvoorbeeld “Meeting-Room · from Helpdesk”, en is grijs: het nieuwe team kan zien waaronder de zaak tot nu toe liep, maar kan die waarde zelf niet toekennen. Om opnieuw in te delen kies je uit je eigen lijst — en dan wil het systeem een hoofd- en een subcategorie samen.

Het geopende instellingenmenu met de regel “Helpdesk Categories” in een rood kader.
Onder “Settings” is de regel naar het team genoemd — hier “Helpdesk Categories”.Afbeelding op ware grootte openen
De pagina “Settings · Manage categories” met de kaarten “Main categories” en “Subcategories”.
Dit is de pagina: hoofdcategorieën links, subcategorieën rechts. De kaart “Links” staat verderop op dezelfde pagina — die volgt zo.Afbeelding op ware grootte openen
Het veld “EN (required)” met het woord “Beamer” erin en de knop “New main category”, allebei in een rood kader.
Één voor één: Engelse naam in het veld “EN (required)”, dan eronder op “+ New main category” klikken. In de kaart “Subcategories” heet de knop “+ New subcategory”.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “Main categories” met de knoppen “Export JSON” en “Import JSON” in een rood kader.
Voor veel tegelijk: download de structuur, vul haar in, upload haar weer. De kaart “Subcategories” ernaast heeft dezelfde twee knoppen.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “Links”: “Printer” is geselecteerd, de subcategorieën Consumables, Malfunction en New request zijn aangevinkt.
“Printer” geselecteerd, de passende subcategorieën aangevinkt, “Save links” — “Malfunction” hangt tegelijk aan drie andere hoofdcategorieën.Afbeelding op ware grootte openen
8

Hoe het ticket is binnengekomen

Elk ticket draagt een kanaal. Het staat in het formulier en later op de kaart “Actions” onder “How the request came in”, en het beantwoordt een vraag die in de rapportage snel belangrijk wordt: komt het werk via het portaal binnen of via de telefoon?

Je kunt alleen kiezen wat een mens weet en het systeem niet: “Phone” en “Entered by an agent”. De andere twee waarden zet het systeem zelf — “Self-service” wanneer de aanvrager het ticket in het portaal heeft aangemaakt, en “Email” wanneer het uit een binnengekomen mail is ontstaan.

Daarom kun je een door het systeem gezet kanaal ook niet achteraf op “Phone” zetten: het veld zou juist de uitspraak kwijtraken waarvoor het bestaat. Andersom mag je op een telefonisch vastgelegd ticket al het andere nog gewoon wijzigen.

Alleen een agent of een beheerder mag het kanaal zetten. Voor de aanvrager zou het een uitspraak over de eigen zaak zijn — en de rapportage zou ervan afhangen dat iedereen eerlijk is.

“Email” vraagt om een gekoppeld postvak, en dat hoort bij de editie Professional. De andere drie kanalen bestaan in beide edities.

Het deel van het formulier met status, prioriteit en het veld “How the request came in” in een rood kader.
Bij het aanmaken van een ticket staat het kanaal tussen prioriteit en volgers. Alleen “Phone” en “Entered by an agent” worden aangeboden.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “Actions” van een ticket, het veld “How the request came in” staat op “Phone” en heeft een rood kader.
Op het ticket staat het kanaal op de kaart “Actions” — hier een zaak die een agent na een telefoongesprek heeft vastgelegd.Afbeelding op ware grootte openen
10

Een ticket aan een ander team overdragen

Alleen Professional

Voordat je begint: Voor beide wegen is een tweede team nodig. De klant merkt er niets van: voor hem blijft het één zaak met één nummer, hoeveel teams er ook aan hebben gewerkt.

Het ticket biedt daarvoor twee knoppen naast elkaar, en het verschil staat er in kleine letters onder. “Involve another team”: jij blijft verantwoordelijk, het andere team werkt naast je in een gekoppeld ticket. “Escalate to another team”: het andere team neemt het over.

Bij een overdracht verschuift de verantwoordelijkheid zonder dat er een tweede ticket ontstaat. Je team houdt leestoegang en mag nog opmerkingen plaatsen, maar kan niets meer wijzigen — en precies dat zegt het dialoogvenster je voordat je bevestigt. Daar kies je het doelteam en kun je een reden toevoegen.

Betrek je een team, dan blijft je ticket in jouw handen en krijgt het een subticket in het andere team. Dat van jou gaat naar de status “Waiting for other team”; zodra het andere team het zijne sluit, komt het jouwe terug als “Back from other team”. Je hoeft dus niet te vragen of er daar iets is gebeurd.

Wat de indeling betreft: de categorieën van het overdragende team blijven op het ticket staan, ook wanneer het nieuwe team ze helemaal niet heeft — ze staan daar met hun herkomst, grijs. Zo kan het nieuwe team zien waaronder de zaak tot nu toe liep, en haar zo nodig in de eigen lijst herindelen.

Alleen wie op dit moment verantwoordelijk is, mag een ticket doorgeven. Een eerdere halte ziet de zaak nog wel, maar kan haar geen tweede keer doorgeven.

De twee knoppen “Involve another team” en “Escalate to another team” in een rood kader, met hun toelichting eronder.
Twee wegen, zichtbaar gescheiden: iemand naast je laten werken, of overdragen. Het verschil staat direct bij de knop.Afbeelding op ware grootte openen
Het dialoogvenster “Escalate to another team?” met de keuze van het doelteam en het veld “Reason (optional)”.
Het dialoogvenster noemt het gevolg voordat je bevestigt: geen tweede ticket, leestoegang blijft, alleen het nieuwe team mag nog iets wijzigen.Afbeelding op ware grootte openen
11

Eigen velden

Alleen Professional

Ontbreekt er in je tickets een gegeven — het inventarisnummer, het einde van de garantie, de kostenplaats — dan voeg je het zelf toe. Onder “Settings → Ticket Settings” staat onderaan de kaart “Custom fields”; de knop heet “Add custom field”.

In het dialoogvenster geef je een naam en een veldtype: “Text”, “Multiline text”, “Integer”, “Decimal”, “Date” of “Yes / No”. Het type bepaalt wat er ingevuld kan worden — een datumveld neemt geen “volgende week” aan, en juist daarom kun je er later op rapporteren.

Onder “Scope” bepaal je waar het veld geldt: “All teams (including new ones)” of “Selected teams only”. De eerste keuze dekt ook teams die nog niet bestaan — het soort verschil dat je pas een half jaar later merkt.

De drie schakelaars onder “Defaults” gelden voor nieuwe tickets: “Mandatory by default”, “Hidden for customer by default” en “Not editable by customer by default”. Het zijn standaardwaarden — de veldinstellingen op dezelfde pagina blijven de plek waar je het per rol precies instelt.

Op het ticket staan de eigen velden in een eigen kaart, “Additional information”, tussen de omschrijving en de opmerkingen. Zonder sjabloon toont het formulier alle eigen velden van het team. Kies je bij het aanmaken een sjabloon, dan toont het precies de velden die dat sjabloon noemt, in zijn volgorde — “alleen de velden die deze zaak nodig heeft”.

Een sjabloon kan een veld daarbovenop verplicht maken, maar het kan geen regel opheffen: wat de beheerder voor klanten heeft verborgen of verplicht heeft verklaard, blijft dat, ook als een sjabloon iets anders zegt. Anders zou een sjabloon een manier zijn om onder een huisregel uit te komen.

Hoeveel eigen velden een team mag hebben, stel je in onder “Settings → General Settings” in de kaart “Custom fields limit”. Een veld raak je kwijt met “Deactivate”: het verdwijnt uit het formulier, maar de waarden ervan blijven op de oude tickets staan — de schakelaar “Show deactivated” haalt het weer in de lijst.

De kaart “Custom fields” met twee velden en de knop “Add custom field” in een rood kader.
De lijst met eigen velden staat onder “Settings → Ticket Settings”, onderaan de pagina.Afbeelding op ware grootte openen
Het dialoogvenster “New custom field” met naam, veldtype, bereik en de drie standaardwaarden.
Naam, veldtype, bereik — meer heeft een veld niet nodig. De drie schakelaars eronder zijn standaardwaarden voor nieuwe tickets.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “Additional information” op een ticket met de velden “Asset tag” en “Warranty until”.
Zo ziet de agent de eigen velden: een eigen kaart op het ticket, direct onder de omschrijving.Afbeelding op ware grootte openen
12

Volgers

Alleen Professional

Soms moet iemand een zaak volgen zonder eraan te werken: de teamleider bij een gevoelige kwestie, de collega die volgende week overneemt. Daar zijn volgers voor. Op het ticket staat het veld “Observers” op de kaart “Actions”, de knop heet “Add observer”; het formulier “Create new ticket” heeft hetzelfde veld.

Alleen agenten en beheerders van een betrokken team zijn te kiezen. Een klant kan geen volger zijn — die zou anders mail over intern werk ontvangen.

Een volger krijgt een e-mail wanneer er iets op het ticket gebeurt: een nieuwe opmerking, een gewijzigde status, een nieuwe toewijzing, gewijzigde velden. Die wordt niet meteen verstuurd maar gebundeld: na de laatste wijziging wacht het systeem een minuut en stuurt dan ÉÉN mail over alles wat er in die tijd is gebeurd. Een ticket in één keer afwerken levert dus geen zeven mails op.

Wie er volgt, hoort bij de historie: een wijziging wordt net als elke andere vastgelegd, met de oude en de nieuwe toestand.

De melding is een e-mail — er moet dus uitgaande post zijn ingericht (Professional). Zonder dat kun je wel volgers invullen, maar er gaat niets uit.

De kaart “Actions” van een ticket met het veld “Observers” in een rood kader, met daarin één agent.
De volger staat op de kaart “Actions”. Het ticket is aan niemand toegewezen — volgen en aan een ticket werken zijn twee verschillende dingen.Afbeelding op ware grootte openen
13

Tickets uit e-mail, antwoorden en vervolgberichten

Alleen Professional

Voordat je begint: Bij Google/Gmail heb je een app-wachtwoord nodig (en daarvoor aanmelden met twee factoren); Google weigert gewone accountgegevens. Microsoft 365 werkt op dit moment helemaal niet: basic authentication voor IMAP is daar uitgeschakeld, en app-wachtwoorden helpen ook niet.

Het mailkanaal is één weg met twee richtingen, en die horen bij elkaar: een binnenkomende mail wordt een ticket, jouw antwoord gaat als mail uit, en het antwoord van de aanvrager komt als opmerking op hetzelfde ticket terecht — niet op een tweede.

Het koppelen gaat niet op gevoel: een antwoord komt alleen op het bestaande ticket terecht wanneer de mail de referentie van de zaak in het onderwerp draagt of de antwoordkoppen van het mailprogramma meebrengt. Een mail met geen van beide begint een nieuwe zaak — liever één ticket te veel dan twee zaken die niets met elkaar te maken hebben samengevoegd omdat het onderwerp toevallig overeenkwam.

Alles daarvoor staat onder “Settings → E-Mail Settings”. De bovenste kaart, “SMTP settings”, is de weg naar buiten: host, poort, “Use SSL”, gebruiker en wachtwoord, plus het afzenderadres en de afzendernaam. Met “Send test e-mail” stuur je jezelf een proef — eerst opslaan, dan testen, zoals de kaart zelf zegt.

De kaart “IMAP settings” is de weg naar binnen: host, poort, het ophaalinterval en de twee mappen. Je hoeft de mapnaam niet te raden: “Read from server” haalt de mappen op die echt in je postvak bestaan, “Create on server” maakt er een nieuwe aan. Het veld neemt dan het pad over dat je mailserver ervoor gebruikt — de ene server schrijft “INBOX/Processed”, de volgende “INBOX.Processed”, en allebei bedoelen ze hetzelfde.

Verwerkte mails verhuizen naar de “Processed folder”; laat je die leeg, dan blijven ze in het postvak staan. Daaronder stel je in wanneer het opruimen loopt (“Hour”, “Minute”) en hoe oud een bericht mag worden (“Retention (days)”) — anders groeit het postvak stilletjes door.

Postvakken horen bij het team, niet bij het systeem: onder “Team mailboxes” vult elk team zijn eigen adres met een wachtwoord in. Dat adres is tegelijk de afzender van de mails van dat team — zo antwoordt de aanvrager op dezelfde plek waar de post wordt opgehaald.

En nu het deel zonder welk dit alles niet gebeurt: de workflow. Een ingesteld postvak op zich doet helemaal niets. Heeft een team geen ingeschakelde workflow, dan wordt het postvak niet eens opgehaald — geen ticket, geen bevestiging, de mails blijven gewoon staan. Het automatische antwoord aan je klanten bestaat alleen hier, en dat stel je zelf in. Dat is met opzet: een systeem dat ongevraagd naar elk afzenderadres schrijft, zou erger zijn dan een systeem dat stil blijft.

Onder “E-Mail workflows” kies je bovenaan het team en maak je met “+ Add workflow” een workflow aan. Die krijgt een naam (alleen voor jou), een schakelaar “Enabled” en twee uitspraken over wanneer hij geldt: “Match” bepaalt of alle voorwaarden waar moeten zijn (“All conditions”) of dat er één genoeg is, en “Stop after match” beëindigt de doorloop zodra deze workflow heeft gepast — een workflow verderop komt dan nooit aan de beurt. De volgorde wijzig je met de pijltjes ernaast.

Onder “When?” staat de voorwaarde zelf. “Every e-mail in this mailbox” neemt elke mail; “Only when subject or text contains” vraagt om een woord in het onderwerp of in de tekst. “Advanced” maakt het precies: daar kies je waarnaar wordt gekeken — “Subject or body”, “Subject”, “Body”, “Sender (From)” of “Recipient (To/Cc)” — en hoe er wordt vergeleken: “Contains”, “Equals” of “Regex”. Zo scheid je bijvoorbeeld meldingen aan een gedeeld adres van al het andere.

Daaronder staan vijf acties als schakelaars. Zij zijn de eigenlijke inhoud van de workflow — wat niet aanstaat, gebeurt niet:

“Create or append ticket” maakt van de mail een ticket — of hangt haar als opmerking aan een bestaand ticket wanneer de referentie in het onderwerp staat. Zonder deze actie wordt een mail nooit een zaak.

“Set fields” zet prioriteit, status, hoofd- en subcategorie, verantwoordelijk team en behandelaar meteen bij het aanmaken van het ticket. Alles wat op “— Keep default —” blijft staan, blijft zoals het zonder workflow zou zijn.

“Auto-reply” is de bevestiging aan de afzender — de enige plek waar het systeem uit zichzelf antwoordt. Staat deze schakelaar uit, dan krijgt je klant nooit een automatisch antwoord, hoe goed al het andere ook is ingesteld.

“Send mail” stuurt een extra mail: ofwel naar de afzender van de binnenkomende mail, ofwel naar geselecteerde teamleden en vaste adressen. Die heeft eigen “Send conditions” — laat je die leeg, dan gaat hij bij elke doorloop van deze workflow uit.

“Move to folder” bergt de verwerkte mail in een map op. Laat je het veld leeg, dan geldt de algemene “Processed folder” uit de IMAP-instellingen hierboven.

De actie “Auto-reply” in detail: het onderwerp stel je samen uit bouwstenen. “Original subject {originalSubject}” neemt het onderwerp van de binnenkomende mail over, “Ticket reference {ticketTag}” voegt de referentie van de zaak in — samen leveren ze zoiets als “Printer problem [TICKET-99]”.

De referentie komt er niet vanzelf bij. Ze verschijnt alleen waar jij {ticketTag} of {ticketId} neerzet — en juist daaraan herkent het systeem later het antwoord van je klant. Staat ze niet in het onderwerp, dan begint elk vervolgbericht een nieuw ticket in plaats van een opmerking op het oude te worden.

De tekst eronder is je bevestigingsbericht. Schrijf het in het Engels: het loopt door dezelfde export en import als elke andere tekst, en alleen zo is het in de andere talen te vertalen. Laat je het leeg, dan stuurt het systeem zijn eigen standaardbericht. Dezelfde variabelen zijn hier ook toegestaan.

“Reply language” bepaalt in welke taal het onderwerp en de tekst uitgaan: “Standard English” gebruikt Engels, “Fixed language” een taal die jij kiest, “Assigned agent's language” de taal van de toegewezen agent, en “Team default language” de standaardtaal van het team. De vertalingen zelf onderhoud je op de taalpagina.

Één advies dat het systeem ook boven de kaart afdrukt: alles wat bij één zaak hoort, hoort in ÉÉN workflow. Alleen acties binnen dezelfde workflow kennen het ticket dat zojuist is aangemaakt — daarom kan de bevestiging het nummer ervan noemen en een actie uit een tweede workflow niet.

Het hele mailkanaal — in en uit — hoort bij de editie Professional. In Basic verstuurt en ontvangt het systeem geen e-mail; tickets ontstaan daar via het portaal, de telefoon en de agent.

De kaart “SMTP settings” met host, poort, gebruiker, wachtwoord, afzenderadres en de knop “Send test e-mail”.
De weg naar buiten. Elk veld heeft zijn toelichting eronder — de poorten 587 en 465 worden daar uitdrukkelijk genoemd.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “IMAP settings” met de knoppen “Read from server” en “Create on server” in een rood kader.
Typ de map niet, haal haar op: “Read from server” toont de echte mappen, “Create on server” maakt er onder het postvak een nieuwe aan.Afbeelding op ware grootte openen
Het gedeelte “Team mailboxes” met het postvak van het team Helpdesk.
Één postvak per team. Het adres is tegelijk de afzender — daarom staat het hier en niet in de algemene instellingen.Afbeelding op ware grootte openen
Een workflow met zijn naam, “Match”, “Stop after match”, de voorwaarde onder “When?” en de vijf actieschakelaars in een rood kader.
De vijf acties staan in een rood kader. In dit voorbeeld staan “Create or append ticket”, “Auto-reply” en “Move to folder” aan — “Set fields” en “Send mail” staan uit. Zonder zo'n workflow wordt het postvak helemaal niet opgehaald.Afbeelding op ware grootte openen
De actie “Auto-reply” met het onderwerpveld in een rood kader, de bouwstenen, de Engelse tekst en de keuze van de antwoordtaal.
Het onderwerp bevat de bouwstenen “{originalSubject} {ticketTag}” — daaraan herkent het systeem later het antwoord van de klant. Eronder staan de tekst en de antwoordtaal, hier die van de toegewezen agent.Afbeelding op ware grootte openen

Agentstatus (beschikbaarheid)

Elke agent laat zien of hij op dit moment beschikbaar is, en bij het toewijzen van een ticket staat de toestand naast de naam. Alles in dit blok hoort bij Basic. De automatische verdeling die afwezige agenten overslaat, is een aparte functie en hoort bij Professional.

1

Beschikbaar, bezet, afwezig

Elke agent heeft een van drie toestanden en zet die zelf, in het gebruikersmenu linksonder in de zijbalk. De drie regels staan onder de kop “Availability”.

Een stip toont de toestand. “Available” heeft een groene stip, “Busy” een oranje en “Away” een lege ring.

De drie verschillen niet alleen in kleur maar ook in vulling, zodat iemand die kleuren moeilijk uit elkaar houdt het verschil toch ziet.

Je eigen stip staat op je accountafbeelding linksonder, zodat je het menu niet hoeft te openen om haar te zien.

Wijs je een ticket toe, dan staat de toestand achter de naam. Is er een einde van de afwezigheid vastgelegd, dan staat dat er ook.

Een agent die niet beschikbaar is, blijft te kiezen en wordt alleen als zodanig gemarkeerd. Of het ticket er toch naartoe gaat, beslis jij.

Er worden je alleen agenten aangeboden van het team waar het ticket bij hoort.

Alleen agenten en beheerders hebben een toestand. Een klant heeft er geen.

Meer hierover in de kaart: Meerdere tickets in één keer aan één agent toewijzen

Het gebruikersmenu in de zijbalk met de drie toestanden “Available”, “Busy” en “Away” en een vinkje bij de huidige.
Het eigen gebruikersmenu van de agent. De drie toestanden staan bovenaan, de geldende draagt een vinkje. Dezelfde stip staat eronder op de accountafbeelding.Afbeelding op ware grootte openen
De keuzelijst “Assign to” op een ticket, geopend, met de agenten van het team en bij één regel de markering “Away until”.
Het rode kader ligt op de regel van Lena Chen. Achter de naam staan haar toestand en het einde van de afwezigheid. Ze blijft te kiezen. Alleen de agenten van het team waar het ticket bij hoort, worden aangeboden.Afbeelding op ware grootte openen
2

Ziekte en vakantie worden door een beheerder ingevoerd

Wie ziek is, meldt zich zelden eerst af. Daarom kan een beheerder de toestand voor iemand anders zetten, in het bewerkformulier van het account onder “User management”.

Het formulier heeft daarvoor twee velden. “Availability” bevat de toestand, “Away until” bevat het einde van de afwezigheid.

Het tweede veld verschijnt alleen bij “Away”. Voor “Busy” of “Available” valt er geen einde in te vullen.

Zonder datum duurt de afwezigheid tot iemand haar beëindigt. Met een datum eindigt ze vanzelf. De aanwijzing onder het veld zegt dat: “Leave empty for an absence without a set end.”

Een datum in het verleden wordt niet geaccepteerd. Die zou meteen verlopen zijn, en je collega zou nog steeds als beschikbaar in de lijst staan.

Beide velden verschijnen alleen bij agenten en beheerders. Zet je in hetzelfde formulier de rol op “Customer”, dan verdwijnen ze.

Één veld draagt allebei. Een ziektedag en drie weken vakantie zijn voor het systeem hetzelfde, met een andere datum.

Het bewerkformulier van een account met het veld “Availability” op “Away” en “Away until” met een datum.
De rode kaders liggen op de twee velden. Ze staan helemaal onderaan het formulier, en alleen bij agenten en beheerders.Afbeelding op ware grootte openen
3

“Busy” zet zichzelf na een uur terug

“Busy” duurt een uur. Daarna is de agent weer beschikbaar zonder er iets voor te hoeven doen.

Het menu toont de resterende tijd naast de toestand, bijvoorbeeld “60 min left”.

