Rapportage en dashboards

Het dashboard laat zien waar een team staat. Het rapport beantwoordt een vraag die je zelf stelt. Allebei lezen ze alleen; geen van beide wijzigt ooit een ticket. Op je eigen velden na hoort dit hele blok bij Basic.

1

Het dashboard: hoe het ervoor staat

Bovenaan staat per status één tegel met haar aantal. Eronder staan drie cijfers voor het hele team: “Total tickets”, “Tickets which are not Closed” en “Avg. resolution time”.

Het middelste cijfer is het belangrijke. Het zegt hoeveel werk er op dit moment openstaat. Opgeloste tickets tellen mee tot ze gesloten zijn.

“Avg. resolution time” blijft leeg zolang er geen ticket is opgelost. Een streepje is eerlijker dan een nul.

De kaart “Top 3 longest open tickets” noemt de drie oudste openstaande zaken met hun leeftijd. Dat zijn de zaken die niemand nog ter sprake brengt. De kaart “Top agents closed tickets” telt de tickets die elke agent heeft gesloten. Een keuzelijst op de kaart bepaalt hoeveel dagen ze terugkijkt.

Daaronder staan drie grafieken: “Tickets by status”, “Tickets by priority” en “Tickets by category”.

Het dashboard toont de huidige toestand. Een periode voor het hele dashboard kun je hier niet kiezen; daar is het rapport voor.

Het dashboard van het team Helpdesk met bovenaan de statustegels en eronder de drie kerncijfers.
Het rode kader ligt op het totaal. In deze voorbeeldwereld heeft het team 22 tickets, waarvan er 18 niet gesloten zijn.Afbeelding op ware grootte openen
De kaart “Top 3 longest open tickets” met drie zaken en hun leeftijd.
Één klik op een regel opent het ticket.Afbeelding op ware grootte openen
De grafieken “Tickets by status”, “Tickets by priority” en “Tickets by category”.
De categorieën zijn die van het team zelf. Een ander team toont hier andere.Afbeelding op ware grootte openen
2

Elk team heeft een eigen dashboard

De zijbalk draagt per team één regel. Die heet “Dashboard”, gevolgd door de teamnaam.

Elke regel toont alleen de tickets van het eigen team. De cijfers, de categorieën en de oudste zaken zijn dus per team anders.

Er is geen recht per dashboard. Agenten zien de dashboards van elk team waartoe ze behoren, beheerders zien ze allemaal. Klanten zien het dashboard van een team alleen als bij het team de schakelaar “Can see their own tickets of this team in the dashboard and in reports” aanstaat.

Wie geen recht op een dashboard heeft, ziet de regel helemaal niet. Een geblokkeerde regel die toch zichtbaar is, roept alleen maar vragen op.

Het dashboard van het team Helpdesk, met de zijbalkregel “Dashboard · Helpdesk” gemarkeerd.
Het rode kader ligt op de zijbalkregel. In deze voorbeeldwereld toont Helpdesk 22 tickets.Afbeelding op ware grootte openen
Hetzelfde dashboard voor het team Network met andere cijfers en andere categorieën.
Dezelfde pagina, een ander team. Hier zijn het 6 tickets, en de categorieën zijn “Wi-Fi” en “Firewall”.Afbeelding op ware grootte openen
3

Het rapport maken en filteren

De pagina “Reports” is leeg wanneer je haar opent. Alleen het filtervak staat er.

Pas de klik op “Generate report” start de berekening. Dat duurt even, omdat elk onderdeel tegelijk wordt uitgerekend.

Dat is bewust zo. Een rapport dat bij elke toetsaanslag opnieuw rekent, zou op een grote gegevensverzameling onbruikbaar zijn.

Daarna staan er bovenaan vier kerncijfers en eronder de grafieken.

Elke grafiek noemt haar cijfers. De ringen drukken aantal en aandeel in de legenda ernaast af; de staven drukken het aantal boven de staaf af.

In het filtervak erboven stel je de vraag. Je kunt de periode kiezen met “From” en “To”, en daarnaast het team, de status, de agent, de aanvrager, de locatie, de prioriteit, de hoofd- en subcategorie, en het kanaal waarlangs het ticket binnenkwam.

Stel je meerdere velden in, dan gelden ze tegelijk. “Periode juli, team Helpdesk, prioriteit High” is één vraag.

De periode gaat uit van de dag waarop het ticket is aangemaakt.

Er is één uitzondering. Het tijdrapport gaat uit van de dag waarop het werk is gedaan. Werk in juli aan een ticket uit juni komt dus in het rapport van juli terecht.

Na elke wijziging aan het filter moet je opnieuw op “Generate report” klikken.

Deze pagina draagt ook de analyses van andere functies. Die verschijnen alleen wanneer de functie aanstaat en er in de gekozen periode iets is gebeurd.

Ze worden uitgelegd waar ze horen: termijnen onder “SLA-cijfers in de rapportage”, beoordelingen onder “De analyse van de beoordelingen”, verdeling onder “Wat de verdeling heeft gedaan” en inspanning onder “Het tijdrapport”.

De rapportpagina direct na het openen: alleen het filtervak, geen cijfers.
Het rode kader ligt op “Generate report”. Tot iemand daarop klikt, blijft de pagina leeg.Afbeelding op ware grootte openen
Het filtervak van de rapportpagina met periode, team, status, agent, categorieën en kanaal.
Alle velden gelden tegelijk. Leeg betekent “alle”.Afbeelding op ware grootte openen
Het gemaakte rapport met vier kerncijfers en de eerste grafieken eronder.
In deze voorbeeldwereld zijn er 28 tickets. Elke staaf draagt haar aantal erboven, en de ringen tonen aantal en aandeel ernaast.Afbeelding op ware grootte openen
4

Filteren en groeperen op je eigen velden

Alleen Professional

Heb je eigen velden aangemaakt, dan biedt het rapport ze net zo aan als de ingebouwde. Dat geldt voor elk veldtype, ook “Integer”, “Decimal”, “Date” en “Yes / No”.

Elk van je velden krijgt een filter in het vak en een eigen grafiek in het rapport.

Dat beantwoordt vragen die alleen jouw bedrijf stelt. “