Het uur ligt vast. Het is een vangnet tegen vergeten, geen bedrijfsregel. Wie langer niet beschikbaar is, kiest “Away”.

Het terugzetten is een tijdstip, geen taak. Het account bevat het moment waarop de toestand eindigt, en de toestand wordt uitgerekend wanneer iemand haar leest. Stond de server dat uur uit, dan is de agent daarna gewoon weer beschikbaar. Er blijft geen achterstand liggen die een achtergronddienst moet inhalen.

“Away” verloopt alleen als er een einde is vastgelegd. Zonder dat blijft het staan tot iemand het wijzigt.

Zetten agenten zichzelf op “Away”, dan krijgt de toestand geen einde. Alleen een beheerder geeft een einddatum mee.

Het gebruikersmenu met de toestand “Busy”, de resterende tijd “60 min left” en het vinkje ernaast.
Het rode kader ligt op de geldende toestand. Het vinkje staat rechts, de resterende tijd naast de toestand. De stip op de accountafbeelding is nu oranje.Afbeelding op ware grootte openen
4

Geen historie van de beschikbaarheid en geen uitsplitsing per persoon

Het systeem onthoudt alleen welke toestand op dit moment geldt. Het legt niet vast wie wanneer bezet of afwezig was.

Daarom toont de gebruikerslijst de toestand van nu en verder niets. Er is geen kolom met een historie en geen rapport over aanwezigheid.

Dit is een beslissing, geen ontbrekend stuk. Beschikbaarheidsgegevens per persoon zijn gedragsgegevens, en in veel bedrijven heeft de ondernemingsraad daar zeggenschap over.

Een historie is ook niet nodig. De toestand beantwoordt één vraag: is deze collega op dit moment beschikbaar? “Busy” eindigt na een uur vanzelf.

Hoeveel tickets een agent heeft, zie je in de ticketlijst, waar “Assigned to” op één persoon filtert. Hoe lang iemand afwezig was, staat nergens opgeschreven.

De gebruikerslijst met een gekleurde stip voor de namen van de agenten en de kolommen Name, Email, Team, Role en Actions.
De rode kaders liggen op twee agenten die niet beschikbaar zijn. De lijst toont de toestand van nu. Er is geen kolom met een historie.Afbeelding op ware grootte openen

Automatische toewijzing van tickets

Een nieuw ticket kan meteen een eigenaar krijgen. Het systeem gebruikt de beschikbaarheid uit het vorige blok, de verdeling wordt per team aangezet, en als fabrieksinstelling staat ze uit. Dit hele blok hoort bij Professional.

1

De verdeling hoort bij het team

Alleen Professional

Zonder verdeling belandt elk nieuw ticket in de pool. Iemand moet het oppakken of iemand moet het uitdelen, en allebei werkt zolang er iemand oplet.

Zet je de verdeling aan, dan krijgt elk nieuw ticket bij het aanmaken een eigenaar. Dat gebeurt meteen en niet een paar minuten later.

De instelling staat op het team onder “Settings → Teams” en elk team beslist voor zichzelf. Het ene team kan verdelen terwijl het team ernaast uit de pool werkt.

Als fabrieksinstelling staat elk team op “Off”. Een bestaande omgeving verandert haar gedrag niet alleen maar omdat de functie bestaat.

Tickets gaan naar de leden van het team. Een beheerder die in de wachtrij meewerkt en lid van dat team is, krijgt net als een agent tickets.

Het gedeelte “Automatic assignment” in het dialoogvenster van het team Helpdesk, op “Round robin”, met twee toelichtende zinnen eronder.
De instelling staat op het team. Onder het veld legt één zin de gekozen werkwijze uit, en daaronder staat wie er wordt overgeslagen.Afbeelding op ware grootte openen
Het geopende keuzeveld met de drie regels “Off”, “Round robin” en “Least load”.
Drie regels om uit te kiezen. “Off” is de fabrieksinstelling.Afbeelding op ware grootte openen
2

Om de beurt of naar de minste belasting

Alleen Professional

Er zijn twee werkwijzen en je kiest er per team één.

“Round robin” gaat om de beurt rond. Het nieuwe ticket gaat naar de beschikbare agent van wie de laatste automatische toewijzing het langst geleden is, zodat wie net bij het team is gekomen als eerste aan de beurt is.

“Least load” kijkt naar het bureau. Het nieuwe ticket gaat naar de beschikbare agent met de minste openstaande tickets.

Een ticket dat op de aanvrager wacht, telt half. Iemand met veel openstaande vragen is niet op dezelfde manier bezet als iemand met een stapel verse storingen.

Een opgelost of gesloten ticket telt helemaal niet meer mee. Dat geldt ook voor een status die je zelf hebt aangemaakt, zolang die als opgelost of gesloten is gemarkeerd.

De uitkomst is bij beide werkwijzen na te rekenen. Staan twee agenten gelijk, dan beslist altijd dezelfde regel, nooit het toeval.

Hetzelfde gedeelte in het dialoogvenster van het netwerkteam, op “Least load”, met de zin over tickets die half tellen.
Hetzelfde veld bij een ander team, hier op “Least load”. De zin eronder verandert mee met de instelling.Afbeelding op ware grootte openen
3

Wie er niet is, krijgt niets

Alleen Professional

Voor elke toewijzing vraagt de verdeling naar de toestand van de agent. “Busy” en “Away” worden overgeslagen.

Vergrendelde en verwijderde accounts komen ook niet in aanmerking, en iedereen die geen lid is van het team waar het ticket bij hoort evenmin.

Is er niemand beschikbaar, dan blijft het ticket zonder eigenaar, en het aanmaken loopt gewoon door.

Dat is bewust zo. Iedereen ziet een ticket in de pool, en niemand ziet een ticket dat bij iemand ligt die afwezig is.

De tickethistorie draagt de reden: er staat “(nobody available)” in plaats van een naam.

Meer hierover in de kaart: Beschikbaar, bezet of afwezig

De historie van een ticket met een regel “Auto-assignment” die “(nobody available)” noemt in plaats van een persoon.
Er was niemand beschikbaar en het ticket bleef in de pool. Het rode kader ligt op de regel die de reden noemt.Afbeelding op ware grootte openen
4

Wat de verdeling raakt en wat niet

Alleen Professional

De verdeling werkt op elke weg waarlangs een ticket ontstaat, en daar horen tickets uit het e-mailpostvak bij.

Ze werkt op dezelfde manier op de subtickets van een aanvraag: elk ervan wordt verdeeld binnen het team dat het krijgt.

Een ticket dat een mens heeft toegewezen, raakt de verdeling nooit aan. Kies je bij het aanmaken zelf een eigenaar, dan blijft jouw keuze staan.

Elke automatische toewijzing wordt in de tickethistorie vastgelegd, met “Auto-assignment” als auteur en de naam van de agent ernaast.

De agent krijgt dezelfde mail als bij een toewijzing met de hand. Staat het ticket nog op “Open”, dan gaat het naar “Assigned”.

Meer hierover in de kaart: Een e-mail wordt een ticket

De historie van een ticket met twee regels “Auto-assignment”: de toewijzing aan een agent van het team en de statuswijziging van “Open” naar “Assigned”.
De historie noemt de automatisering. Ze heeft het ticket toegewezen en de status meteen meegenomen.Afbeelding op ware grootte openen
5

Het rapport over de verdeling

Alleen Professional

Wie een automatisering laat draaien, moet kunnen nagaan wat ze doet. Daar staat op de rapportpagina een eigen kaart voor.

Bovenaan staan twee getallen. Links hoeveel tickets de automatisering heeft uitgedeeld, rechts hoe vaak er niemand beschikbaar was.

Naast het getal rechts staan de nummers van de tickets waarbij het gebeurde, zodat je met één klik op de plek zelf bent.

Daaronder staat per agent één regel met zijn aantal en zijn beschikbaarheid. De regels komen uit het lidmaatschap van het team.

Een regel met een nul is dus geen fout. Daar is de tabel voor.

Wie wekenlang op “Away” heeft gestaan, heeft geen tickets gekregen en staat er toch in, met de reden naast de nul.

Deze kaart is een logboek van de machine en geen beoordeling van mensen. Er is geen historie van de beschikbaarheid en geen rapport over wie hoe lang aanwezig was.

Meer hierover in de kaart: Geen historie van de beschikbaarheid, geen uitsplitsing per persoon

De rapportpagina met de kaart “Automatic assignment” tussen de andere rapporten.
De kaart staat op de rapportpagina. Het rode kader laat zien waar je haar vindt.Afbeelding op ware grootte openen
Het vak “Nobody available” met zijn getal, een toelichtende zin en het nummer van het ticket waarbij het gebeurde.
Het tweede getal staat met hetzelfde gewicht naast het eerste. Eronder staan de nummers van de tickets die in de pool bleven.Afbeelding op ware grootte openen
De rapporttabel met zes agenten, hun aantallen en hun beschikbaarheid, met daarbij één regel met een nul en een opmerking “Away”.
Één regel per agent. Het rode kader ligt op de regel met de nul die de reden ernaast draagt.Afbeelding op ware grootte openen

Aanvragen met taken en goedkeuring

Sommige aanvragen zijn niet één ticket. Een aanvraag maakt haar taken aan zodra ze wordt ingediend, elk als een eigen ticket in het team dat het afhandelt, en goedkeuringen zijn mogelijk maar niet verplicht. Dit hele blok hoort bij Professional.

1

Een aanvraag maakt haar eigen taken aan

Alleen Professional

“Er begint een nieuwe collega” is niet één ticket. Het is een laptop, twee accounts, een telefoontoestel en misschien toegang van buitenaf. Elk stuk hoort bij een ander team, en je wilt toch één zaak die zegt hoe het ervoor staat.

Daar is een aanvraag voor. Het is een ticket dat zijn taken aanmaakt op het moment dat het wordt ingediend, en elke taak wordt een eigen ticket in het team dat haar afhandelt.

Een aanvraag is geen tweede ding om te onderhouden. Ze leeft op een ticketsjabloon: onder “Settings → Request workflows” vind je elk ticketsjabloon, en aan een daarvan hang je de taken.

Per taak stel je vier dingen in. “Task” is de naam die de aanvrager leest, “Handled by” is het team dat haar krijgt, en “Ticket title” en “What the team has to do” vullen het ticket dat eruit ontstaat.

Meerdere taken mogen naar hetzelfde team wijzen. Dat team krijgt dan meerdere tickets, niet één ticket met een lijst erin.

Een taak zonder team wordt helemaal niet aangeboden. Het veld zegt dat zelf: “Not assigned yet — this task is not offered”. Zo kun je een plan opslaan dat nog niet af is.

Boven de taken staat een zin die het hele plan samenvat: wat er als fabrieksinstelling wordt aangemaakt, hoeveel de aanvrager mag wijzigen, en wie het vrijgeeft. Wijzig je een instelling, dan herschrijft de zin zichzelf.

De lijst met ticketsjablonen onder “Request workflows”, elk met het aantal taken en een knop “Edit tasks”.
Elk ticketsjabloon op één plek, met erbij hoeveel taken het draagt. Het rode kader ligt op de weg naar het plan.Afbeelding op ware grootte openen
Het plan met zijn samenvattende zin en de eerste taken, elk met een naam, een team en een keuzemodus.
Bovenaan de zin die het plan samenvat, eronder de taken, elk met hun team en hun keuzemodus.Afbeelding op ware grootte openen
2

De aanvrager vinkt aan wat er nodig is

Alleen Professional

Kiest iemand het sjabloon in het formulier voor een nieuw ticket, dan verschijnt het vak “What is needed?” met per taak één aan te vinken regel.

Er zijn drie soorten, per taak in te stellen. “Selectable, off by default” begint leeg, “Selectable, on by default” begint aangevinkt en kan worden uitgevinkt, en “Always — cannot be deselected” loopt altijd.

Een taak die altijd loopt, wordt toch getoond, gemarkeerd met “(always included)”. De aanvrager hoort te zien wat er hoe dan ook gebeurt.

Onder het vak lees je wat eruit voortkomt: “Each selected item becomes its own ticket for the team that handles it.”

Ook een klant kan een aanvraag indienen, zolang het sjabloon voor klanten is vrijgegeven. De schakelaar daarvoor staat op het sjabloon.

De klant ziet dan alleen de eigen aanvraag. De tickets in de vakteams blijven voor hem verborgen, ook al zijn ze door zijn aanvraag ontstaan — daar staan toegangsgegevens en interne notities in.

Meer hierover in de kaart: Ticketsjablonen zijn stuk voor stuk voor klanten vrij te geven

Het vak “What is needed?” in het formulier voor een nieuw ticket met vier aan te vinken taken.
Het vak in het formulier van de aanvrager. De eerste regel loopt altijd en is niet uit te vinken, de tweede is als fabrieksinstelling aangevinkt, en eronder staat wat elk vinkje gaat worden.Afbeelding op ware grootte openen
3

Voortgang op de aanvraag

Alleen Professional

Op de aanvraag zelf staan de taken onder “Workflow tasks”, met het aantal ernaast, bijvoorbeeld “1 of 4 done”.

Elke regel toont de naam van de taak, het nummer van haar ticket, het team en de behandelaar, en de naam is een link naar dat ticket.

“Done” komt uit de status van het ticket, niet uit een apart vinkje. Wat in de ticketlijst als gesloten telt, telt hier als klaar — twee manieren om hetzelfde te tellen zouden vroeg of laat uit elkaar lopen.

Het blok verschijnt alleen op een aanvraag. Een gewoon ticket toont het niet.

Het blok “Workflow tasks” op de aanvraag met vier taken, hun ticketnummers en teams.
Het rode kader ligt op de regel met het aantal. Eronder laat elke taak zien in welk ticket en in welk team ze zit; het vinkje links komt uit de status.Afbeelding op ware grootte openen
4

Één goedkeuring voor de hele aanvraag

Alleen Professional

Een goedkeuring geldt voor de hele aanvraag, niet voor elke losse taak. Acht applicaties zijn één mail aan de leidinggevende, geen acht.

Dat stel je in onder “Approvals” in hetzelfde plan, en de zin erboven noemt de regel: “One approval covers the whole request. Add a second stage only when single tasks need their own release.” Elke stap heeft drie instellingen: “Covers” zegt waarvoor ze geldt, “Decided by” zegt waar de goedkeurder vandaan komt, en “Approver” bevat de persoon.

De goedkeurder heeft geen account in het ticketsysteem nodig: je vult een e-mailadres in en de beslissing valt via een link. Een leidinggevende die twee keer per kwartaal goedkeurt, kost dus geen agentplaats.

De mail bevat precies één link naar een pagina. In de mail zelf staan bewust geen knoppen om goed te keuren of af te wijzen: een virusscanner die elke link opent, zou anders goedkeuren.

De pagina heet “Approval request”. Ze toont het nummer en de titel van de aanvraag, de aanvrager, en onder “This decision covers” de taken waar deze beslissing over gaat, met daaronder een opmerkingenveld en de twee knoppen.

De link blijft niet eeuwig geldig, en de pagina noemt de termijn: “Please decide by …”.

Een beslissing is niet terug te nemen, en daarna zegt de pagina dat: “A decision cannot be changed.”

Het gedeelte “Approvals” van het plan met twee stappen, elk met een naam, een adres en een herinnering.
Twee stappen op één plan: de eerste geldt voor de hele aanvraag, de tweede alleen voor de taken die ernaar wijzen. De goedkeurder is een adres, geen account.Afbeelding op ware grootte openen
De goedkeuringsmail in het postvak met één enkele link naar de beslispagina.
Zo bereikt de aanvraag de goedkeurder. De mail bevat één link en verder niets om aan te klikken; de beslissing valt op de pagina erachter.Afbeelding op ware grootte openen
De pagina “Approval request” met de aanvraag, de aanvrager, de taak waar het over gaat, het opmerkingenveld en de knoppen “Approve” en “Reject”.
De beslispagina. “This decision covers” zegt waar het over gaat. De goedkeurder is niet aangemeld en heeft geen account.Afbeelding op ware grootte openen
5

Een tweede stap voor losse taken

Alleen Professional

Sommige taken hebben een eigen vrijgave nodig. Toegang van buitenaf is niet hetzelfde als een laptop.

Daarvoor voeg je een tweede stap toe en kies je die op de taak onder “Extra approval”. Zolang daar “None — the request approval is enough” staat, is de vrijgave van de aanvraag genoeg. Beide stappen worden tegelijk gevraagd, niet na elkaar.

Een taak is vrijgegeven zodra elke stap die haar betreft heeft ingestemd. De andere taken beginnen zodra de aanvraag zelf is goedgekeurd.

Tot dan is de taak vergrendeld: haar ticket staat op “Waiting for approval”, heeft geen behandelaar, en de statuskeuzelijst biedt niets aan.

De vergrendeling geldt ook voor massa-acties op de ticketlijst. Selecteer je daar zo'n ticket, dan lees je de reden: “This task is waiting for approval and cannot be worked on yet.”

Het ticket wordt toch meteen aangemaakt, zodat het vakteam ziet wat eraan komt en niemand de aanvraag in de gaten hoeft te houden.

De actiekaart van een vergrendelde taak met de status “Waiting for approval” en een lege statuskeuzelijst.
De taak die op haar eigen stap wacht. Het rode kader ligt op de huidige status; daarboven staat een streepje, omdat er geen overgang wordt aangeboden.Afbeelding op ware grootte openen
6

Wel een herinnering, maar geen vrijgave door tijdsverloop

Alleen Professional

Je kunt per stap een herinnering instellen, opgegeven in uren.

Komt er geen antwoord, dan gaat dezelfde mail na die tijd opnieuw uit, met dezelfde link als de eerste. Wie de eerste mail heeft bewaard, kan die nog steeds gebruiken.

Zonder herinnering wacht de aanvraag gewoon, zonder opnieuw te vragen.

Wat er niet is, is een vrijgave door het verstrijken van tijd. Onder het veld staat het met zoveel woorden: “A request is never approved automatically. If nobody reacts, it keeps waiting.” Een termijn die uit zichzelf instemt, zou geen goedkeuring zijn maar een formaliteit.

Één goedkeuringsstap met het herinneringsveld, opgegeven in uren, in een rood kader.
De herinnering hoort bij de stap en wordt in uren opgegeven. Laat je haar leeg, dan vraagt het systeem niet opnieuw.Afbeelding op ware grootte openen
7

Een afwijzing bereikt de aanvrager met de reden

Alleen Professional

Afwijzen vraagt om een reden. Zonder tekst neemt de pagina de afwijzing niet aan.

Het veld zegt waar de tekst terechtkomt: “Comment (required when you reject — the requester will see it)”. Een interne notitie hoort hier niet.

De aanvrager krijgt een e-mail met de reden en hoeft niet te vragen waarom er niets gebeurt.

Goedkeuren vraagt geen reden. Dat is de verwachte uitkomst.

Wijst alleen een tweede stap af, dan betreft de weigering alleen de taken van die stap. De rest van de aanvraag loopt door.

Een afgewezen taak krijgt de status “Rejected” en telt als afgehandeld, zodat de aanvraag niet eeuwig blijft hangen op iets wat nooit gaat komen.

De beslispagina na de afwijzing, met “You rejected this request.” en de opmerking dat een beslissing niet te wijzigen is.
Na de beslissing: de pagina bevestigt wat de goedkeurder heeft gedaan en zegt dat het zo blijft.Afbeelding op ware grootte openen
8

Het controlespoor en de goedkeurder op vakantie

Alleen Professional

Op de aanvraag toont “Approvals” per stap één regel met de goedkeurder, de toestand, en bij een openstaande aanvraag hoe lang die al wacht.

Na de beslissing toont de regel wanneer die is genomen en met welke opmerking. Dat is het controlespoor, en het blijft bij de zaak.

Is de goedkeurder op vakantie, dan verplaatst een beheerder de aanvraag naar een ander adres. De knop heet “Reassign” en verschijnt alleen zolang de aanvraag openstaat.

Alleen een beheerder mag dit. Een agent die kon verplaatsen, zou naar zichzelf kunnen verplaatsen en daarna beslissen.

Verplaatsen maakt een nieuwe link aan, en de oude vervalt onmiddellijk — ook als iemand hem heeft doorgestuurd.

De verplaatsing zelf staat in dezelfde lijst: wie haar heeft gedaan, wanneer, van wie naar wie.

Niemand kan namens iemand anders beslissen. De link is de enige weg, en wie hem heeft gekregen, staat bij de zaak vastgelegd.

Het dialoogvenster “Reassign” dat om het nieuwe adres vraagt, met het veld ingevuld.
Het dialoogvenster vraagt naar het adres waar de aanvraag in plaats daarvan naartoe moet. Je bevestigt met hetzelfde woord waarmee je het hebt geopend.Afbeelding op ware grootte openen
De lijst “Approvals” met de goedgekeurde eerste stap, de afgewezen tweede stap, beide opmerkingen en de aantekening over de verplaatsing.
Beide stappen met hun beslissing, hun tijdstip en hun opmerking. Het rode kader ligt op de stap die is verplaatst, en eronder staat wie haar van wie naar wie heeft verplaatst.Afbeelding op ware grootte openen

Antwoord- en ticketsjablonen

Twee soorten sjabloon voor twee momenten: een antwoordsjabloon vult de opmerkingeneditor op een openstaand ticket, een ticketsjabloon vult het formulier voor een nieuw ticket. Allebei horen ze bij Basic. Alleen een antwoord als e-mail versturen hangt aan het mailkanaal en dus aan Professional — het sjabloon zelf niet.

1

Antwoordsjablonen: tekst en veldacties (status, toewijzing, prioriteit …) in één keuze

Voordat je begint: Beheren en toepassen zijn twee verschillende rechten. Beheerders en agenten kunnen standaard allebei. Toepassen mag iedereen die aan het ticket mag werken. Ook als een rol de instellingen niet mag beheren, kan ze een sjabloon toch toepassen.

Sjablonen staan onder “Settings → Templates”. De regel onder de kop zegt wat ze doen en wat niet: “Reply templates fill the comment editor and suggest field actions. Nothing is sent automatically.” Een sjabloon is een voorbereide zet, geen machine — versturen doe je altijd zelf.

Er zijn twee soorten en je kiest er een bij het aanmaken: “Add reply template” voor het antwoord op een openstaand ticket, “Add ticket template” voor het formulier voor een nieuw ticket. De soort is later niet te wijzigen, omdat ze bepaalt welke velden het formulier überhaupt toont. Het label boven elk sjabloon zegt naar welke je kijkt: blauw “Reply template”, groen “Ticket template”.

Een antwoordsjabloon bestaat uit de antwoordtekst (“Reply text”), het vinkje “Internal note” en een willekeurig aantal acties. Er zijn zes acties: “Set the status”, “Set the priority”, “Assign to a user”, “Remove the assignee”, “Hand over to another team” en “Set a follow-up”.

De lijst “Assign to a user” begint met de regel “The agent who applies it”. Neem die wanneer meerdere mensen het sjabloon delen: het ticket hoort dan bij wie het heeft toegepast, niet bij één vaste persoon uit de lijst. “Set a follow-up” vraagt om een hoeveelheid en een eenheid (minuten, uren, dagen, werkminuten, werkuren, werkdagen) plus de notitie die je later vertelt waarom het ticket terug is.

Het blauwe vak aan het eind van elk sjabloon schrijft in één zin op wat het gaat doen — bijvoorbeeld “Inserts the text as a public comment, sets status to Waiting for Service Provider Response, assigns to the applying agent, sets a follow-up in 3 days.” De zin bouwt zichzelf opnieuw op terwijl je bewerkt. Het is je tegenproef: staat er iets anders dan je bedoelde, dan is er één instelling fout.

Tekst is niet verplicht. “Draag dit over aan het netwerkteam zonder een woord te schrijven” is een geldig sjabloon — de zin luidt dan “Suggests actions without a reply text”.

De pagina “Templates” met de knoppen “Add reply template” en “Add ticket template” in een rood kader.
De soort kies je bij het aanmaken: twee knoppen in plaats van een schakelaar. Eronder liggen de sjablonen open — elk met zijn label en zijn bereik.Afbeelding op ware grootte openen
De drie actieregels van een antwoordsjabloon, in een rood kader, met de blauwe zin in gewone taal eronder.
Drie acties op één sjabloon: status, toewijzing aan wie het toepast, opvolging over drie dagen. De zin eronder zegt hetzelfde in één stuk.Afbeelding op ware grootte openen
2

Voorgestelde acties zijn vóór het versturen stuk voor stuk uit te vinken

Op een openstaand ticket staat de knop “Template” boven de opmerkingeneditor. Een klik opent het zoekveld met suggesties (“Search templates…”), en een keuze vult de opmerkingeneditor. Verder gebeurt er niets, en de regel eronder zegt dat: “Nothing happens until you add the comment.”

Elke actie van het sjabloon wordt een chip naast de knop — in gewone woorden, niet in jargon: “sets status to Waiting for Service Provider Response”, “assigns to the applying agent”, “sets a follow-up in 3 days”. Een klik op een chip streept hem door: hij is uitgevinkt en loopt niet. Nog een klik brengt hem terug.

Uitgevinkte acties worden doorgestreept, niet verwijderd. Zo blijft zichtbaar wat het sjabloon had voorgesteld — en blijft de beslissing omkeerbaar zolang je niet hebt verstuurd.

Welke chips actief beginnen, bepaalt het sjabloon: in de instellingen draagt elke actie een schakelaar “Suggested”. Die schakelaar is het voorstel voor elk geval; de chip op het ticket is de beslissing voor dit ene.

De “×” achter de chips haalt het sjabloon er weer af. De tekst blijft in de editor staan — je hebt hem misschien al herschreven; alleen de werking verdwijnt, dus acties, mail en bijlagen.

Versturen doe je met de gewone opmerkingenknop. Pas dan wordt de opmerking aangemaakt, en pas daarna lopen de acties die nog actief zijn.

De opmerkingeneditor van een ticket met de knop “Template”, drie chips ernaast — de laatste doorgestreept — en de ingevoegde tekst eronder.
Twee acties gaan lopen, de derde is uitgevinkt: de opvolging over drie dagen past niet bij deze zaak, de rest wel. De tekst staat in de editor en is nog te wijzigen.Afbeelding op ware grootte openen
3

Variabelen (aanvrager, ticketnummer, titel …) – bij het invoegen van het sjabloon komen de echte waarden in de tekst

In de antwoordtekst mag je vijf variabelen gebruiken; de lijst staat onder het veld: “{requesterName}, {ticketId}, {ticketTitle}, {ticketRef}, {agentName}”. Schrijf ze met accolades, precies zoals ze daar staan.

“{ticketRef}” is de ticketreferentie in de vorm “[TICKET-8-…]”. Daaraan herkent het systeem het antwoord van een klant wanneer dat per e-mail terugkomt. “{ticketId}” is daarentegen alleen het kale nummer.

Ze worden ingevuld op het moment dat het sjabloon wordt TOEGEPAST, niet bij het opslaan: op de instellingenpagina blijft “{requesterName}” staan, in de opmerkingeneditor op het ticket staat de echte naam. De reden is praktisch — invullen bij het opslaan zou de waarden van ÉÉN ticket voorgoed in het sjabloon branden.

Zo lees je de afgeronde tekst voordat er iets de deur uit gaat. Past de aanhef niet, dan wijzig je hem in de editor zoals elke andere tekst.

Wie er als “aanvrager” geldt, bepaalt het ticket en niet het account: de aanvrager die op het ticket staat, gaat voor het account dat het heeft ingediend. Dient een agent na een telefoongesprek een ticket in voor een collega, dan groet het antwoord toch die collega en niet de agent.

Een verkeerd getypte variabele wordt bij het opslaan geweigerd, en ze wordt genoemd: “Reply text: unknown placeholders {requesterNam}. Available here: {requesterName}, {ticketId}, {ticketTitle}, {ticketRef}, {agentName}.” Zo merk je het terwijl je het sjabloon schrijft, en niet bij een klant.

Het e-mailonderwerp heeft zijn EIGEN, kortere lijst (“{originalSubject}, {ticketTag}, {ticketId}”) — daarom staat die daar een tweede keer afgedrukt. Een variabele uit de tekst werkt niet in het onderwerp en wordt net zo geweigerd.

Het veld “Reply text” van een sjabloon met variabelen in de tekst, in een rood kader, en eronder de lijst met toegestane variabelen.
Zo ziet het sjabloon eruit in de instellingen: met de variabelen, niet met waarden. De regel eronder somt op welke er bestaan.Afbeelding op ware grootte openen
Hetzelfde sjabloon toegepast op een ticket: de opmerkingeneditor bevat de naam, de titel en de ticketreferentie voluit.
Dezelfde tekst op het ticket: “Hello Amir Khan”, de titel van het ticket, de referentie “[TICKET-8-…]” — en als ondertekening de agent die het sjabloon heeft ingevoegd. Er is nog niets verstuurd.Afbeelding op ware grootte openen
4

Antwoord desgewenst als e-mail naar de aanvrager

Alleen Professional

Voordat je begint: Het mailkanaal als geheel is Professional — inkomend zowel als uitgaand. Daarbovenop moet bij het postvak van het team het versturen bij ticketacties aanstaan. Staat dat uit, dan wordt de mailchip op het ticket helemaal niet aangeboden; de acties van het sjabloon lopen als altijd, alleen de mail valt weg.

De schakelaar “Send the comment as e-mail” maakt van de opmerking ook de mail. Er is bewust geen tweede tekstveld voor: wat in het ticket staat, is wat de klant leest — twee teksten zouden vroeg of laat uit elkaar lopen.

Onder “Recipient” kies je tussen “Requester”, “Assignee”, “Observers” en “Fixed address”. Wie de aanvrager is, zoekt de server uit wanneer het sjabloon wordt toegepast — een sjabloon kent het ticket nog niet. Naar het postvakaccount zelf wordt nooit geschreven; dat zou een bericht aan onszelf zijn.

Het onderwerp mag “{originalSubject}”, “{ticketTag}” en “{ticketId}” bevatten. Houd “{ticketTag}” erin: aan die referentie herkent het systeem het antwoord van de klant en hangt het aan hetzelfde ticket. Zonder haar wordt elk antwoord een nieuw ticket.

De mail gaat als platte tekst uit. Vet, lijsten en links worden er vóór het versturen af gehaald, anders zou de klant de ruwe opmaakcode lezen. In het ticket houdt de opmerking haar opmaak.

Op het ticket is de mail nog een chip naast de acties (“E-mail to Requester”) en net zo uit te vinken als die. Zo verstuurt een sjabloon nooit iets zonder dat jij het hebt gezien. De chip verschijnt alleen wanneer het postvak van het team mails bij ticketacties verstuurt.

De bijlagen van een sjabloon (“Attachments”) zijn eigen kopieën van de bestanden. Het toepassen van het sjabloon voegt ze aan het TICKET toe, met een eigen regel in de historie — ze horen niet bij de mail. Bijlagen op een sjabloon vragen geen Professional-licentie; alleen het versturen wel.

Het mailblok van een sjabloon met de schakelaar “Send the comment as e-mail” in een rood kader, de ontvanger en het onderwerp.
Schakelaar, ontvanger en onderwerp. Het onderwerp bevat “{ticketTag}” — de referentie waaraan het antwoord van de klant wordt herkend.Afbeelding op ware grootte openen
5

Een sjabloon rechtstreeks vanuit een bestaand ticket maken

De meeste sjablonen ontstaan niet aan een tekentafel maar op het moment dat je hetzelfde antwoord voor de tweede keer schrijft. Daarom draagt elke opmerking op een ticket rechts een klein bladpictogram met het opschrift “Make template”. Dat neemt precies die opmerking als begintekst — ook de opmerking van een collega.

Heeft het ticket bijlagen, dan vraagt een dialoogvenster eerst welke mee moeten: “Tick only the attachments the template should carry — one of them may be a customer’s screenshot. Nothing is ticked by default.” Er staat niets vooraf aangevinkt, en dat is met opzet.

Daarna kom je op de sjablonenpagina terecht met een concept dat nog NIET is opgeslagen. Bovenaan staat de oranje banner “Draft from ticket #… — name it and review the text (it may contain customer details), then save.” De naam is leeg: die moet je geven, anders wordt er niet opgeslagen.

Wat er wordt overgenomen: de tekst, het vinkje “Internal note”, het team van het ticket, en de toestand van het ticket als voorstel — de status en de prioriteit staan er al als twee acties. Wat er niet wordt overgenomen: aanvrager, adres en titel. Die horen bij dit ene geval.

Lees de tekst voordat je opslaat. Hij komt uit een echte zaak en kan een naam, een ordernummer of een ruimte bevatten. Er wordt niets voor je geanonimiseerd — de banner zegt dat, maar het doen is jouw werk.

Pas “Save” maakt het sjabloon aan; de aangevinkte bijlagen worden dan mee gekopieerd en met een melding bevestigd.

Een opmerking op een ticket met het bladpictogram “Make template” in een rood kader, naast de knoppen om te bewerken en te verwijderen.
De weg begint bij de opmerking, niet in de instellingen: het bladpictogram rechts van het antwoord dat je wilt hergebruiken.Afbeelding op ware grootte openen
Het dialoogvenster “Make a template from this comment” met de twee bijlagen van het ticket, geen van beide aangevinkt.
Aan dit ticket hangen twee bijlagen, geen van beide aangevinkt. Een ervan is de schermafbeelding van de klant zelf — die hoort niet in een bibliotheek met standaardantwoorden.Afbeelding op ware grootte openen
6

Concepten blijven privé tot ze worden gepubliceerd; bereik per team of overal

“Applies to” bepaalt wie het sjabloon aangeboden krijgt: één bepaald team of “All teams”. Een nieuw sjabloon begint bij een concreet team — “All teams” is een keuze die iemand moet maken, geen stille standaard.

Op een ticket krijg je de sjablonen van het verantwoordelijke team plus de algemene aangeboden. Verhuist het ticket na een overdracht naar een ander team, dan verhuist de lijst mee — je kiest dan uit de sjablonen van het nieuwe team.

De schakelaar “Draft” maakt van het sjabloon je werkplaats: “Only you can see this template until you publish it.” Het concept van iemand anders staat in geen enkele lijst en is ook via zijn adres niet te bereiken — ook niet voor beheerders. Een nieuw sjabloon begint als concept; pas als je dat uitzet en opslaat, zien de anderen het.

Twee sjablonen mogen niet dezelfde naam dragen als ze elkaar kunnen tegenkomen: een algemeen sjabloon botst met elk sjabloon van dezelfde naam, in welk team dan ook. Een antwoordsjabloon en een ticketsjabloon mogen wél dezelfde naam dragen — die staan nooit samen in dezelfde lijst.

“Duplicate” maakt een kopie, en die kopie is altijd een concept: “Duplicated. The copy is a draft only you can see.” Dat is de comfortabele weg naar een variant zonder dat iemand anders de halfafgemaakte versie aangeboden krijgt.

De kop van een sjabloon met de labels “Reply template” en “Draft”, het veld “Applies to” in een rood kader en de eveneens omkaderde schakelaar “Draft”.
Dit sjabloon hoort bij de helpdesk en is een concept: niemand behalve de auteur ziet het — en de tekst is leeg, omdat het alleen het ticket overdraagt.Afbeelding op ware grootte openen
7

Ticketsjablonen: het formulier voor een nieuw ticket vooraf ingevuld (titel, omschrijving, categorie, prioriteit, team)

Een ticketsjabloon vult het formulier “Create new ticket”. Het heeft geen antwoordtekst, geen acties en geen mail — op dat moment is er nog geen ticket om iets op te doen. Het formulier toont daarom andere velden dan bij een antwoordsjabloon, en het groene kader zegt je dat je naar een ticketsjabloon kijkt.

Je kunt “Ticket title”, “Owning team of the new ticket”, “Main category”, “Subcategory”, “Priority” en de “Ticket description” vooraf invullen. Elk veld mag op “Not prefilled” blijven staan — wat leeg blijft, vult degene in die het formulier later gebruikt.

Let op het verschil tussen de twee teamvelden: “Applies to” bovenaan zegt WIE het sjabloon ziet. “Owning team of the new ticket” zegt WAAR het nieuwe ticket naartoe gaat. Dat zijn twee verschillende vragen, en ze mogen verschillende antwoorden hebben.

De categorieën staan per team gegroepeerd, omdat een categorie bij een team hoort. Kies je er een van een ander team, dan meldt het formulier dat en wordt het opslaan geweigerd: op het formulier van het doelteam zou die categorie helemaal niet worden aangeboden, dus zou de voorinvulling nergens toe leiden.

Variabelen bestaan hier niet, en de aanwijzing onder de tekst zegt dat: “No placeholders here: the template only prefills the form, nothing is resolved or sent.” Een “{requesterName}” zou letterlijk in het nieuwe ticket belanden — daarom wordt hij bij het opslaan geweigerd.

Het blauwe vak vat ook hier samen wat het sjabloon doet: “Prefills the new ticket with title ‘New notebook for a colleague’ · category Notebook / New request · priority Medium · team Helpdesk · the description.”

Op het formulier zelf kies je het sjabloon met de knop “Template”; daarnaast staat “Prefills the form - nothing is created until you submit.” Alles wat is voorgevuld, is nog te wijzigen, en er wordt niets aangemaakt tot je verstuurt.

Er wordt één voorbeeldsjabloon meegeleverd: “Example: create accounts for a new colleague”. Het laat de vorm van het geheel zien en doet uit zichzelf niets — bouw het na of verwijder het.

De editor van een ticketsjabloon met de velden voor titel, doelteam, categorie en prioriteit in een rood kader.
Vijf voorinvullingen plus de omschrijving. Het veld “Owning team of the new ticket” is niet het bereik erboven — het zegt waar het ticket naartoe gaat.Afbeelding op ware grootte openen
Het formulier “Create new ticket” na het kiezen van een sjabloon: de knop “Template” en de vooraf ingevulde titel staan in een rood kader.
Hetzelfde formulier als altijd, alleen al ingevuld: titel, team en prioriteit staan er. Categorie en omschrijving volgen verderop op dezelfde pagina.Afbeelding op ware grootte openen
8

Ticketsjablonen zijn per sjabloon voor klanten vrij te geven

De schakelaar “Offer this template to customers” staat standaard uit. De aanwijzing ernaast zegt allebei de dingen die je moet weten: “Customers can pick this template when they create a ticket. A draft stays hidden either way.”

Waarom hij standaard uit staat: een sjabloon is vaak in intern jargon benoemd en voor collega's geschreven. Het zichtbaar maken voor klanten is een uitspraak naar buiten — dat hoort iemand bewust te doen, niet per ongeluk.

De klant ziet dezelfde knop “Template” boven het formulier voor een nieuw ticket, maar alleen de vrijgegeven sjablonen. Een concept blijft ook met de schakelaar aan verborgen — de twee regels staan achter elkaar, niet naast elkaar.

Het gaat niet om gemak maar om het eerste contact: een aanvraag die compleet binnenkomt, bespaart de vragenronde die anders twee dagen kost. Zet die vragen in de omschrijving van het sjabloon — de klant beantwoordt ze terwijl hij het ticket aanmaakt.

Met “Fields to ask for” kun je verder gaan. Het sjabloon bepaalt dan welke eigen velden het formulier vraagt, in welke volgorde, en welke daarvan verplicht zijn. Die keuze VERVANGT de gebruikelijke velden van het team, ze komt er niet bij. Dat is precies de bedoeling. Eigen velden zelf horen bij Professional; hun kaart heet “Custom fields”. Een sjabloon voor klanten vrijgeven werkt in elke editie.

Een veld dat voor klanten verborgen is, blijft verborgen, ook als een sjabloon het noemt. De veldkeuze is een middel voor ordening en voor de snit, geen omweg om de veldinstellingen heen.

De schakelaar “Offer this template to customers” in een rood kader met de bijbehorende aanwijzing.
Één schakelaar per sjabloon — hier staat hij aan, dus dit sjabloon wordt aan klanten aangeboden. De aanwijzing zegt ronduit dat een concept hoe dan ook verborgen blijft. Eronder staat de veldkeuze.Afbeelding op ware grootte openen
Het formulier voor een nieuw ticket zoals een klant het ziet, met de sjabloonlijst open en de vrijgegeven sjablonen erin.
Dezelfde lijst aan de kant van de klant: daar staan alleen de vrijgegeven sjablonen in. De andere ticketsjablonen van deze installatie verschijnen hier niet.Afbeelding op ware grootte openen
9

Elk gebruik is in de tickethistorie te herleiden

Elk gebruik schrijft ÉÉN regel in de historie, onder de veldnaam “Template”. Die noemt het sjabloon en somt op wat er werkelijk is gelopen. Zonder haar zou er later geen manier zijn om uit te leggen waarom een ticket ineens naar “In Progress” sprong: de afzonderlijke acties schrijven wel hun eigen regels, maar geen daarvan noemt het sjabloon.

Op de afbeelding staat: “Template ‘First reply: we have your ticket’ applied: Assign: already assigned to that user; SetStatus: Assigned -> InProgress”. De eerste helft is geen fout. Het versturen van de opmerking had het ticket al op naam van de agent gezet, dus had de toewijzingsactie niets meer te doen — en de regel zegt precies dat, in plaats van een werking te claimen die er niet was.

Uitgevinkte acties staan er niet in: die zijn niet gebeurd. Een mislukking staat er wel in, en wordt als zodanig benoemd, achter het woord “failed”.

De regel is INTERN — de aanvrager ziet haar niet. De naam van een sjabloon is intern jargon (“standaardafwijzing”), en de historie staat ook open voor wie het ticket heeft aangemaakt. De veldwijzigingen zelf blijven voor die persoon zichtbaar; alleen hun herkomst in een sjabloon niet.

De auteur is de agent, niet “system” en niet het sjabloon. Dat is bewust zo: het toepassen was zijn beslissing. Anders dan bij een automatiseringsregel staat hier een mens op het ticket.

De historie van een ticket met de regel “Template” in een rood kader, die het toegepaste sjabloon en de gelopen acties noemt.
Één regel per gebruik, met de agent als auteur. Daarboven staan de regels van de afzonderlijke acties — de sjabloonregel zegt waar ze vandaan komen.Afbeelding op ware grootte openen

Automatisering en opvolging

Twee wegen naar hetzelfde doel: geen zaak blijft liggen omdat niemand haar nog in gedachten heeft. Een opvolging zet je zelf — dat hoort bij Basic. De regels doen het zonder jou, en die horen bij Professional.

1

Opvolging op een ticket met de hand (datum + notitie, filters Today/This week/Overdue)

Voordat je begint: Alleen agenten en beheerders zien de opvolging, en het ticket zegt dat: “Only agents and administrators see this — the requester never does.” De aanvrager krijgt haar nooit te zien.

De opvolging staat op het ticket in de kaart “Details” rechts, onder de termijnen. Zolang er geen is ingesteld, staat er “No follow-up set.” met een knop “Set follow-up”. Je kiest een datum en tijd (“Date and time”) en voegt een notitie toe (“Note (optional)”, voorbeeldtekst “Why is this coming back?”). Daarna heten de knoppen “Change” en “Remove”.

De waarde zit in de notitie. Over twee weken zegt een datum alleen je niet waarom dit ticket weer op je bureau ligt. Daarom hangt de notitie ook aan de datum: haal je de datum weg, dan gaat de notitie mee — een reden zonder datum zou niemand ooit nog zien.

Boven de ticketlijst staat een regel “Follow-up:” met vier knoppen — “No filter”, “Today”, “This week” en “Overdue” — en de lijst zelf heeft een kolom “Follow-up”. Ze staat bewust niet in het dichtgeklapte filterblok: dit is de vraag waarmee een agent de dag begint.

“Overdue” telt die van vandaag mee. Anders zou een opvolging verdwijnen op precies de dag waarop ze telt — zodra haar tijdstip voorbij is.

De kaart “Details” van een ticket met het gedeelte “Follow-up” in een rood kader, met daarin het label “Overdue”, de notitie en de knoppen “Change” en “Remove”.
De datum van dit ticket ligt in het verleden, vandaar het rode label “Overdue”. De notitie zegt waar het weerzien over gaat.Afbeelding op ware grootte openen
De ticketlijst met de regel “Follow-up:” boven de tabel in een rood kader en de eveneens omkaderde kolom “Follow-up”.
Vier tickets dragen een datum: een agent heeft er twee met de hand gezet, een regel de andere twee. De knoppen erboven beperken de lijst tot vandaag, deze week of te laat.Afbeelding op ware grootte openen
2

Regels op tijd – reageren op het UITBLIJVEN van een handeling

Alleen Professional

Voordat je begint: Een nieuwe regel wordt ALTIJD uitgeschakeld aangemaakt — ook als je via de interface probeert haar ingeschakeld aan te maken. Een regel die op het moment van aanmaken over je hele achterstand loopt, is het ongeluk dat het systeem je hier uit handen neemt. Ze gaat pas live bij de volgende “Save”.

De regels staan onder “Settings → Automation”. De regel onder de kop zegt waar dit over gaat: “Rules that act when nobody else does.” Een regel hoort bij een team en werkt op de tickets van dat team; de keuzelijst “Team” bovenaan bepaalt naar welke regels je kijkt.

Het verschil met al het andere in het systeem: deze regels reageren niet op een gebeurtenis, ze reageren op het UITBLIJVEN ervan. Drie dagen geen antwoord van de aanvrager, een week geen beweging, vier uur geleden aangemaakt en nog steeds niemands taak — er is geen klik die dit alles in gang zet. En juist daarom merkt niemand het.

Een groene banner bovenaan zegt je dat er wordt gecontroleerd: “The automation checks every minute. 2 of 6 rule(s) are enabled.” Staat er geen regel aan, dan krijg je de waarschuwing “No rule is enabled. Nothing is being checked and tickets behave exactly as before.” — en dan gebeurt er ook echt niets.

De bovenkant van de pagina “Automation” met de groene banner over het controle-interval in een rood kader, het teamfilter en de knop “Add rule”.
Hier staan zes regels opgeslagen, twee daarvan lopen. De vier meegeleverde voorbeelden staan eronder op dezelfde pagina, allemaal uitgeschakeld.Afbeelding op ware grootte openen
3

Regelbouwer met WANNEER/ALS/DAN en een meelopende zin in gewone taal

Alleen Professional

Een regel heeft drie blokken. “WHEN” is het uitblijven waarop ze reageert (“Something has not happened for a while. This is what the automation reacts to.”). “IF” beperkt op welke tickets dat van toepassing is (“Which tickets it applies to.”) — op status, prioriteit, team, categorie, behandelaar of beoordeling. “THEN” is wat er gebeurt.

Boven de blokken staat de regel als één zin, en die herschrijft zichzelf bij elke wijziging: “When a ticket has seen no activity for more than 5 minutes and has the priority “High”, then set a follow-up in 4 hours.” Ontbreekt er nog iets, dan zegt de zin dat op die plek zelf, in plaats van het te verbergen.

In het blok “IF” bepaal je ook hoe de voorwaarden samenwerken: “All conditions must apply” of “Any condition is enough”. De zin erboven verandert dienovereenkomstig van vorm — met een “en” zou ze anders het tegendeel beweren van wat de regel doet.

Twee velden sturen hoe meerdere regels samenwerken: “Order” bepaalt de volgorde, en de schakelaar “Skip the following rules for a ticket this rule applies to” houdt elke latere regel tegen voor een ticket waarop deze regel van toepassing is.

Meer hierover in de kaart: Een slechte beoordeling als aanleiding

Een regel met de zin in gewone taal erboven in een rood kader en de drie blokken WHEN, IF en THEN eronder.
Dezelfde inhoud twee keer: één keer als formulier, één keer als zin. Bij het lezen van de zin merk je meteen dat je iets anders hebt ingesteld dan je bedoelde.Afbeelding op ware grootte openen
4

Vier voorbeeldregels meegeleverd (bij de installatie uitgeschakeld, zet aan wat je wilt)

Alleen Professional

Elke installatie komt met vier regels: “Example: remind the requester after 3 business days”, “Example: close after 10 days without a reply”, “Example: raise the priority of unassigned tickets” en “Example: follow up on tickets nobody touched for a week”. Ze staan onder elkaar op de pagina “Automation”.

Alle vier staan uit — elk draagt het grijze label “Off” en “Last run: never”. Ze zijn een vertrekpunt om te lezen en na te bouwen, geen gedrag dat iemand je heeft aangesmeerd. Hernoem ze, wijzig ze, zet ze aan of verwijder ze.

Ze gelden ook voor “Every team” — de enige plek in het systeem waar dat zonder een uitdrukkelijke keuze gebeurt. Kijk dus voordat je er een aanzet of ze werkelijk voor al je teams bedoeld is.

De eerste van de vier voorbeeldregels met het label “Off” in een rood kader, haar naam en de zin in gewone taal.
Zo ziet de eerste eruit; de andere drie staan eronder op dezelfde pagina en staan ook uit. “Every team” betekent: ze zou voor elk van je teams gelden.Afbeelding op ware grootte openen
5

Voorbeeld voordat je haar aanzet: laat zien welke tickets de regel op dit moment zou raken – zonder iets te wijzigen

Alleen Professional

Onder elke regel staat de knop “Which tickets would this affect?”. Één klik toont de lijst “Tickets this rule would affect right now” — de tickets waarop de regel op dit moment van toepassing is, met nummer en titel.

Eronder staat wat het voorbeeld niet doet: “The preview only reads. It changes nothing and writes no log entry. Unsaved changes are not included.” Dat laatste is van belang: het voorbeeld werkt op de opgeslagen regel, niet op wat er nu in het formulier staat.

Past de regel op dit moment nergens op, dan zegt ze dat ook: “No ticket matches this rule right now.” Dat is het antwoord dat je vóór het aanzetten wilt hebben — niet erna op de tickets van je klanten.

Het geopende voorbeeld van een regel met de kop “Tickets this rule would affect right now”, twee tickets en de aanwijzing in een rood kader dat het voorbeeld alleen leest.
Deze regel zou op dit moment twee tickets raken. De aanwijzing eronder zegt dat er bij het klikken op de knop niets van dat alles is gebeurd.Afbeelding op ware grootte openen
6

Acties: e-mail, status, prioriteit, toewijzen, aan een ander team overdragen, een opvolging zetten

Alleen Professional

Voordat je begint: De actie “Send an e-mail” loopt door hetzelfde mailkanaal als de rest van het systeem. Zonder ingestelde uitgaande post gebeurt er niets — en een Basic-installatie heeft dat kanaal helemaal niet.

In het blok “THEN” kies je uit zeven acties: “Send an e-mail”, “Set the status”, “Set the priority”, “Assign to a user”, “Remove the assignee”, “Hand over to another team” en “Set a follow-up”. “Add action” voegt er meer toe; elk heeft een eigen schakelaar “Active”, zodat je er één stil kunt zetten zonder de hele regel uit te schakelen.

Voor “Send an e-mail” vink je de ontvangers stuk voor stuk aan: “the requester”, “the assignee”, “the observers” en “a fixed address” — die laatste met een eigen veld voor het adres. Voor “Set a follow-up” geef je een getal, een eenheid en de notitie die later op het ticket staat.

Bij “Hand over to another team” staat de aanwijzing er direct onder: “The ticket moves to that team and the current assignee is cleared. No second ticket is created.” Er ontstaat dus geen dubbele — dezelfde zaak wisselt gewoon van handen.

Het blok “THEN” van een regel met de actiekeuzelijst in een rood kader en de velden voor getal, eenheid en notitie van de opvolging.
Één actie met haar aanvullingen: “Set a follow-up”, 4 “hours”, plus de notitie die de agent later op het ticket leest.Afbeelding op ware grootte openen
7

Tijdsduren per voorwaarde te kiezen: in werkuren en werkdagen uit de teamkalender – of doorlopend rond de klok

Alleen Professional

Elke tijdsvoorwaarde in het blok “WHEN” heeft drie delen: de soort, de vergelijking “longer than” en een getal met een eenheid. Er zijn vijf soorten: “Time since the ticket was created”, “Time without any activity”, “Time without a reply from the requester”, “Time without a public reply from an agent” en “Time without a status change”.

De eenheid bepaalt hoe de tijd wordt geteld — en dat per voorwaarde: “minutes”, “hours” en “days” lopen door, ook 's nachts en in het weekend. “business minutes”, “business hours” en “business days” tellen tegen de kalender met kantooruren van het team, dus wordt alleen geteld wat binnen de openingstijden valt.

In de praktijk is het verschil groot: drie dagen zijn drie dagen, terwijl drie werkdagen vanaf een donderdag in een week van maandag tot en met vrijdag op de dinsdag daarna uitkomen. Het is dezelfde kalender als die van de SLA-termijnen.

Een tijdsvoorwaarde in het blok “WHEN” met het getal en de eenheid in een rood kader, naast de keuzelijst voor de soort voorwaarde.
Deze voorwaarde telt in “business days” — drie werkdagen volgens de kalender van het team, niet drie kalenderdagen.Afbeelding op ware grootte openen
8

Logboek per regel plus de naam van de regel als auteur in de tickethistorie

Alleen Professional

Onder elke regel staat een knop “Log”. Die opent de tabel “What this rule did” met per geraakt ticket één regel: “When”, “Ticket”, “Cycle”, “Result” en “Details”. In “Details” staat wat er precies is gedaan — bijvoorbeeld “SetFollowUp: 2026-08-20 02:18Z”. Heeft een regel nog niets gedaan, dan zegt ze dat: “This rule has not done anything yet.”

De kolom “Cycle” is de reden dat een regel niet elke minuut tegen je schreeuwt: ze handelt per cyclus één keer op een ticket. Een cyclus eindigt pas wanneer de regel niet meer op dat ticket van toepassing is — reageert de klant en wordt het daarna weer stil, dan begint cyclus 2 en handelt de regel opnieuw.

Op het ticket zelf verschijnt de regel als auteur. In de historie staat ze onder haar eigen naam met het voorvoegsel “Automation:”, bijvoorbeeld “Automation: High priority: bring it back to us”. Zo kun je bij elke zaak nakijken of er een mens of een regel heeft gehandeld — en als het een regel was, welke.

De kopregel van elke regel draagt ook “Last run:” met het tijdstip van haar laatste doorloop, of “never” bij een regel die nog nooit heeft gelopen.

De geopende tabel “What this rule did” met drie regels en de kolommen “Cycle” en “Details” in een rood kader.
Drie doorlopen op twee tickets: op het onbeantwoorde ticket #4 heeft de regel een tweede keer gehandeld — vandaar de “2” in de kolom “Cycle”. In “Details” staat de opvolgingsdatum die telkens is gezet.Afbeelding op ware grootte openen
De historie van een ticket met twee regels in een rood kader waarvan de auteur “Automation: High priority: bring it back to us” is.
Dezelfde gebeurtenis gezien vanaf het ticket: datum en notitie verschijnen als twee regels in de historie, met de regel als auteur.Afbeelding op ware grootte openen

Massa-acties op de ticketlijst

Vink meerdere tickets aan en wijzig ze in één keer. Alles daarvan hoort bij Basic. Alleen de klantmail van een sjabloon hangt aan het mailkanaal en dus aan Professional. Waar het echt om gaat, is niet het aantal tickets maar de eerlijke omgang met een gedeeltelijk resultaat: elke regel geldt voor het losse ticket, dus zegt het systeem vooraf op hoeveel de actie past, en achteraf welke niet zijn meegegaan en waarom.

1

De status van meerdere tickets tegelijk wijzigen

De ticketlijst heeft helemaal links een kolom met vinkvakjes. Die is er voor beheerders en agenten. Een klant ziet haar nooit.

Het vinkvakje in de kopregel selecteert elke regel van de pagina waar je naar kijkt. Het selecteert niet de hele uitkomst. Heb je meer nodig, beperk dan het filter — een filter is een eerlijkere manier om een hoeveelheid te noemen dan een vinkvakje dat ook tickets omvat die je niet ziet.

De selectie vervalt zodra je bladert, filtert, zoekt of van team wisselt. Zo reist er geen selectie mee die niet meer op het scherm staat.

De lijst op de afbeelding toont niet elk ticket. Rechtsboven, naast “Filter”, staat het woord “active”, en ernaast “Reset”: gesloten tickets zijn verborgen, omdat een massa-actie op zaken is gericht die nog lopen. Een selectie omvat altijd alleen wat de lijst op dat moment toont.

Vanaf het eerste vinkje verschijnt er een balk boven de lijst. Daar staat “20 selected”, ernaast “Clear selection” en de knoppen “Change status”, “Assign”, “Assign to me” en “Apply template”. Verder naar rechts staan “Multiple report” en “Group into incident” — die twee horen bij dubbele meldingen en worden in het volgende blok uitgelegd.

“Change status” opent een klein dialoogvenster. Je kiest de doelstatus, en de regel eronder zegt meteen op hoeveel van de geselecteerde tickets die past.

Vraagt de doelstatus om een opmerking, dan verschijnt er een tekstvak. Eronder staat naar hoeveel tickets de tekst gaat. Die gaat naar elk gewijzigd ticket, niet alleen naar het eerste.

Niet elke status staat in de lijst. Systeemstatussen ontbreken omdat niemand ze met de hand zet. “Waiting for other team” ontbreekt ook: die status maakt een subticket voor een doelteam aan, en dat team kies je per ticket. In een bundel zou daar maar één invoerveld voor zijn.

Een ticket zonder behandelaar wordt aan jou toegewezen wanneer je op de detailpagina de status wijzigt. In een bundel gebeurt dat niet: “sluit 30 tickets” zou anders stilletjes “30 tickets aan mij toegewezen” en 30 e-mails betekenen.

Dit dialoogvenster wijzigt verder niets. Prioriteit, categorie en al het andere stel je in een bundel via een antwoordsjabloon in.

Meer hierover in de kaart: Een tweede stap voor losse taken

De ticketlijst met aangevinkte regels en de balk erboven met het aantal geselecteerde tickets en de knoppen voor de massa-acties.
Het rode kader ligt op de balk die pas met het eerste vinkje verschijnt. Links het aantal geselecteerde tickets, rechts de acties.Afbeelding op ware grootte openen
Het dialoogvenster “Change status” met een gekozen doelstatus en de regel die het bereik noemt.
De doelstatus is gekozen; eronder staan het bereik en de reden voor elk ticket dat niet meegaat. Allebei staan ze er voordat je op “Apply” klikt.Afbeelding op ware grootte openen
2

Meerdere tickets in één keer aan één agent toewijzen

“Assign” opent de lijst met agenten. Agenten die afwezig zijn, blijven te kiezen en worden alleen als zodanig gemarkeerd, precies als bij een enkel ticket.

“Assign to me” is hetzelfde dialoogvenster met je eigen naam vooraf gekozen. Het is een snelkoppeling, geen tweede weg, en er gelden dezelfde regels voor.

Elke toewijzing stuurt een e-mail naar de agent. Het dialoogvenster noemt het aantal vooraf: “This sends 11 e-mail(s) to the selected agent.” Elf tickets zijn elf mails.

De agent moet bij het team van dat betreffende ticket horen. Een selectie over twee teams heen is dus niet in één stuk aan één persoon te geven. Dat is geen beperking van de massa-actie — bij een enkel ticket geldt dezelfde regel.

Een toewijzing is niet terug te zetten op “niemand”. Dat bestaat bij een enkel ticket niet, dus bestaat het ook in een bundel niet.

Het dialoogvenster “Assign” met de gekozen agent, het bereik en de melding over het aantal e-mails.
Onder de keuzelijst staan het bereik en het aantal e-mails. Het vak eronder noemt elk ticket dat niet meegaat, met de reden: vier horen al bij Marco Rossi, drie horen bij het netwerkteam waar hij geen deel van uitmaakt.Afbeelding op ware grootte openen
3

Een antwoordsjabloon op meerdere tickets toepassen, variabelen per ticket ingevuld

“Apply template” past een antwoordsjabloon toe op alle geselecteerde tickets. Elk ticket krijgt dezelfde opmerking die het zou krijgen als je het sjabloon met de hand had toegepast.

De lijst biedt de sjablonen aan van elk team dat in de selectie voorkomt. Een sjabloon verschijnt zodra het bij minstens één geselecteerd ticket past; op hoeveel het werkelijk past, zegt het voorbeeld daarna.

De server vult de variabelen per ticket in, zodat elke klant zijn eigen aanhef en zijn eigen ticketnummer krijgt. De opmerking in het dialoogvenster zegt dat ook.

De veldacties van het sjabloon lopen mee, en de bijlagen ervan worden naar elk ticket gekopieerd.

In een bundel lopen alle acties van het sjabloon. Afzonderlijke acties uitvinken kan alleen bij een enkel ticket; wil je een actie niet, neem dan een sjabloon zonder die actie.

Is er voor de teams in de selectie geen sjabloon, dan zegt het dialoogvenster dat: “No reply template is available for the teams of the selected tickets.”

Het dialoogvenster “Apply template” met een gekozen sjabloon en de opmerking dat de variabelen per ticket worden ingevuld.
Het rode kader ligt op de opmerking over de variabelen — dat is wat dit onderscheidt van één tekst die voor iedereen hetzelfde luidt. Eronder staat de reden dat het sjabloon op 14 van de 20 tickets past: zes ervan horen bij een team waarvoor het niet wordt aangeboden.Afbeelding op ware grootte openen
4

Voorbeeld vooraf, resultaat achteraf, overgeslagen tickets blijven geselecteerd

Alle drie de dialoogvensters tonen dezelfde regel voordat er iets gebeurt: “Applies to 19 of 20 selected ticket(s)”.

Eronder staat het vak “Will be skipped” met per ticket dat niet meegaat één regel, telkens met het ticketnummer en de reden. Zo lees je vóór de klik waarom het getal kleiner is dan je selectie.

Na het uitvoeren staat er “19 changed, 1 skipped” en wordt hetzelfde vak “Not changed”. De inhoud is dezelfde; ze is alleen opgehouden een voorspelling te zijn en is een vaststelling geworden.

De redenen zijn die van het enkele ticket. Een ticket staat al in de doelstatus. De overgang is vanuit zijn huidige status niet toegestaan. Het hoort bij een team waarvoor jij niet verantwoordelijk bent. De gekozen agent maakt geen deel uit van zijn team. Het wacht op een goedkeuring. Het is een groepsstoring met openstaande meldingen. Het is een hoofdticket met een openstaand subticket.

De overgeslagen tickets blijven geselecteerd, de gewijzigde niet. Een tweede poging met een ander doel is dus één klik ver, en niemand hoeft te raden welke er nog openstaan.

Het voorbeeld is een tweede mening, geen vergunning. Bij het uitvoeren controleert de server elk ticket opnieuw — een ticket kan tussen de weergave en de klik veranderen.

Één aanroep neemt hoogstens 200 tickets aan. Bij 20 regels per pagina is dat ver weg.

Het dialoogvenster na het uitvoeren: het aantal gewijzigde en overgeslagen tickets, en eronder het vak “Not changed” met de redenen.
Het vak “Not changed” noemt de reden per ticket. Hier stonden twee tickets al in de doelstatus.Afbeelding op ware grootte openen
5

De e-mail aan de aanvragers staat standaard uit

Alleen Professional

Een vinkvakje voor het versturen van mail verschijnt alleen bij sjablonen die er een versturen, en alleen als het mailkanaal open is. Het is standaard leeg, dus een massa-actie schrijft niets naar buiten tot jij het aanvinkt.

Is het kanaal dicht, dan komt de reden in de plaats van het vinkvakje: ofwel staat het versturen van e-mail uit, ofwel versturen de postvakken van de geselecteerde teams geen mails bij ticketacties. Dat lees je vóór de klik, niet achteraf in het resultaat.

Zodra je het aanvinkt, verschijnt er een oranje melding met het aantal: “This sends 20 e-mail(s) to customers.” Het getal komt uit het voorbeeld en is het aantal tickets waarop het sjabloon werkelijk past.

De status wijzigen en toewijzen schrijven nooit naar klanten. De toewijzing stuurt wel een e-mail, maar naar de agent. Een sjabloon in een bundel toepassen is de enige weg waarlangs een klantmail ontstaat.

Het versturen hangt aan het mailkanaal en dus aan Professional. Staat dat uit, dan gaat er geen mail uit en zegt de tickethistorie waarom — ze claimt nooit een bezorging die niet heeft plaatsgevonden.

Het dialoogvenster “Apply template” met het mailvinkvakje aangevinkt en de oranje melding over het aantal klantmails.
Het vinkvakje is aangevinkt en de oranje melding noemt het aantal mails. Zonder het vinkje gaat er geen enkele uit.Afbeelding op ware grootte openen
6

Elke massawijziging verschijnt in de historie van het afzonderlijke ticket

Elke wijziging door een massa-actie verschijnt in de historie van het afzonderlijke ticket. Ze ziet er daar uit als elke andere wijziging, met een oude en een nieuwe waarde.

De aanvrager ziet deze regels ook. Voor hem is een statuswijziging dezelfde gebeurtenis, of ze nu afzonderlijk of in een bundel in gang is gezet — haar verbergen zou niet discreter zijn, alleen slechter.

Een massatoewijzing schrijft twee zulke regels: naast de nieuwe behandelaar staat de status, omdat een toegewezen ticket naar “Assigned” gaat.

Daar komt een interne regel bij die de referentie van de doorloop draagt. Met die referentie vind je later alle tickets van dezelfde doorloop terug. De aanvrager ziet deze regel niet.

Elke regel noemt de persoon die de massa-actie in gang heeft gezet.

Een overgeslagen ticket krijgt geen regel, ook niet over de poging. Wat niet is gebeurd, staat niet in de historie.

De historie van een ticket met de regel van de toewijzing en de interne regel eronder die de massadoorloop noemt.
De nieuwste regel staat bovenaan: de status, eronder de toewijzing, daaronder de referentie van de doorloop. Het rode kader ligt op de interne regel, die de aanvrager niet ziet.Afbeelding op ware grootte openen

Meervoudige meldingen en storingen

Twee situaties lijken op elkaar en zijn het niet. Meldt dezelfde persoon hetzelfde twee keer, dan hoort er één melding te verdwijnen. Melden veel mensen één storing, dan mag er geen enkele verdwijnen. Elk heeft een eigen weg, en het verschil is de aanvrager.

1

Twee meldingen van dezelfde persoon samenvoegen

Vink de regels in de ticketlijst aan en klik op “Multiple report”. De knop wordt bruikbaar vanaf twee aangevinkte regels.

Het dialoogvenster vraagt eerst: “Which ticket stays?” Het oudste ticket staat voorgeselecteerd, zodat de termijn loopt vanaf het eerste contact van de aanvrager in plaats van vanaf de tweede poging. Je kunt een ander kiezen.

Eronder staat de richting met beide nummers: “#11 will be closed and moved into #10.” Zo is vóór de klik duidelijk welk ticket blijft.

Alles gaat mee: opmerkingen, bijlagen en de omschrijving van de tweede melding. De omschrijving wordt een opmerking op het origineel, met haar oorspronkelijke auteur en haar datum. Het dialoogvenster noemt de aantallen vooraf.

Geboekte tijd wordt verplaatst, niet gekopieerd. Anders zou dezelfde inspanning op twee tickets staan en twee keer worden gefactureerd.

De tweede melding wordt niet verwijderd. Ze wordt gesloten en verwijst vanaf dat moment naar het origineel, en haar nummer blijft geldig.

De aanvrager krijgt geen aparte e-mail. Hij staat op het origineel en ziet daar alles. De gesloten melding draagt een opmerking die het origineel noemt, en die kan hij lezen.

Ongedaan maken bestaat niet. Daarom staat alles in het dialoogvenster voordat je op “Merge” klikt.

Daarna legt de historie van beide tickets vast wie wat wanneer heeft samengevoegd.

De ticketlijst met drie aangevinkte regels en de balk erboven met de knoppen “Multiple report” en “Group into incident”.
De rode kaders liggen op de twee knoppen. Ze staan naast elkaar en betekenen twee verschillende dingen. In de regels 12 tot en met 14 zie je ook de markering van de lopende storing.Afbeelding op ware grootte openen
Het dialoogvenster “Multiple report for the same issue” met de keuze van het ticket dat blijft en de samenvatting.
Het rode kader ligt op de richting. Die noemt beide nummers, zodat niemand hoeft te raden welk ticket verdwijnt.Afbeelding op ware grootte openen
De ticketlijst, teruggebracht tot twee tickets: het origineel en de samengevoegde melding, die gesloten is.
De zoekopdracht bevat een woord uit beide titels, zodat het origineel en de melding naast elkaar staan. Het rode kader ligt op de samengevoegde melding. Ze is gesloten en staat toch nog in de lijst, met een verwijzing naar het ticket waarin ze is opgegaan.Afbeelding op ware grootte openen
2

Antwoorden op het oude ticketnummer komen nog steeds aan

Alleen Professional

Voordat je begint: Hiervoor is het e-mailpostvak nodig. Zonder dat is er geen antwoord per e-mail dat naar de juiste plek zou moeten worden geleid.

De aanvrager heeft het oude ticketnummer in zijn postvak. Hij weet niets van twee samengevoegde meldingen en antwoordt op de mail die hij heeft.

Dat antwoord komt in het origineel terecht. Het systeem volgt de verwijzing die de gesloten melding draagt.

Daarom wordt een samengevoegde melding nooit verwijderd. Zonder haar zou de verwijzing niet bestaan en zou het antwoord nergens aankomen.

Wie aan de oude melding heeft deelgenomen, mag ook op het origineel schrijven. De controle gebeurt op het ticket dat in de mail wordt genoemd.

De gesloten melding met de verwijzing naar het origineel en de opmerking die de aanvrager daar leest.
De rode kaders liggen op de verwijzing in de kaart rechts en op de opmerking. Deze verwijzing is wat een antwoord per e-mail volgt.Afbeelding op ware grootte openen
3

Meldingen van verschillende mensen zijn niet samen te voegen

Selecteer je tickets van verschillende mensen, dan neemt het dialoogvenster ze niet mee. Het noemt elke geweigerde regel en haar reden voordat je klikt.

De reden luidt: “Different requester — this is an incident, not a multiple report.” Ze zegt er ook bij waar je in plaats daarvan naartoe moet.

Dit is de belangrijkste beveiliging van de hele functie. Zou je dertig meldingen van dertig mensen samenvoegen, dan zouden negenentwintig van hen hun ticket kwijtraken en nooit meer iets horen.

Wie de aanvrager is, komt uit het veld “User” op het ticket. Is dat leeg, dan telt het account dat het ticket heeft aangemaakt.

Daarom houdt de beveiliging ook bij telefoongesprekken stand. Legt een agent twee gesprekken vast, dan zijn beide tickets door hem aangemaakt. Verschillende bellers blijven toch verschillende bellers, omdat hun namen in het veld staan.

Is de aanvrager aan één kant niet vast te stellen, dan wordt het ook geweigerd. Onbekend is niet hetzelfde als dezelfde persoon.

Er verschijnen meer redenen in hetzelfde vak. Een storing is niet samen te voegen. Een gesloten origineel neemt niets meer aan. En een melding die zelf al meldingen heeft, gaat niet mee, zodat er geen ketens ontstaan.

Het vak “Cannot be merged” in het dialoogvenster, met het ticketnummer en de reden.
Het rode kader ligt op de reden. Ticket 15 hoort bij een andere persoon en blijft dus buiten beschouwing. De andere twee tickets worden toch samengevoegd.Afbeelding op ware grootte openen
4

Veel meldingen over één storing onder één storingsticket bundelen

Alleen Professional

Valt de bestandsserver uit, dan melden twintig mensen het. Elk van die meldingen is een eigen zaak met een eigen aanvrager. Samenvoegen zou hier verkeerd zijn, want negentien mensen zouden hun ticket kwijtraken.

Vink de meldingen aan en klik op “Group into incident”. Het dialoogvenster biedt drie wegen: ze toevoegen aan een storing die al openstaat, een van de geselecteerde tickets tot de storing verklaren, of een nieuwe storing met een eigen titel aanmaken.

Heeft het team al een openstaande storing, dan staat die weg voorgeselecteerd. Dat is de gebruikelijkere: de storing is allang bekend, alleen komen er steeds nieuwe meldingen binnen.

Elk gekoppeld ticket houdt zijn aanvrager, zijn status en zijn eigen termijn. Er verdwijnt niets. De storing bundelt alleen het antwoord.

Alle meldingen van één storing moeten bij hetzelfde team horen. Raakt een storing twee teams, dan krijgt elk een eigen storing. Anders zou de oplossing van het ene team de wachtrij van het andere leegmaken.

Ook op het losse ticket kun je nakomers aanhaken. Heeft het team een openstaande storing, dan verschijnt er bovenaan een aanwijzing met “Assign” en “Not related”. Het systeem haakt nooit uit zichzelf iets aan: een verkeerd aangehaakt ticket zou een oplossing krijgen die het niet betreft, en zou meteen mee worden gesloten.

Het storingsticket zegt hoeveel meldingen eraan hangen. Gekoppelde tickets dragen op hun beurt het nummer van hun storing, in de lijst en in de kaart rechts.

“Resolve incident” sluit de storing en beantwoordt alle meldingen tegelijk. De oplossingstekst is verplicht: dat is de hele bedoeling van de functie, want die tekst gaat naar iedereen die het betreft.

Elk gekoppeld ticket krijgt de tekst als openbare opmerking, wordt op de gekozen status gezet, en de aanvrager ervan krijgt een eigen e-mail. Geen groepsmail, want die zou de adressen van alle betrokkenen prijsgeven.

De melding daarna zegt hoeveel tickets zijn gesloten en hoeveel aanvragers zijn ingelicht. Beide getallen staan apart, want een ticket zonder bereikbaar adres krijgt wel een opmerking en een status maar geen e-mail.

Een ticket dat je ondertussen zelf hebt beantwoord en gesloten, blijft onaangeroerd. Het wordt geen tweede keer gesloten en er wordt niet opnieuw naar geschreven.

Zolang er openstaande meldingen aan een storing hangen, is die niet via de gewone statuswijziging te sluiten. Anders zouden twintig mensen stilzwijgend zonder antwoord blijven.

Het dialoogvenster “Group into incident” met de drie wegen en de openstaande storing inclusief haar aantal gekoppelde tickets.
Het rode kader ligt op de openstaande storing, met rechts het aantal meldingen dat er al aan hangt. Boven de wegen staat de zin die dit geval van samenvoegen onderscheidt: er verdwijnt niets.Afbeelding op ware grootte openen
De aanwijzingsbalk op een los ticket met de openstaande storing en de knoppen “Assign” en “Not related”.
Het rode kader ligt op de aanwijzingsbalk. Het is een voorstel, geen actie: hem wegklikken verandert niets aan het ticket.Afbeelding op ware grootte openen
Het storingsticket met het aantal gekoppelde meldingen, de knop “Resolve incident” en het vinkvakje voor de banner.
De rode kaders liggen op de knop die oplost, op het vinkvakje voor de banner en op het aantal gekoppelde meldingen.Afbeelding op ware grootte openen
Het dialoogvenster “Resolve incident” met de afsluitende status en de ingevoerde oplossingstekst.
Het rode kader ligt op de opmerking boven het veld. Die zegt waar deze ene tekst naartoe gaat: naar elk gekoppeld ticket en naar elke aanvrager.Afbeelding op ware grootte openen
De melding van één betrokkene na het oplossen: gesloten, met de oplossingstekst als openbare opmerking.
Het rode kader ligt op het antwoord. Het staat op het ticket van deze ene aanvrager, met zijn nummer en zijn historie. Hetzelfde antwoord staat op het ticket van elke andere betrokkene.Afbeelding op ware grootte openen
5

De storing als banner en als notitie in het automatische antwoord

Alleen Professional

Zowel het dialoogvenster als het storingsticket draagt het vinkvakje “Also show as a banner on the sign-in page”. Daarmee weet iedereen van de storing voordat hij nog een ticket schrijft.

De banner staat op de aanmeldpagina en na het aanmelden in het systeem. Hij noemt “Known incident” en de titel van de storing, dus die titel is een tekst voor klanten.

Zijn er meerdere mededelingen actief, dan staan ze onder elkaar. Onderhoud dat voor zaterdag is aangekondigd, duwt de storing van vandaag niet weg, en andersom evenmin.

Maakt iemand toch een nieuw ticket aan, dan noemt het automatische antwoord de storing. Dat geldt voor een ticket dat al is gekoppeld en voor elk nieuw ticket van dat team, zolang de storing openstaat en is aangekondigd. Hiervoor is uitgaande e-mail nodig.

Zodra de storing is opgelost, verdwijnt de banner vanzelf. Niemand hoeft eraan te denken hem weer uit te zetten.

Op de pagina “Maintenance / Incident-Notification” zie je welke storing op dit moment als banner loopt. De schakelaar op die pagina hoort bij gepland onderhoud en geldt niet voor storingen.

Het storingsticket met het vinkvakje aangevinkt en de banner die daardoor onderaan verschijnt.
Het rode kader ligt op het vinkvakje. Het werkt meteen: de mededeling loopt onderaan mee, op elke pagina van het systeem.Afbeelding op ware grootte openen
De aanmeldpagina met de lopende storingsbanner onderaan.
Het rode kader ligt op de banner. Die staat er al vóór het aanmelden, dus bereikt hij ook wie alleen wil kijken of hij een ticket moet schrijven.Afbeelding op ware grootte openen
Het storingsticket na het oplossen: gesloten, met de oplossingstekst als opmerking.
Het rode kader ligt op de oplossingstekst. Met deze afsluiting is ook de banner weg.Afbeelding op ware grootte openen

SLA, kalender en escalaties

Termijnen die bij je openingstijden passen: een richtlijn zegt hoe snel je moet reageren en oplossen, een kalender zegt wanneer de klok überhaupt loopt. Alles in dit blok hoort bij Professional.

1

SLA-richtlijnen met termijnen voor de eerste reactie en de oplossing

Alleen Professional

Voordat je begint: Zonder actieve richtlijn meet het systeem niets — geen termijn, geen kolom, geen mail. En klokken ontstaan bij het AANMAKEN van een ticket: wat er binnenkwam voordat je de richtlijn aanzette, blijft zonder termijn. Dat is met opzet — anders zouden er de volgende ochtend duizend oude tickets als overschreden staan.

Termijnen stel je in onder “Settings → SLA”. De pagina zelf zegt bovenaan wanneer er geen richtlijn actief is. Een richtlijn heeft drie delen: een naam, de voorwaarden en de doelen. Nieuwe richtlijnen worden bewust inactief aangemaakt — zodat je ze kunt afmaken voordat ze iets doen.

De voorwaarden zijn “Team”, “Priority”, “Main category” en “Subcategory”. Leeg betekent “Any”, dus “geldt voor alles” — niet “geldt voor niets”. Passen er meerdere richtlijnen, dan wint die met het laagste getal onder “Order”; daarom staat de smalle richtlijn bovenaan en de algemene eronder.

De twee categorievelden staan per team gegroepeerd, omdat categorieën bij een team horen — maar je krijgt ze allemaal aangeboden, ook die van andere teams. Dat is bewust: bij een overdracht verhuist het ticket, de categorie niet. Een ticket dat de helpdesk aan het netwerkteam heeft gegeven, draagt nog steeds de indeling van de helpdesk, en een richtlijn mag precies daarop wijzen. Zodra je een hoofdcategorie kiest, biedt het veld eronder alleen nog de subcategorieën aan die eraan gekoppeld zijn — een paar dat op een ticket niet kan bestaan, wordt bij het opslaan geweigerd.

Elke richtlijn heeft twee doelen. “Time to first response” eindigt met het eerste openbare antwoord van een agent — een automatische ontvangstbevestiging en een interne notitie tellen uitdrukkelijk niet mee. “Time to resolution” eindigt zodra het ticket een status bereikt die als opgelost telt (welke dat is, stel je in onder “Settings → General → Status”). Beide doelen hebben eigen minuten, een eigen kalender en een eigen reactie op een overschrijding.

Op het ticket staan de termijnen rechts in de kaart “Details”, eronder “Show deadline history”: een logboek dat elke stap vastlegt — gestart, gepauzeerd, hervat, gehaald, gemist — telkens met een reden en de gebruikte werktijd. Alleen agenten en beheerders zien het; voor klanten is het niet op te vragen.

Wijzigt iemand later de prioriteit of het team, dan schakelt de klok naar de richtlijn die dan past: de tot dan gebruikte werktijd wordt met de oude kalender afgerekend, daarna gelden de nieuwe waarden. Past er geen richtlijn meer, dan eindigt de klok zonder oordeel — ze telt noch als gehaald noch als overschreden.

Een SLA-richtlijn met naam, volgorde, actief-schakelaar, de vier voorwaarden Team, Priority, Main category en Subcategory in een rood kader en de twee doelen eronder.
De richtlijn geldt voor elk team, maar alleen voor de prioriteit “High”. Eronder de twee doelen: 15 minuten tot het eerste antwoord, 240 tot de oplossing.Afbeelding op ware grootte openen
De termijnen van een ticket: “Time to first response” met het label “In time”, eronder “Time to resolution” met de resterende tijd en de geopende termijnhistorie.
Het eerste antwoord kwam op tijd, de oplossing loopt nog. Het logboek noemt de reden voor elke stap — van onder naar boven: gestart tegen de kantoorurenrichtlijn, opnieuw berekend toen de prioriteit naar “High” ging (“ticket fields changed”), en ten slotte gehaald met het eerste openbare antwoord.Afbeelding op ware grootte openen
2

Kalender met kantooruren per team

Alleen Professional

Een kalender zegt wanneer de klok loopt. Hij heeft een naam, een eigen tijdzone en een willekeurig aantal blokken per weekdag — een lunchpauze is gewoon een dag met twee blokken. Een blok mag over middernacht heen lopen; dan staat er “ends next day” naast.

Welke kalender voor een team geldt, stel je op het team in (“Settings → Teams”). Op het afzonderlijke doel van een richtlijn kun je hem overschrijven: “From the team” neemt die van het team, of je kiest een andere. Precies dat levert het gebruikelijke geval op — storingen tellen rond de klok, al het andere alleen tijdens kantooruren.

Geteld wordt de tijd die werkelijk binnen het blok verstrijkt, niet het verschil tussen de klokstanden. Bij de omschakeling naar zomer- en wintertijd maakt dat verschil: een 24/7-dag in oktober heeft 25 uur, een nachtdienst van 22:00 tot 06:00 in het voorjaar zeven in plaats van acht. Een kantoorblok van 09:00 tot 17:00 wordt nooit geraakt, omdat de omschakeling in de EU 's nachts gebeurt.

Is er geen kalender met openingstijden te vinden, dan wordt er geen termijn aangemaakt — liever geen dan een geraden termijn. Op het ticket verschijnt dan een opmerking in plaats van een datum.

De kalender “Helpdesk business hours” met de tijdzone Europe/Berlin in een rood kader, de blokken van maandag tot en met vrijdag van 09:00 tot 17:00 en de knop “Add opening hours”.
Vijf dagen, één blok per dag. De tijdzone hoort bij de kalender, niet bij de server — een tweede locatie krijgt gewoon een tweede kalender.Afbeelding op ware grootte openen
3

Feestdagen via een .ics-import of met de hand ingevoerd

Alleen Professional

Voordat je begint: Wij leveren geen feestdaggegevens mee. Feestdagen hangen af van de LOCATIE, niet van de taal — 16 Duitse deelstaten, 26 Zwitserse kantons, 50 Amerikaanse staten, en elk jaar nieuw. Een meegeleverde lijst zou op een gegeven moment fout zijn zonder dat iemand het merkt. Neem het officiële .ics-bestand van je regio; dat is een klus van een minuut per jaar.

Onder elke kalender staat de lijst “Closed days”. Een klik op “Import holidays (.ics)” neemt een kalenderbestand aan en meldt daarna vier getallen: hoeveel dagen zijn overgenomen, hoeveel vervangen, hoeveel onleesbaar en hoeveel er al waren. Losse dagen kun je ook met de hand invoeren.

Het teken ↻ achter een dag betekent “herhaalt zich jaarlijks”. Dat klopt alleen bij vaste data: 3 oktober valt elk jaar op dezelfde datum, Goede Vrijdag en Tweede Pinksterdag hangen aan de datum van Pasen en schuiven op. Verschuivende feestdagen staan daarom per jaar met hun concrete datum in de lijst — op de afbeelding “Good Friday” zonder het teken.

Een gesloten dag slokt het hele blok van die dag op, ook het deel dat tot in de volgende dag doorloopt. En kent een kalender voor de komende twaalf maanden helemaal geen gesloten dag, dan zegt de pagina dat uitdrukkelijk — anders telt het systeem stilletjes door de feestdagen heen en levert het verkeerde termijnen op.

De knop “Import holidays (.ics)” in een rood kader en eronder de eveneens omkaderde lijst met gesloten dagen.
Vijf gesloten dagen. Vier dragen het teken ↻ voor “elk jaar dezelfde datum”, Goede Vrijdag niet — die schuift op.Afbeelding op ware grootte openen
De kalender “Around the clock” met de oranje opmerking in een rood kader dat hij voor de komende twaalf maanden geen gesloten dagen kent.
De opmerking is geen fout maar een waarschuwing: deze kalender telt door elke feestdag heen. Voor een piketkalender is dat precies goed.Afbeelding op ware grootte openen
4

De klok pauzeert terwijl er op de aanvrager wordt gewacht

Alleen Professional

De meestvoorkomende discussie over termijnen is deze: het ticket wacht al drie dagen op het antwoord van de klant, en de klok loopt toch door. Daarom heeft elk doel de schakelaar “Pause while waiting for the requester” — afzonderlijk, niet voor de hele richtlijn.

Of er wordt gewacht, bepaalt de status: onder “Settings → General → Status” draagt elke status een markering of ze als “wachten op de aanvrager” telt. Staat de schakelaar aan, dan rust de termijn zolang het ticket in zo'n status staat. De wandklok loopt door — daarom toont de lijst “Paused” in plaats van een resterende tijd, en bevat de termijnhistorie “Paused” en “Resumed” met hun tijdstippen.

Voor de eerste reactie laat je de schakelaar meestal uit: het eerste antwoord ben je hoe dan ook verschuldigd, waar er ook op wordt gewacht. Voor de oplossing staat hij meestal aan. De afbeelding toont precies die instelling.

De twee doelen van een richtlijn met de schakelaars “Pause while waiting for the requester” in een rood kader — uit bij het eerste doel, aan bij het tweede.
Dezelfde schakelaar, twee antwoorden: de klok voor het eerste antwoord loopt door, die voor de oplossing rust zolang de klant aan zet is.Afbeelding op ware grootte openen
5

Resterende tijd in de ticketlijst, met een filter op overschreden termijnen

Alleen Professional

Zodra er een richtlijn actief is, krijgt de ticketlijst de kolom “Deadline”. Die toont de resterende tijd van de volgende openstaande termijn (“14h 53m”). Loopt er op het ticket geen termijn meer, dan staat het oordeel er: het label “In time” bij een gehaalde, het rode “Breached” bij een gemiste. Een ticket zonder enige klok krijgt een neutraal streepje, en dat is bewust: een ticket van vóór de richtlijn is geen mislukking.

Is er geen richtlijn actief, dan ontbreekt de kolom helemaal — ze staat er niet leeg bij. Hetzelfde geldt voor het filter: onder “Filter” verschijnt het vakje “Breached only” alleen wanneer er überhaupt termijnen zijn.

Een ticket heeft twee klokken maar de kolom heeft maar één plek — ze toont de dringendste OPENSTAANDE termijn. Is de eerste reactie gemist en loopt de oplossing nog, dan toont de kolom de resterende tijd van de oplossing met een rode “!” ernaast. Die markering zegt: op dit ticket is al een termijn overschreden — en precies zo vindt het filter “Breached only” het, want dat vraagt naar elke overschreden termijn, ook naar een die allang is afgelopen. Welke van de twee het betrof, staat in het ticket zelf.

Je kunt er ook op sorteren: onder dezelfde kop “Deadline” staat een veld met “Due soonest first” en “Due latest first”. Tickets zonder lopende klok komen altijd achteraan — ze zijn niet het minst dringend, ze zijn alleen niet betrokken. Sorteren op termijn gaat vóór sorteren op “Updated at”: geen enkele lijst kan twee volgordes tegelijk aanhouden.

De ticketlijst met het vakje “Breached only” aangevinkt, het filter in een rood kader en de eveneens omkaderde kolom “Deadline”.
Met het vakje “Breached only” aangevinkt blijft er één ticket over. Op ticket 4 is de eerste reactie gemist. De kolom toont toch een lopende resterende tijd, omdat ze de volgende OPENSTAANDE termijn toont, en dat is hier de oplossing. De rode “!” ernaast noemt de overschrijding.Afbeelding op ware grootte openen
Een ticket met het rode label “Breached” op de eerste reactie en een lopende resterende tijd op de oplossing, eronder de termijnhistorie.
Hetzelfde ticket, twee klokken, twee toestanden. Het logboek bevat de reden: “due date passed”, na 16 minuten gebruikte werktijd.Afbeelding op ware grootte openen
6

Bij overschrijding: waarschuwen, of het ticket aan een ander team overdragen

Alleen Professional

Voordat je begint: Overdragen is bewust niet de standaard. Het verschuift de verantwoordelijkheid, haalt de behandelaar weg en zet de status terug — een ticket waar iemand op dat moment aan werkt, ligt daarna ergens anders. Kies het alleen wanneer precies dat de bedoeling is.

Per doel stel je onder “When breached” in wat er bij een overschrijding gebeurt: “Record only” legt het alleen vast, “Notify assignee and observers” stuurt een mail naar de behandelaar en de volgers (niet naar het hele team), “Hand over to another team” draagt het ticket over. Voor de overdracht moet je een doelteam kiezen — een richtlijn zonder doelteam wordt bij het opslaan geweigerd, omdat ze ingesteld zou lijken en niets zou doen.

De actie loopt precies één keer per klok. Zonder die grendel zou een herstart van de server dezelfde mail opnieuw versturen. De markering “al gedaan” wordt ook gezet wanneer het versturen mislukte — een mail die niet is aangekomen is beter dan een lus die elke minuut een nieuwe stuurt.

De overschrijding zelf wordt gedateerd op het moment waarop ze verviel, niet op de controleronde — anders zou de rapportage aan het ritme van de controledienst hangen. En ze wordt gemeten tegen de gebruikte werktijd: een gepauzeerde klok kan niet overschrijden, ook al is de vervaldatum allang voorbij.

Een inactieve voorbeeldrichtlijn met de keuze “When breached: Hand over to another team” in een rood kader en het doelteam “Network”.
De zin onder het doelteam zegt wat er gebeurt: het ticket gaat naar dat team, de huidige behandelaar wordt weggehaald. De schakelaar “Active” staat hier uit — een inactieve richtlijn doet niets.Afbeelding op ware grootte openen
7

SLA-cijfers in de rapportage

Alleen Professional

Onder “Reports” kies je de periode en druk je op “Generate report” — zonder die klik blijft de pagina leeg. Het rapport bevat daarna het blok “Service level agreements” met per doel één regel: gehaald, overschreden, nog lopend, het behaalde percentage en de gemiddeld gebruikte tijd.

Er wordt per doel geteld, niet per ticket — dat staat ook onder de tabel. Een ticket met beide doelen komt dus twee keer voor, één keer in elke regel.

Het behaalde percentage telt alleen besliste klokken mee. Lopende horen niet in de noemer, anders zou elke net aangezette SLA er eerst rampzalig uitzien en vanzelf beter worden. Is er nog geen enkele besliste klok, dan verschijnt er een streepje — niet “0 %”.

Werk je met groepsstoringen, dan is er een extra regel “Achieved without group incidents”: één storing met honderd gekoppelde tickets zou het percentage anders in beide richtingen vertekenen.

Het rapportblok “Service level agreements” met de kolommen Met, Breached en Still running, het behaalde percentage in een rood kader en de gemiddeld gebruikte tijd.
Voor de eerste reactie zijn drie termijnen gehaald en is er één overschreden, zes lopen nog. Dat maakt 75 %. De twee kolommen rechts daarvan verschijnen alleen wanneer er groepsstoringen bestaan: ze laten de meldingen weg die samen met een storing zijn gesloten.Afbeelding op ware grootte openen

Tijdregistratie per ticket

Agenten boeken de inspanning die een zaak heeft gekost. Dat betekent het werk aan het ticket, niet de aanwezigheid van een persoon — het is uitdrukkelijk geen prikkloksysteem. Dit hele blok hoort bij Professional.

1

Aanzetten voordat er iets wordt geboekt

Alleen Professional

Tijdregistratie staat als fabrieksinstelling uit. Zolang ze uit staat, is er geen veld, geen kolom en geen tegel in het rapport.

Een dood veld zou erger zijn dan helemaal geen veld, dus verdwijnt de functie volledig in plaats van er grijs bij te staan.

De schakelaar staat onder “Settings → General” op de kaart “Time tracking per ticket” en heet “Enable time tracking”.

Daarna doet elk team mee. Om er een buiten te laten, zet je het op het team zelf uit, onder “Settings → Teams” in het vak “Team details”.

Een bedrijf met een intern IT-team en een klantgericht team heeft het vaak alleen voor het tweede nodig.

Zet je de tijdregistratie later weer uit, dan blijven de bestaande boekingen leesbaar en te exporteren — ze zijn een basis voor facturatie, geen gemak. Nieuwe boekingen zijn niet meer mogelijk.

De kaart “Time tracking per ticket” onder “Settings → General” met de hoofdschakelaar, de afronding, de sneltoetsen en de stopwatch.
Elke instelling voor tijdregistratie op één kaart. Het rode kader ligt op de hoofdschakelaar, en eronder staat wat uitzetten betekent.Afbeelding op ware grootte openen
Het vak “Team details” met de schakelaar “Time tracking” en de bijbehorende zin.
Op het team laat je één enkel team buiten beschouwing. Het rode kader ligt op de schakelaar; bestaande boekingen blijven ook dan zichtbaar.Afbeelding op ware grootte openen
2

Inspanning op een ticket boeken

Alleen Professional

Het ticket draagt een kaart “Time spent”. “Log time” opent de invoer.

Naast het veld staan sneltoetsen: één klik op “30m” boekt dertig minuten. Welke knoppen verschijnen, stel je in de instellingen in.

Het veld “Duration” neemt ook vrije invoer aan: “90” is negentig minuten, “1.5h” is anderhalf uur, en “1h 30m” ook. Een getal zonder eenheid is altijd minuten.

Invoer die het systeem niet volledig begrijpt, wordt geweigerd. “1h in the evening” wordt geen boeking van een uur — het wordt een foutmelding.

In “What for (optional)” schrijf je waar de tijd voor was. Die tekst gaat mee de export in en verschijnt niet in de tickethistorie.

Meerdere agenten boeken tijd op hetzelfde ticket. Elke boeking draagt haar dag, haar notitie en de naam van de persoon die het werk heeft gedaan.

Tijd wordt op een dag geboekt, niet op een tijdstip. Gisteren invullen is het normale geval, en een tijdstip zou een nauwkeurigheid claimen die de invoer niet heeft.

De geopende invoer van de kaart “Time spent” met het veld “Duration”, de sneltoetsen, het notitieveld en het vinkje “Billable”.
Het rode kader ligt op de sneltoetsen. Ernaast neemt het veld vrije invoer aan, en de aanwijzing eronder noemt de vormen die het accepteert.Afbeelding op ware grootte openen
De lijst met tijdboekingen op een ticket met drie boekingen van twee agenten, elk met een datum, een notitie en een naam.
Drie boekingen, twee agenten, één ticket. Het rode kader ligt op de naam en de dag, met de notitie eronder.Afbeelding op ware grootte openen
3

De stopwatch

Alleen Professional

Voor lange sessies staat er een stopwatch op het ticket: “Start timer” start hem, “Pause” houdt hem stil.

De stopwatch maakt nooit uit zichzelf een boeking. Hij stelt de verstreken tijd voor, en er wordt niets opgeslagen tot je op “Log” drukt.

Hij vervangt hoofdrekenen, geen kennis. Zonder hem is de functie compleet, want het getal typen is de eigenlijke weg.

Open je een ander ticket, dan pauzeert de lopende stopwatch, en het nieuwe ticket zegt je bij welk ticket hij hoort.

Een verborgen venster is geen pauze. De stopwatch loopt door als je alleen maar wegklikt.

Tegen een stopwatch die de hele nacht doorloopt, staat er een maximale looptijd. De waarde wordt afgetopt, nooit weggegooid, en de agent krijgt het te horen.

De stopwatch staat als fabrieksinstelling uit. Je vindt hem in de instellingen onder “Stopwatch on the ticket”.

De lopende stopwatch op de kaart “Time spent” met zijn stand, “Pause”, “Discard” en de knop die hem boekt.
De stopwatch loopt. Het rode kader ligt op de knop die de stand overneemt; tot dan wordt er niets opgeslagen.Afbeelding op ware grootte openen
4

Factureerbaar of niet

Alleen Professional

Elke boeking draagt een vinkje “Billable”. De tijd wordt één keer geboekt, en het vinkje bepaalt of ze op de factuur komt.

Daarom toont het ticket twee totalen: links alles wat is geboekt, rechts de factureerbare som.

Er is geen apart type voor coulance. Coulance, garantiewerk en intern herstelwerk heten in elk bedrijf anders, en het systeem kent alleen het ene onderscheid waar geld aan hangt.

Zo boek je coulance: voer de tijd gewoon in, haal het vinkje weg en schrijf de reden in de notitie.

De boeking draagt dan zichtbaar “not billable”. De minuten blijven in het geboekte totaal staan, want het werk is wel degelijk gedaan.

Wie de tijd helemaal niet boekt, raakt juist het getal kwijt dat later verklaart waarom een klant zo weinig in rekening is gebracht.

Is het grootste deel van je werk niet factureerbaar, draai de standaard dan om met de schakelaar “New entries are billable by default”.

De kaart “Time spent” met beide totalen in de kop en één boeking met de markering “not billable”.
Beide totalen staan bovenaan naast elkaar. Het rode kader ligt op de boeking zonder vinkje: haar minuten tellen links mee en rechts niet.Afbeelding op ware grootte openen
5

Op de minuut of naar boven afgerond

Alleen Professional

Als fabrieksinstelling wordt alles op de minuut gefactureerd. Wie in kwartieren factureert, stelt twee waarden in.

“Rounding increment (minutes)” is de stap. Elke boeking wordt naar het volgende veelvoud naar boven afgerond.

“Minimum per entry (minutes)” is de bodem. Elke boeking wordt met minstens deze waarde gefactureerd.

De twee werken na elkaar: eerst de bodem, dan de stap. Bij een bodem van 20 en een stap van 15 wordt vijf minuten dertig, omdat de uitkomst aan allebei moet voldoen.

Onder de twee velden staat een voorbeeldzin met je eigen waarden. Die is berekend, niet beweerd.

Alleen de gefactureerde waarde wordt ooit afgerond, en alleen per boeking — nooit het totaal. Twee kleine boekingen worden dus twee keer naar boven afgerond.

De geboekte tijd blijft onaangeroerd. De afronding later wijzigen vervalst geen oude gegevens, omdat de waarde bij het tonen wordt uitgerekend.

Je ziet allebei op de boeking: waar de afronding de waarde verandert, staat de uitkomst er tussen haakjes naast.

De velden “Rounding increment” en “Minimum per entry” met de berekende voorbeeldzin en de opmerking eronder.
Het rode kader ligt op de voorbeeldzin, berekend uit de waarden erboven. De zin eronder zegt wat de afronding niet aanraakt.Afbeelding op ware grootte openen
Een tijdboeking van vijf minuten met de gefactureerde waarde er tussen haakjes naast.
Het rode kader ligt op de boeking die de afronding verandert. Links staat wat er is geboekt, tussen haakjes wat er wordt gefactureerd.Afbeelding op ware grootte openen
6

Een tijdboeking vóór het sluiten

Alleen Professional

Een dienstverlener wil vaak geen enkel ticket gesloten zien zonder geboekte tijd. Daar is een schakelaar voor.

Hij heet “Require a time entry before resolving or closing” en staat als fabrieksinstelling uit.

Hij geldt alleen wanneer een mens de status wijzigt. Een agent zonder boeking krijgt een melding en het ticket blijft openstaan.

Automatisch sluiten, samenvoegen en massa-acties worden nooit geblokkeerd. Anders zouden er tickets zijn die niemand nog kan sluiten.

Dit is de gevaarlijkste schakelaar van de hele functie. Zet hem pas aan wanneer je team werkelijk elke keer tijd boekt.

De schakelaar “Require a time entry before resolving or closing” met de zin die de uitzonderingen noemt.
Het rode kader ligt op de schakelaar. De zin eronder noemt de drie gevallen die nooit worden geblokkeerd.Afbeelding op ware grootte openen
7

De kolom “Time” in de ticketlijst

Alleen Professional

De ticketlijst krijgt een kolom “Time” die toont hoeveel er al op een zaak is geboekt.

Je zet haar niet aan. Ze verschijnt zodra een ticket in de lijst tijd draagt.

Bij smalle vensters valt ze als een van de eerste weer weg. De lijst houdt dan de kolommen over waarzonder een ticket niet te vinden is.

De ticketlijst met een kolom “Time” en waarden op de tickets die geboekte tijd dragen.
Het rode kader ligt op de kolom. Alleen de tickets met geboekte tijd dragen een waarde.Afbeelding op ware grootte openen
8

Het rapport

Alleen Professional

Tijd die alleen op een los ticket staat, is geen basis voor een factuur. Daarom draagt de rapportpagina een kaart “Time spent”.

Bovenaan staan vier getallen: geboekt, gefactureerd, het aantal boekingen en het aantal tickets dat überhaupt tijd draagt.

Dat laatste getal is na het totaal het belangrijkste. Veertig uur op drie van de vijfhonderd tickets is geen analyse — het zijn drie agenten die als enigen boeken.

Daaronder komen de uitsplitsingen: per aanvrager, per team, per categorie en per dag.

Daar komt per eigen veld één tabel bij. Dat is de weg naar factureren per bedrijf of kostenplaats: je maakt een eigen veld aan, vult het op het ticket in, en het rapport groepeert erop.

De periode bovenaan de pagina geldt voor de dag waarop het werk is gedaan. Werk in juli aan een ticket uit juni staat dus in het rapport van juli.

Een opmerking boven de cijfers verdient het serieus genomen te worden: ze komen uit boekingen die mensen hebben gedaan en uit je afrondingsregels. Ze zijn een werkbasis, geen gecontroleerde factuur.

De rapportpagina met de kaart “Time spent”, haar vier getallen en de tabellen eronder.
De kaart staat op de rapportpagina. Het rode kader laat zien waar je haar vindt.Afbeelding op ware grootte openen
De vier tegels van de kaart: geboekt, gefactureerd, boekingen en tickets met tijd.
Het rode kader ligt op het aantal tickets met tijd. Dat plaatst het totaal links ervan in perspectief.Afbeelding op ware grootte openen
De tabellen “By requester”, “By team” en “By category” met hun regels, elk met geboekte en gefactureerde tijd.
Het rode kader ligt op de uitsplitsing per categorie. Elke regel noemt beide totalen.Afbeelding op ware grootte openen
De tabel voor het eigen veld “Cost centre” met per kostenplaats één regel.
Één tabel per eigen veld. Het rode kader ligt op de uitsplitsing per kostenplaats.Afbeelding op ware grootte openen
9

De export voor de boekhouding en voor de klant

Alleen Professional

Onder de kaart staan drie knoppen. Ze leveren de afzonderlijke boekingen, niet de totalen van de pagina.

Dat zijn twee ontvangers, geen drie bestandsvormen. “Export entries (CSV)” en “Export entries (Excel)” gaan naar de boekhouding: allebei zijn ze volledig en worden ze nooit ingekort.

“Export entries (PDF)” is het document voor een mens. Dat gaat als bijlage bij de factuur naar de klant.

De PDF is afgetopt op 20.000 boekingen, en het document zegt dat zelf. Een factuur met meer regels leest toch niemand.

Alle drie de bestanden komen uit dezelfde bron: filters, afronding, kolommen en cijfers bestaan één keer, dus kunnen de drie niet uit elkaar lopen.

Een boeking die niet factureerbaar is, heeft een lege cel in de factureerbare kolom, geen nul. Een nul zou in een draaitabel worden opgeteld.

De drie knoppen “Export entries (CSV)”, “(Excel)” en “(PDF)” met de zinnen die het verschil noemen.
Het rode kader ligt op de drie knoppen. De zinnen eronder zeggen welk bestand voor wie bedoeld is.Afbeelding op ware grootte openen
De eerste pagina van de gemaakte PDF met haar kop, haar cijfers en de tabel met de afzonderlijke boekingen.
Dit is het document dat de klant ontvangt. Elke regel is één boeking met haar datum, ticket, agent, notitie en beide waarden.Afbeelding op ware grootte openen
10

Klanten zien de geboekte tijd niet

Alleen Professional

Een klant ziet de tijdboekingen nooit, ook niet op zijn eigen ticket.

Dit is geen instelling maar een grendel in de server. Er is geen schakelaar die hem opent.

De reden zit in de boekingen zelf: notities zijn voor het team geschreven. Ze zeggen wat er misging en hoe lang het zoeken naar de oorzaak duurde.

Andere systemen van dit soort doen hetzelfde. Waar tijd de klant bereikt, bereikt ze hem als document.

Daar is de PDF-export voor: die gaat met de factuur mee en niet naar het ticket in het klantportaal.

Meer hierover in de kaart: De export voor de boekhouding en voor de klant

Hetzelfde ticket zoals de klant het ziet: omschrijving, opmerkingen en status, maar geen kaart “Time spent”.
Hetzelfde ticket, gezien door de aanvrager. De kaart met de tijd ontbreekt volledig.Afbeelding op ware grootte openen
11

De uitsplitsing per agent kan uit

Alleen Professional

Het rapport kan daarnaast tonen wie hoeveel heeft geboekt. Als fabrieksinstelling doet het dat niet.

Tijd per persoon is een prestatiegegeven, en in veel bedrijven heeft de ondernemingsraad daar zeggenschap over.

De schakelaar heet “Per-agent evaluation” en staat in de instellingen.

Zolang hij uit staat, levert de server de cijfers niet eens. De tabel is niet verborgen — ze bestaat niet.

Dat verschil telt. Een grendel waar alleen de weergave van weet, is geen grendel.

Meer hierover in de kaart: Geen historie van de beschikbaarheid, geen uitsplitsing per persoon

Het rapport met de tabellen per team en per dag, zonder een tabel per agent.
Zo ziet het rapport er als fabrieksinstelling uit. Tussen categorie en dag staat geen tabel per agent.Afbeelding op ware grootte openen
Dezelfde plek met de schakelaar aan: een tabel “By agent” met per agent één regel.
Dezelfde plek nadat de schakelaar is aangezet. Tussen “By category” en “By day” staat nu een tabel per agent.Afbeelding op ware grootte openen

Rapportage en dashboards

Het dashboard laat zien waar een team staat. Het rapport beantwoordt een vraag die je zelf stelt. Allebei lezen ze alleen; geen van beide wijzigt ooit een ticket. Op je eigen velden na hoort dit hele blok bij Basic.

1

Het dashboard: hoe het ervoor staat

Bovenaan staat per status één tegel met haar aantal. Eronder staan drie cijfers voor het hele team: “Total tickets”, “Tickets which are not Closed” en “Avg. resolution time”.

Het middelste cijfer is het belangrijke. Het zegt hoeveel werk er op dit moment openstaat.

“Avg. resolution time” blijft leeg zolang er geen ticket is opgelost. Een streepje is eerlijker dan een nul.

De kaart “Top 3 longest open tickets” noemt de drie oudste openstaande zaken met hun leeftijd. Dat zijn de zaken die niemand nog ter sprake brengt.

Daaronder staan drie grafieken: “Tickets by status”, “Tickets by priority” en “Tickets by category”.

Het dashboard toont altijd de huidige toestand. Een periode kun je hier niet kiezen; daar is het rapport voor.

Het dashboard van het team Helpdesk met bovenaan de statustegels en eronder de drie kerncijfers.
Het rode kader ligt op de drie kerncijfers. In deze voorbeeldwereld heeft het team 22 tickets, waarvan er 20 niet gesloten zijn.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “Top 3 longest open tickets” met drie zaken en hun leeftijd.
Één klik op een regel opent het ticket.Afbeelding op ware grootte openen
De grafieken “Tickets by status”, “Tickets by priority” en “Tickets by category”.
De categorieën zijn die van het team zelf. Een ander team toont hier andere.Afbeelding op ware grootte openen
2

Elk team heeft een eigen dashboard

De zijbalk draagt per team één regel. Die heet “Dashboard”, gevolgd door de teamnaam.

Elke regel toont alleen de tickets van het eigen team. De cijfers, de categorieën en de oudste zaken zijn dus per team anders.

Het recht hangt aan het afzonderlijke dashboard. Je kunt een rol toegang tot het ene team geven en tot het andere niet.

Wie geen recht op een dashboard heeft, ziet de regel helemaal niet. Een geblokkeerde regel die toch zichtbaar is, roept alleen maar vragen op.

Het dashboard van het team Helpdesk, met de zijbalkregel “Dashboard · Helpdesk” gemarkeerd.
Het rode kader ligt op de zijbalkregel. In deze voorbeeldwereld toont Helpdesk 22 tickets.Afbeelding op ware grootte openen
Hetzelfde dashboard voor het team Network met andere cijfers en andere categorieën.
Dezelfde pagina, een ander team. Hier zijn het 6 tickets, en de categorieën zijn “Wi-Fi” en “Firewall”.Afbeelding op ware grootte openen
3

Het rapport maken en filteren

De pagina “Reports” is leeg wanneer je haar opent. Alleen het filtervak staat er.

Pas de klik op “Generate report” start de berekening. Dat duurt even, omdat elk onderdeel tegelijk wordt uitgerekend.

Dat is bewust zo. Een rapport dat bij elke toetsaanslag opnieuw rekent, zou op een grote gegevensverzameling onbruikbaar zijn.

Daarna staan er bovenaan vier kerncijfers en eronder de grafieken.

Elke grafiek noemt haar cijfers. De ringen drukken aantal en aandeel in de legenda ernaast af; de staven drukken het aantal boven de staaf af.

In het filtervak erboven stel je de vraag. Je kunt de periode kiezen met “From” en “To”, en daarnaast het team, de status, de agent, de aanvrager, de locatie, de prioriteit, de hoofd- en subcategorie, en het kanaal waarlangs het ticket binnenkwam.

Stel je meerdere velden in, dan gelden ze tegelijk. “Periode juli, team Helpdesk, prioriteit High” is één vraag.

De periode gaat uit van de dag waarop het ticket is aangemaakt.

Er is één uitzondering. Het tijdrapport gaat uit van de dag waarop het werk is gedaan. Werk in juli aan een ticket uit juni komt dus in het rapport van juli terecht.

Na elke wijziging aan het filter moet je opnieuw op “Generate report” klikken.

Deze pagina draagt ook de analyses van andere functies. Die verschijnen alleen wanneer de functie aanstaat en er in de gekozen periode iets is gebeurd.

Ze worden uitgelegd waar ze horen: termijnen onder “SLA-cijfers in de rapportage”, beoordelingen onder “De analyse van de beoordelingen”, verdeling onder “Wat de verdeling heeft gedaan” en inspanning onder “Het tijdrapport”.

De rapportpagina direct na het openen: alleen het filtervak, geen cijfers.
Het rode kader ligt op “Generate report”. Tot iemand daarop klikt, blijft de pagina leeg.Afbeelding op ware grootte openen
Het filtervak van de rapportpagina met periode, team, status, agent, categorieën en kanaal.
Alle velden gelden tegelijk. Leeg betekent “alle”.Afbeelding op ware grootte openen
Het gemaakte rapport met vier kerncijfers en de eerste grafieken eronder.
In deze voorbeeldwereld zijn er 28 tickets. Elke staaf draagt haar aantal erboven, en de ringen tonen aantal en aandeel ernaast.Afbeelding op ware grootte openen
4

Filteren en groeperen op je eigen velden

Alleen Professional

Heb je eigen velden aangemaakt, dan biedt het rapport ze net zo aan als de ingebouwde.

Elk van je velden krijgt een filter in het vak en een eigen grafiek in het rapport.

Dat beantwoordt vragen die alleen jouw bedrijf stelt. “Hoeveel tickets gaan naar welke kostenplaats?” is er een van.

De namen van de grafieken zijn de namen van je velden. Die worden niet vertaald, omdat ze uit je eigen installatie komen.

Waar je eigen velden aanmaakt, staat beschreven onder “Eigen velden”.

Twee grafieken die uit eigen velden zijn opgebouwd: “Asset tag” en “Cost centre”.
Deze voorbeeldwereld heeft de velden “Asset tag” en “Cost centre”. Jouw installatie toont hier die van jezelf.Afbeelding op ware grootte openen
5

Welke kolommen het rapport toont

Onder “Settings → Report Settings” bepaal je welke velden het rapport aanbiedt.

De pagina heeft drie gedeelten: “Admin”, “Agent” en “Customer”. Elk gedeelte draagt dezelfde lijst met eigen schakelaars.

Een veld dat je hier uitzet, verdwijnt voor die rol uit het filter en uit de export.

Als fabrieksinstelling zien beheerders en agenten alles. Klanten zien minder, omdat ze de agent, de locatie en de prioriteit niet nodig hebben.

Je eigen velden staan onder “Custom fields” in dezelfde lijst.

De pagina “Report Settings” met de drie gedeelten “Admin”, “Agent” en “Customer”.
Het rode kader ligt op het gedeelte “Customer”. Elke rol heeft een eigen lijst.Afbeelding op ware grootte openen
6

Klanten halen een eigen rapport op

Een klant kan hetzelfde rapport openen als een agent. Daarin ziet hij alleen zijn eigen tickets.

De grens zit in het systeem, niet in het filter. Een klant komt er ook niet omheen door het adres met de hand in te typen.

Je geeft het vrij op het team. De schakelaar staat onder “Settings → Teams” en heet “Has permission to view their own Tickets in the Dashboard and in Reports for this Team”.

Als fabrieksinstelling staat hij uit. Zolang hij uit staat, vindt een klant noch het dashboard noch de rapporten.

Welke kolommen de klant ziet, komt uit het gedeelte “Customer” van de rapportinstellingen.

De bestandsuitvoer staat ook voor hem open. Een klant kan zijn eigen tickets als CSV, Excel of PDF downloaden.

De teamschakelaar die het dashboard en de rapporten voor een klant opent.
De schakelaar staat in het vak “Team details”. Hij geldt voor dit ene team.Afbeelding op ware grootte openen
De rapportpagina vanuit een klantaccount, met minder filters en kleinere cijfers.
Dezelfde pagina vanuit het account van Julia Becker. In deze voorbeeldwereld ziet zij 8 tickets in plaats van 28, en het agentfilter ontbreekt.Afbeelding op ware grootte openen
7

Exporteren als CSV, Excel of PDF

Onder het filtervak staan drie knoppen: “CSV export”, “Excel export” en “PDF export”.

Alle drie geven uit wat er op dat moment op het scherm staat, dus het filter geldt ook.

Het Excel-bestand heeft twee bladen. “Key figures” bevat de cijfers, “Tickets” bevat de afzonderlijke zaken.

Cijfers en grafieken zitten er altijd in. De lijst met afzonderlijke tickets alleen wanneer je “Include ticket table in export” aanvinkt.

Vink je dat aan, dan verschijnen eronder het echte aantal tickets en het geschatte aantal pagina's.

Bij heel veel tickets verschijnt er ook een rode waarschuwing. Die zegt dat de export even kan duren.

CSV en Excel bevatten elke regel. De PDF stopt bij 20.000 tickets en schrijft dat in het document.

De grens staat al op de pagina voordat je exporteert. Een grens waar je pas in het afgeronde document over hoort, komt te laat.

De drie exportknoppen en eronder het vinkvakje voor de tickettabel.
Het rode kader ligt op het vinkvakje. Alleen als het is gezet, verschijnt de regel met het aantal tickets. In deze voorbeeldwereld zijn dat 28 tickets en ongeveer 4 pagina's.Afbeelding op ware grootte openen
8

De PDF drukt de cijfers naast de grafieken af

De PDF is bedoeld om door te geven. Ze bevat dezelfde grafieken die op het scherm staan.

Naast elke grafiek staan het cijfer waaruit ze is opgebouwd en het aandeel in procenten.

Daarvoor staan ze er. Naar een staaf kun je kijken, maar je kunt hem niet nakijken.

Op het scherm toont de muisaanwijzer hetzelfde cijfer. Op een afgedrukt blad is er geen muisaanwijzer.

Het document noemt bovenaan de periode en de dag waarop het is gemaakt.

Een pagina van de gemaakte PDF met een grafiek en de cijfers ernaast.
Het document zoals de ontvanger het krijgt. Naast elke staaf staan het aantal en het aandeel.Afbeelding op ware grootte openen

Klanttevredenheidsonderzoek (CSAT)

Zodra een ticket gesloten is, vraag je je klanten hoe het ging. Dit hele blok hoort bij Professional.

1

Het onderzoek na het sluiten

Alleen Professional

Voordat je begint: Twee dingen moeten kloppen, anders gebeurt er niets. Het versturen van e-mail moet zijn ingericht. En onder “Settings → Security” moet het openbare adres van deze installatie kloppen, want de link in de mail wordt daaruit opgebouwd. Staat daar het verkeerde adres, dan verstuurt het systeem het onderzoek toch, en komt je klant op een pagina die niet bestaat.

Wordt een ticket gesloten, dan krijgt de aanvrager een e-mail met vijf sterren. Elke ster is een eigen link, en één klik is het hele antwoord.

De mail gaat niet meteen uit. Het systeem wacht na het sluiten een uur, en vanaf dan verstuurt een achtergronddienst elke tien minuten de onderzoeken die aan de beurt zijn. Dat uur is bewust: een ticket dat meteen wordt heropend, hoort geen onderzoek uit te lokken.

Er is precies één onderzoek per ticket. Ook als een ticket later wordt heropend en opnieuw gesloten, vraagt het systeem geen tweede keer.

De link heeft geen klantaccount nodig en is 30 dagen geldig. Tot dan kan je klant de beoordeling wijzigen — een misklik op de verkeerde ster komt vaker voor dan misbruik.

Een opmerking is optioneel. Op een ster klikken is al een beoordeling; wie iets wil toevoegen, vindt er op de pagina een veld voor en bevestigt met “Update rating”.

De pagina toont alleen het nummer en de titel van het ticket. Omschrijving, opmerkingen en historie staan er niet op: de link is een recht om te beoordelen, geen recht om mee te lezen — hij kan worden doorgestuurd, of in een gedeeld postvak belanden.

De klik uit de mail schrijft de beoordeling pas weg zodra de pagina is geladen. Daarom beoordelen virusscanners en voorbeeldophalers je tickets niet: ze halen het adres op, maar draaien geen JavaScript. Voor een mens blijft het toch één klik.

De beoordeling die terugkomt, staat op het ticket, waar agenten en beheerders van het verantwoordelijke team haar kunnen zien. De klant ziet haar daar nooit, ook zijn eigen niet.

Niet elk gesloten ticket wordt bevraagd. Zonder adres voor de aanvrager gaat er helemaal geen mail uit, en samengevoegde dubbele meldingen en de meldingen die aan een grote storing hangen blijven er ook buiten — het oplossen van een storing sluit elke gekoppelde melding met één klik, en zonder die uitzondering zou elke melder over hetzelfde stuk werk worden bevraagd.

De onderzoeksmail in het postvak van de klant met vijf sterrenregels en de link naar de onderzoekspagina.
Zo komt het onderzoek aan. Elk van de vijf regels is een eigen link, eronder staat de weg naar de pagina met het opmerkingenveld. Het adres in de links is het adres dat je onder “Security” hebt opgeslagen.Afbeelding op ware grootte openen
De onderzoekspagina met vijf sterren, de gezette beoordeling, een opmerkingenveld en de knop “Update rating”.
De pagina na de klik op de vijfde ster: de beoordeling is opgeslagen, het opmerkingenveld blijft open. Alleen het nummer en de titel van het ticket worden getoond.Afbeelding op ware grootte openen
De beoordeling op het ticket met vijf sterren en de opmerking van de klant.
Hetzelfde resultaat op het ticket. Het rode kader ligt op de beoordeling — die staat hier voor het team, niet voor de klant.Afbeelding op ware grootte openen
2

Aanzetten en beperken

Alleen Professional

Het onderzoek heeft precies één plek om het in te stellen: onder “Settings → General”, in de kaart “Customer Satisfaction Score (CSAT)”, met daarop drie knoppen. Er is geen eigen instellingengedeelte.

“Send satisfaction surveys” zet het versturen aan; als fabrieksinstelling staat het uit. Alleen tickets die na het aanzetten zijn gesloten, worden bevraagd — anders zou je hele achterstand in één keer een mail krijgen.

Zet je het weer uit, dan blijven de beoordelingen die je al hebt zichtbaar. Alleen gaat er niets nieuws meer uit.

Boven de schakelaars zie je het adres waaruit de links worden opgebouwd. Het staat er om te controleren, niet om te bewerken: je wijzigt het op de ene plek waar het wordt onderhouden, en de aanwijzing ernaast brengt je daarheen.

De middelste schakelaar, “Per-agent evaluation”, hoort bij het rapport. Wat hij daar doet, en waarom hij als fabrieksinstelling uit staat, staat op de kaart over het rapport.

“At most one survey per requester within” beperkt hoe vaak dezelfde persoon wordt gevraagd. De fabrieksinstelling is 7 dagen: wie binnen dat venster meerdere tickets meldt, wordt toch maar één keer gevraagd.

Met 0 vraag je bij elk gesloten ticket. Voor een interne helpdesk is dat meestal te veel, omdat dezelfde mensen telkens opnieuw melden; een klantenbalie met veel verschillende afzenders haalt de grens sowieso zelden.

Het onderzoek is bewust eenvoudig. De schaal ligt vast op één tot vijf sterren, en zo ook het uur vertraging en de geldigheid van 30 dagen. Twee verschillende schalen in dezelfde database zouden betekenen dat het rapport dingen middelt die niet vergelijkbaar zijn.

Meer hierover in de kaart: Het rapport over de beoordelingen

De kaart “Customer Satisfaction Score (CSAT)” met twee schakelaars en het getalveld voor de grens.
De hele instelling op één kaart. De rode kaders liggen op de twee schakelaars en op het veld voor de grens; daarboven staat het adres waaruit de links worden opgebouwd.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “Public address of this installation” met het adresveld en de regel “Currently in use”.
Het adres zelf wordt onderhouden onder “Settings → Security”. De regel eronder zegt welk adres op dit moment in gebruik is en waar het vandaan komt.Afbeelding op ware grootte openen
3

Het rapport over de beoordelingen

Alleen Professional

Onder “Reports” heeft tevredenheid een eigen gedeelte, “Customer satisfaction (CSAT)”. Het staat in hetzelfde rapport als al het andere en volgt dezelfde filters — periode, team, categorie en agent.

Bovenaan staan vijf tegels. “Average score” is het gemiddelde van de sterren, “Satisfaction rate (4-5 stars)” zegt welk deel tevreden was, “Response rate” is hoeveel er hebben geantwoord, en “Surveys sent” telt de onderzoeken die zijn uitgegaan. Onder beide percentages vind je in kleine letters de breuk waaruit ze zijn opgebouwd.

“Closed without survey” is de vijfde tegel. Die telt de gesloten tickets waarbij nooit is gevraagd, met het totale aantal gesloten tickets eronder. Zonder dat getal zou je een percentage voor het beeld van je klanten houden, en het zou berusten op een deelverzameling die je niet ziet.

Het getal dat het meest telt, is niet het gemiddelde maar het responspercentage. Een goed cijfer dat op weinig antwoorden berust, zegt weinig over je klanten.

Daaronder komt de verdeling: voor elk aantal sterren, van vijf tot één, toont een staaf hoe vaak het is gegeven, met het aantal ernaast. Dan komt “Trend”, met per dag waarop iemand antwoordde één regel, met de datum, het gemiddelde van die dag als staaf en het aantal antwoorden. Als laatste komen “By agent” met per agent één regel en “Latest comments” met wat mensen werkelijk hebben geschreven. Een uitsplitsing “By team” komt erbij zodra meer dan één team beoordeelde tickets heeft.

De uitsplitsing per agent kun je uitzetten. “Per-agent evaluation” staat als fabrieksinstelling uit, omdat beoordelingen per persoon prestatiegegevens zijn — in veel bedrijven heeft de ondernemingsraad daar zeggenschap over, en bij cloudaanbieders is deze uitsplitsing vaak helemaal niet uit te zetten.

De schakelaar werkt op de server en niet alleen op het scherm: staat hij uit, dan ontbreekt de uitsplitsing ook in de export.

De losse beoordeling op een ticket blijft hierdoor onaangeroerd en blijft voor het team zichtbaar. De schakelaar regelt het vergelijken van mensen, niet wat er op één zaak wordt getoond.

Het filter “Satisfaction” beperkt het rapport tot beoordelingen. “Rated only” toont beoordeelde tickets, “Not rated” de onbeoordeelde, en met “Score from” en “Score to” kun je elk ticket met één of twee sterren bekijken. Het filter geldt voor de tabel en voor beide exports.

Het gedeelte “Customer satisfaction (CSAT)” van het rapport met vijf kerncijfers en de verdeling van de sterren.
De vijf tegels van het gedeelte. Het rode kader ligt op “Closed without survey” — het getal dat het responspercentage in perspectief plaatst.Afbeelding op ware grootte openen
Het gedeelte “Trend” met per dag één regel, het gemiddelde als staaf en het aantal antwoorden.
Het verloop in de tijd. Per dag zie je de datum, het gemiddelde als staaf met het cijfer ernaast, en rechts hoeveel antwoorden er die dag binnenkwamen. In het voorbeeld kwamen beide antwoorden op dezelfde dag, dus is er één regel.Afbeelding op ware grootte openen
De uitsplitsing “By agent” met per agent één regel, en de laatste opmerkingen.
De uitsplitsing per agent, samen met de opmerkingen zoals ze zijn geschreven. Dit deel van het rapport is het deel dat je kunt uitzetten.Afbeelding op ware grootte openen
4

Een slechte beoordeling als aanleiding

Alleen Professional

Een beoordeling kan een regel in gang zetten. In de regeleditor onder “Settings → Automation” staat daar een voorwaarde voor, “Satisfaction rating (CSAT)”, en ernaast kies je “is at most”, “is at least”, “is” of “is not”. Het derde veld bevat de sterren, van één tot vijf, met het getal ernaast.

Het gebruikelijke geval is “is at most 2”. Boven de regel lees je dan de zin die de editor meeschrijft: “When a ticket was rated 2 stars or fewer, then send an e-mail to the assignee.”

Deze regel heeft geen tijdsvoorwaarde nodig, dus blijft het blok “WHEN” leeg. Daarmee is ze de uitzondering onder de regels: alle andere wachten erop dat er een tijd lang niets is gebeurd, deze wacht op een gebeurtenis.

Als actie heb je alles wat een regel sowieso kan: een mail sturen, de prioriteit verhogen, het ticket aan een ander team geven, of een opvolging zetten.

Één ding werkt hier anders. Regels laten gesloten tickets normaal met rust, maar een beoordeling komt bijna altijd op een gesloten ticket binnen — dus bereikt een regel met deze voorwaarde ook gesloten tickets. Elke andere regel doet dat nog steeds niet.

De voorwaarde geldt nooit voor een ticket zonder beoordeling, en dat geldt ook voor “is not” — anders zou “geen vijf sterren” je hele onbeoordeelde achterstand raken. Wil je weten hoeveel er niet hebben geantwoord, dan is dat het responspercentage in het rapport.

De regel handelt één keer per beoordeling. Eronder opent “Log” de tabel “What this rule did” met per ticket één regel, zodat je kunt zien wanneer ze liep en wat ze deed.

De regeleditor met de voorwaarde “Satisfaction rating (CSAT) is at most 2” en de zin erboven.
De voorwaarde in de editor. De rode kaders liggen op de voorwaarde en op de zin erboven, en die zin herschrijft zichzelf bij elke wijziging.Afbeelding op ware grootte openen
De tabel “What this rule did” met één regel voor het slecht beoordeelde ticket.
Het logboek van de regel. De regel toont het ticket, het tijdstip en de uitgevoerde actie.Afbeelding op ware grootte openen

Kennisbank

Het deel dat tickets voorkomt: oplossingen die één keer zijn opgeschreven, door je team teruggevonden — en aan de aanvrager voorgesteld terwijl die nog aan het typen is. Alles in dit blok hoort bij Basic.

1

Onderwerptegels met artikelen en bijlagen

Je bereikt de kennisbank via “Knowledge Base” in de linkerbalk. Het overzicht bestaat uit tegels — één per onderwerp. Het getal rechtsboven op een tegel is het aantal gepubliceerde artikelen; eronder staan de naam en de omschrijving van het onderwerp. Een klik op de tegel leidt naar de lijst met artikelen, elk met auteur, wijzigingsdatum en de eerste regels van de tekst.

De onderwerpen maak je niet hier aan maar onder “Settings → Knowledge Base” (zie de kaart “Zichtbaarheid per onderwerp”). Zonder ook maar één onderwerp toont het overzicht niets dan een opmerking — een artikel heeft altijd een onderwerp nodig.

Je schrijft met “New entry” op een onderwerppagina. De editor vraagt om drie dingen: “Title”, “Topic” en “Content”. Het is dezelfde editor als in een ticket, met dezelfde werkbalk: “Bold”, “Italic”, “Underline”, “Strikethrough”, “Text color”, “Highlight color”, “Bullet list”, “Numbered list”, “Quote”, “Link” en “Clear formatting”. Een link maak je als in een ticket: selecteer de tekst, klik op “Link”, voer het adres in — web- en mailadressen zijn toegestaan (http, https, mailto). “Save” blijft grijs zolang de titel of het onderwerp ontbreekt, en een artikel zonder tekst wordt geweigerd: bijlagen alleen zijn geen artikel.

Afbeeldingen komen via het klembord in de tekst, net als in een ticket: maak een schermafbeelding en plak haar met Ctrl+V in de editor. In de tekst verschijnt een markering als “[inline-image:1]”; bij het opslaan uploadt het systeem de afbeelding en toont haar precies daar. Ze duikt daarnaast onderaan op onder “Attachments” — daar verwijder je haar ook weer. PNG, JPEG en GIF zijn te plakken.

Bestanden hang je er pas aan zodra het artikel is opgeslagen: onderaan de artikelpagina staat de kaart “Attachments” met “Upload file”. Toegestane bestandstypen en grootte zijn dezelfde als bij een ticket (tot 50 MB per bestand). Wie een bestand heeft geüpload, mag het er weer af halen; beheerders mogen ze allemaal verwijderen.

Beheerders mogen altijd schrijven, agenten zolang de schakelaar in de instellingen dat toelaat (zie de kaart “Goedkeuring”). Klanten lezen alleen. Een beheerder mag elk artikel verwijderen; de auteur mag het zijne verwijderen zolang het nog op goedkeuring wacht.

De overzichtspagina van de kennisbank met drie onderwerptegels en de menuregel “Knowledge Base” in een rood kader.
De weg naar binnen: “Knowledge Base” in de linkerbalk. Elke tegel is een onderwerp; het getal noemt de gepubliceerde artikelen, het oranje label de wachtende.Afbeelding op ware grootte openen
De editor “New entry” met de velden Title en Topic, de werkbalk van de editor en de grijze knop “Save”.
Titel, onderwerp, inhoud. Zolang er geen onderwerp is gekozen, blijft “Save” grijs — in het rode kader de keuze die hier nog ontbreekt.Afbeelding op ware grootte openen
Een kennisbankartikel met opgemaakte tekst, een geplakte afbeelding van het printerdisplay, een genummerde lijst en de kaart “Attachments” met twee bestanden.
Een afgerond artikel: kop met onderwerp, auteur en goedkeuring, eronder de tekst met een geplakte afbeelding. Onderaan staan beide bestanden — de beknopte handleiding om te downloaden en de geplakte afbeelding.Afbeelding op ware grootte openen
3

Zichtbaarheid per onderwerp: alleen intern of ook voor klanten

Voordat je begint: De zichtbaarheid hangt aan het ONDERWERP, niet aan het losse artikel. Een interne notitie in een onderwerp voor klanten is voor klanten leesbaar zodra ze wordt gepubliceerd — deel je onderwerpen daarop in, en verplaats een artikel zo nodig via “Edit” naar een ander onderwerp.

Onderwerpen onderhoud je onder “Settings → Knowledge Base” in de kaart “Topics”. Elke regel draagt een naam, een omschrijving, een sorteergetal voor de volgorde van de tegels, de schakelaar “Visible to customers” en twee knoppen om op te slaan en te verwijderen — je slaat per regel op, niet de hele kaart.

Staat de schakelaar uit, dan zien alleen agenten en beheerders het onderwerp, zijn artikelen en hun bijlagen — een klant krijgt de tegel niet eens en vindt de artikelen ook niet via het zoeken. Staat hij aan, dan zien klanten het onderwerp en de gepubliceerde artikelen erin; concepten blijven hoe dan ook onzichtbaar.

Een nieuw onderwerp maak je aan in de gestippelde regel eronder: vul een naam in, kies de zichtbaarheid, “Add topic”. Een onderwerp is alleen te verwijderen zolang het leeg is — anders zou je zijn artikelen mee verwijderen zonder ze te zien.

De kaart “Topics” met drie onderwerpen; de schakelaar “Visible to customers” staat aan bij het eerste onderwerp en uit bij “Internal runbooks”.
Het verschil zit in de twee rode kaders: “Printing” is voor klanten vrijgegeven, “Internal runbooks” niet. Je slaat per regel op met de oranje knop rechts.Afbeelding op ware grootte openen
4

Voorgestelde oplossingen terwijl een ticket wordt aangemaakt

Zodra er drie tekens in het veld “Title” van het formulier “Create new ticket” staan, zoekt het systeem op de achtergrond en toont het het vak “Possible solutions from the knowledge base” — tot vijf artikelen die bij de titel passen. Wie daar zijn antwoord vindt, maakt geen ticket aan; dat is de hele bedoeling.

Alleen de TITEL wordt doorzocht, niet de omschrijving. Dezelfde regel als bij het zoeken geldt: een suggestie moet minstens de helft van de woorden uit de titel bevatten — hoe preciezer de titel, hoe minder en hoe passender de suggesties. Een klik op een suggestie opent haar in een nieuw tabblad, zodat het halfingevulde formulier niet verloren gaat; “Open knowledge base” onderaan leidt naar het volledige overzicht.

De zichtbaarheid geldt ook hier: een klant krijgt alleen gepubliceerde artikelen van onderwerpen voor klanten voorgesteld. Als agent zie je daarnaast interne onderwerpen en artikelen die nog op hun goedkeuring wachten.

Het veld “Title” van het formulier voor een nieuw ticket met het vak “Possible solutions from the knowledge base” en de suggesties eronder.
Alleen de titel is getypt — het vak eronder verschijnt vanzelf. Bovenaan staan de artikelen die het best bij de titel passen.Afbeelding op ware grootte openen
5

Van een opgelost ticket een artikel maken

Voordat je begint: ALLES wordt overgenomen: de omschrijving en elke opmerking, ook de interne. De tekst is een kopie, geen koppeling — lees hem door en haal er namen, telefoonnummers, e-mailadressen en ordernummers uit voordat je opslaat. Daarna kan iedereen die het onderwerp mag zien, hem lezen.

Rechtsboven op elk ticket staat “Add to knowledge base”. De knop opent de editor voor een nieuw artikel, vooraf gevuld met de titel van het ticket en het hele verloop: de omschrijving als eerste alinea, elke opmerking eronder als citaat.

Daarmee alleen win je nog niets — het is grondstof. Waar het om gaat, is dat jij er een handleiding van maakt: kort het in tot wat de volgende keer helpt, en herschrijf de titel als die naar één geval klinkt (“Printer on 2nd floor pulls two sheets” wordt “Een papierstoring verhelpen”).

Er is geen onderwerp voorgeselecteerd, dat kies je zelf. Het artikel wordt als elk ander opgeslagen: als beheerder meteen gepubliceerd, als agent ter goedkeuring verstuurd. Daarna blijft de interne verwijzing “Source: Ticket #1” op het artikel staan — dat is een sprong terug naar de zaak en is voor klanten niet zichtbaar.

Een ticket met de knop “Add to knowledge base” rechtsboven in een rood kader.
De knop staat rechtsboven op elk ticket — ongeacht in welke status het ticket op dat moment staat. Ze is bedoeld voor de zaak die is opgelost.Afbeelding op ware grootte openen
De editor “New entry” vooraf gevuld met de titel en het verloop van het ticket, daarboven de omkaderde opmerking over het bronticket.
De opmerking in het rode kader zegt waar het om gaat. In de tekst eronder staat de interne notitie met het inkoopordernummer — precies wat er vóór het opslaan uit moet.Afbeelding op ware grootte openen
6

Goedkeuring: artikelen van een agent wachten op de beheerder

Of agenten überhaupt mogen schrijven, bepaalt de schakelaar “Agents can create entries” onder “Settings → Knowledge Base”. Die staat standaard aan. Uit is het een harde grens: de knop “New entry” verdwijnt, en de editor rechtstreeks aanroepen wordt ook geweigerd.

Er zijn precies twee toestanden — “Awaiting review” en “Published”; er is geen concept waar je stilletjes aan kunt werken zonder dat iemand het ziet. Wie schrijft, bepaalt de toestand: een beheerder publiceert meteen. Een agent levert een artikel met de markering “Awaiting review” — zichtbaar voor agenten en beheerders, niet voor klanten. Op de onderwerptegel verschijnt daarvoor het oranje label “1 awaiting review”.

De beheerders krijgen daarnaast een e-mail zodra er een artikel ter goedkeuring klaarstaat. Dat is een aanvulling, geen voorwaarde: zonder ingerichte uitgaande post blijft het label de manier waarop een wachtende goedkeuring wordt gevonden. Goedkeuren doe je op de pagina van het artikel met “Approve & publish”; daarna staat daar wie het heeft goedgekeurd.

Wijzigt een agent later een gepubliceerd artikel, dan gaat het terug ter goedkeuring — de wijziging is pas na de volgende “Approve & publish” weer voor klanten zichtbaar. Wie al wacht en nog een keer opslaat, lokt geen tweede e-mail uit.

De instellingenpagina van de kennisbank met de schakelaar “Agents can create entries” in een rood kader.
De schakelaar staat helemaal bovenaan “Settings → Knowledge Base”. De zin ernaast zegt wat ervan afhangt: artikelen van agenten wachten op goedkeuring.Afbeelding op ware grootte openen
Een artikel met de markering “Awaiting review” en de knop “Approve & publish” in een rood kader.
Het artikel komt van de agent Marco Rossi en wacht. Één klik op “Approve & publish” maakt het zichtbaar voor iedereen die het onderwerp mag zien.Afbeelding op ware grootte openen
7

Wijzigingshistorie van de kennisbank

Onder “Settings → Knowledge Base” staat de kaart “History” helemaal onderaan. Die somt de laatste 200 gebeurtenissen op, de nieuwste eerst: wat er is gebeurd, welk artikel of onderwerp het betrof, wie het heeft gedaan en wanneer.

Er worden zeven gebeurtenissen vastgelegd: artikel aangemaakt, gewijzigd, goedgekeurd en verwijderd, plus onderwerp aangemaakt, gewijzigd en verwijderd. Een verwijderd artikel verdwijnt dus niet spoorloos — de regel blijft staan, ook als het artikel weg is.

Twee regels tegelijk zijn geen fout: maakt een beheerder een artikel aan, dan staat er “Entry created” en direct daarboven “Entry approved” — die publiceert zonder de omweg via de goedkeuring. Bij een agent verschijnt eerst alleen “Entry created”; de goedkeuring komt later en met de naam van de beheerder.

Alleen wie de instellingenpagina van de kennisbank mag openen, ziet de historie — standaard beheerders. Het is één historie voor de hele kennisbank, niet één per artikel.

De kaart “History” met regels als “Entry created”, “Entry approved” en “Topic created”, elk met een naam en een tijdstip.
Helemaal bovenaan het artikel van de agent dat nog op goedkeuring wacht — dat heeft nog geen regel “Entry approved”. Eronder de artikelen van de beheerder, elk met beide regels.Afbeelding op ware grootte openen

Back-up en herstel

Back-ups hebben een eigen toepassing. Die wordt met het systeem meegeleverd en door de installatie ingericht, dus er valt niets te kopen en niets in te stellen. Dit blok laat zien wat ze bewaart, wanneer ze loopt en hoe je alles terugkrijgt als het erop aankomt. Dit hele blok hoort bij Basic.

1

De toepassing voor back-up en herstel

De toepassing heet “Ticket System Backup & Restore”. Ze staat naast het ticketsysteem en heeft een eigen snelkoppeling op het bureaublad.

Er is een versie voor Windows en een voor Linux. Het is dezelfde toepassing, alleen voor elk besturingssysteem gebouwd.

Ze heeft vijf tabbladen. “Restore” toont de back-ups die je hebt, “Create Backup” maakt een nieuwe, “Schedule” regelt de tijden, “Settings” toont de paden en “Log” het protocol.

De instellingen zijn al ingevuld. Bij de eerste start zoekt de toepassing zelf uit waar het ticketsysteem staat.

De map voor de back-ups staat onder “Backup directory”. Die kun je wijzigen, bijvoorbeeld naar een andere schijf.

Het tabblad “Restore” met twee back-ups, elk met tijdstip, grootte en soort.
Het rode kader ligt op de lijst. De kolom “Type” zegt of een back-up uit het schema kwam of met de hand is gemaakt.Afbeelding op ware grootte openen
Het tabblad “Settings” met de map, de database en de drie volumes.
Het rode kader ligt op de naam van de database. Eronder staan de volumes die mee worden bewaard.Afbeelding op ware grootte openen
2

Het schema loopt vanaf het moment van installeren

Voordat je begint: Op Windows heeft het registreren van een schema beheerdersrechten nodig. Zonder die rechten maakt de toepassing een taak die alleen loopt zolang er iemand is aangemeld, en ze zegt dat erbij.

De installatie richt de dagelijkse back-up zelf in. Die loopt om 23:00 volgens de klok van de server.

Het schema leeft in het besturingssysteem. Op Windows is dat Task Scheduler, op Linux de cron-dienst. Er draait dus geen extra dienst alleen voor back-ups.

De back-up heeft niemand nodig die is aangemeld. Op een server waar nooit iemand inlogt, loopt hij toch.

De regel onder de knoppen zegt je of de taak werkelijk in het besturingssysteem bestaat. Een gezet vinkje zegt alleen wat er is opgeslagen.

Back-ups worden in vijf staffels bewaard: 14 dagen, 4 weken, 12 maanden, 4 kwartalen en 5 jaar. Een back-up blijft zolang hij in een van die staffels de nieuwste van zijn periode is.

Wat telt, zijn kalenderdagen, geen bestanden. Twee back-ups op één dag zijn één dag.

Back-ups die je met de hand maakt, worden nooit automatisch verwijderd. Dat is wat de 0 bij “Keep manual” betekent.

Wijzig je het schema, dan overleeft je wijziging een update. De installatie zet het alleen wanneer er nog geen is.

Het tabblad “Schedule” met “Daily” aangevinkt en de tijd op 23:00.
De rode kaders liggen op “Daily” en op de tijd. De zin erboven noemt beide wegen: Task Scheduler en cron.Afbeelding op ware grootte openen
De regel “Registered with the operating system: yes (Daily)” onder de knoppen.
Deze regel wordt bij elke start opnieuw gecontroleerd. Staat er “NO”, dan loopt er niets vanzelf — gebruik dan “Apply schedule” als beheerder.Afbeelding op ware grootte openen
De zes bewaarvelden: 14, 4, 12, 4, 5 en 0.
Het rode kader ligt op de staffels. “Keep manual (0 = keep all)” betekent dat met de hand gemaakte back-ups worden bewaard.Afbeelding op ware grootte openen
3

Wat een back-up bevat

Een back-up bevat alles wat de toestand van je systeem uitmaakt. Dat zijn de database, de bijlagen, het archief en de sleutels.

De sleutels zijn het deel dat je makkelijk over het hoofd ziet. Ze ontsleutelen opgeslagen toegangsgegevens, bijvoorbeeld die van je mailaccount. Zonder hen zou een herstel met dode toegangsgegevens terugkomen.

Elke back-up is één ZIP-bestand. Dat bevat de database als tekstbestand, per volume één bestand en een lijst met controlegetallen.

Het systeem blijft ondertussen draaien. Je agenten merken helemaal niets van een back-up.

“Estimate size” zegt je vooraf hoe groot de database is. Het afgeronde bestand is kleiner, omdat het wordt gecomprimeerd.

Er wordt nooit iets overschreven. Elke back-up is een eigen bestand, en alleen het opruimen haalt oude weg.

Het tabblad “Create Backup” met de knoppen “Estimate size” en “Create backup now”.
Het rode kader ligt op beide knoppen. De zin erboven somt op wat erbij zit.Afbeelding op ware grootte openen
De melding onderaan met het volledige pad van het aangemaakte bestand.
Na het maken verschijnt de bestandsnaam onderaan het venster. Het tijdstip maakt deel uit van de naam.Afbeelding op ware grootte openen
4

Alles terugkrijgen

Voordat je begint: Een herstel overschrijft de toestand van vandaag. Alles wat sinds de gekozen back-up is ontstaan, is daarna weg.

In het tabblad “Restore” kies je de back-up die je terug wilt. Daarna klik je op “Restore”.

De toepassing vraagt het eerst. Ze zegt wat er gaat gebeuren: de toestand van vandaag wordt overschreven, en de toepassing start de containers opnieuw.

Het vinkje “Wipe target volumes before restore” maakt de volumes eerst leeg. Zo blijft er geen bestand achter dat er ten tijde van de back-up niet was.

De stappen verschijnen in het tabblad “Log”. Daar zie je stuk voor stuk wat de toepassing heeft gedaan.

De volledige toestand komt terug. Tickets, opmerkingen, historie, bijlagen, geboekte tijd en de kennisbank staan er allemaal weer zoals ze op het moment van de back-up waren.

Daarna is het systeem weer bruikbaar. Bij een kleine installatie duurt dat minder dan een minuut.

Een geselecteerde back-up in de lijst, met het vinkje en de knop “Restore” eronder.
De rode kaders liggen op het vinkje en op “Restore”. Zonder geselecteerde regel blijft de knop uit.Afbeelding op ware grootte openen
De bevestiging vóór het herstel met de knoppen “Yes” en “No”.
De vraag noemt beide gevolgen: de toestand van vandaag wordt overschreven, en de containers worden opnieuw gestart.Afbeelding op ware grootte openen
Het protocol na het herstel, met onderaan de melding “Restore complete.”
Elke stap staat er met zijn tijdstip. Aan het eind meldt de toepassing “Restore complete.”Afbeelding op ware grootte openen
5

Op een server zonder bureaublad

Een server heeft vaak geen bureaublad. Daarom werkt dezelfde toepassing ook als opdracht.

Vijf opdrachten heb je nodig: “backup” bewaart, “list” toont de back-ups die je hebt, “restore” haalt er een terug, “schedule” regelt de tijden en “config” toont de instellingen.

Daarachter zit dezelfde toepassing als in het venster. Er is geen tweede weg die iets anders doet.

De toepassing staat in “/opt/smitey/Backup”. Je roept haar aan met “sudo” en voegt de opdracht toe. De containers draaien als “root”, dus heeft de back-up die rechten ook nodig.

De vier kaders hieronder kun je kopiëren. Ze dekken wat er in het dagelijks gebruik echt nodig is.

Een herstel vraagt het hier ook. Het loopt pas wanneer je “--yes” toevoegt.

Er staat een bestand op de server om dit alles na te lezen. Het heet “BACKUP-RESTORE.txt” en staat in “/opt/smitey”. Het loopt het schema, elke opdracht en de weg terug nog een keer door, in je eigen tempo. Het komt in de taal die je bij de installatie hebt gekozen. De andere talen staan onder “/opt/smitey/docs”.

De back-ups tonen die je hebt

sudo /opt/smitey/Backup/TicketSystemBackup list

Elke regel draagt het tijdstip, de reden, de grootte en de bestandsnaam. Het is dezelfde lijst als in het venster.

Het schema tonen

sudo /opt/smitey/Backup/TicketSystemBackup schedule --show

De eerste regel noemt de ingestelde tijd. De laatste zegt of de taak werkelijk in het besturingssysteem bestaat. Staat er “NO”, dan loopt er niets vanzelf.

Het schema wijzigen

sudo /opt/smitey/Backup/TicketSystemBackup schedule --daily 23:00 --keep 14

De tijd is de eigen tijd van de server. “--keep” zegt hoeveel dagelijkse back-ups worden bewaard. “schedule --off” zet de dagelijkse back-up uit.

Nu meteen een back-up maken

sudo /opt/smitey/Backup/TicketSystemBackup backup

Deze back-up telt als “Manual”. Met de hand gemaakte back-ups worden nooit automatisch verwijderd.

Een opdrachtregel op een Linux-server met de doorloop van “backup” en eronder de lijst uit “list”.
Bovenaan loopt “backup” door: database bewaren, de drie volumes bewaren, comprimeren. Eronder toont “list” het afgeronde bestand op de eerste plaats. De regels met de pijl zijn de aanroepen die de toepassing zelf doet.Afbeelding op ware grootte openen
6

De back-ups staan op dezelfde machine

Voordat je begint: Een back-up naast het systeem beschermt je niet tegen een defecte schijf. Kopieer de bestanden regelmatig naar een andere plek.

De back-ups zijn bestanden in de map die je hebt ingesteld. Die map staat op dezelfde machine als het ticketsysteem.

Voor de gebruikelijke gevallen werkt dat goed. Per ongeluk verwijderde gegevens, een update die misging of een fout in de gegevens zijn allemaal gedekt.

Tegen een schijf die uitvalt, helpt het niet. Is de schijf weg, dan zijn de back-ups mee weg.

Kopieer de bestanden dus ergens anders naartoe. Een netwerkschijf, een tweede server of opslag in het netwerk zijn genoeg.

Een gekopieerd bestand is overal weer in te laden. Met “Import backup file…” haal je het terug in de lijst.

Het tabblad “Settings” met het veld “Backup directory”.
Het veld “Backup directory” zegt waar de bestanden staan. Dat is de map die je regelmatig elders naartoe hoort te kopiëren.Afbeelding op ware grootte openen
7

Vóór elke update bewaart het systeem zelf

Een update maakt vooraf een eigen back-up. Dat gebeurt los van je schema en zonder dat je iets aanvinkt.

Hij bewaart hetzelfde als altijd: de database, de bijlagen, het archief en de sleutels.

Deze back-up hoort bij de update. Hij staat in een eigen map naast het systeem en verschijnt daarom niet in de lijst van de toepassing.

De melding vóór de update zegt dat. Je hoeft er dus niet zelf aan te denken om eerst te bewaren.

Meer hierover in de kaart: Updaten met één druk op de knop

De bevestiging vóór de update met de opmerking over de back-up.
De zin “A full backup is taken automatically beforehand” maakt deel uit van de vraag. De back-up loopt voordat er iets wordt vervangen.Afbeelding op ware grootte openen

Belangrijke opdrachten (Linux)

Klaar om te kopiëren. Alles met sudo — het installatieprogramma en de containers hebben root nodig.

De vereiste installeren

sudo apt install -y unzip

Zonder unzip kan het installatieprogramma het pakket niet uitpakken.

Het ticketsysteem installeren

curl -fsSL https://files.smitey.eu/download/get-smitey.sh | sudo bash

Haalt het pakket op en loopt de vragen met je door. Opnieuw uitvoeren is veilig: configuratie en gegevens blijven behouden.

HTTPS controleren

sudo /opt/smitey/smitey-install check-https

Alleen met een openbaar domein. Zegt je of het certificaat er is – en zo niet, de reden uit het logboek. Het certificaat kan ook minuten na de installatie nog binnenkomen.

De eerste aanmelding opzoeken

sudo cat /opt/smitey/SMITEY-credentials.txt

Wijzig na de eerste aanmelding het wachtwoord en verwijder het bestand.

Draaien de containers?

sudo podman ps

Toont elk onderdeel van het systeem met zijn toestand.

Het logboek volgen

sudo podman logs -f container-backend-1

Toont live wat de backend meldt. Stoppen met Ctrl+C.

De supervisor controleren

systemctl status smitey-supervisor

Deze dienst houdt het systeem draaiend en voert de updates uit die je in de toepassing start.

Een supportpakket maken

sudo /opt/smitey/install.sh --support-bundle

Verzamelt logboeken en systeemtoestand in één zipbestand. Wachtwoorden en sleutels worden verwijderd.

Het openbare adres wijzigen

sudo /opt/smitey/install.sh --reconfigure

Zet een nieuw domein en start opnieuw, zodat het certificaat voor de nieuwe naam wordt aangevraagd.

Verwijderen

sudo /opt/smitey/install.sh --uninstall

Vraagt apart naar gegevens en naar Podman – er wordt niets verwijderd zonder te vragen.

Back-ups worden afgehandeld door /opt/smitey/Backup/TicketSystemBackup (list, backup, restore); de dagelijkse back-up loopt vanzelf. Details staan in /opt/smitey/docs/en/BACKUP-RESTORE.txt.

Terug naar de functievergelijkingDe afbeeldingen komen uit versie 0.46.0.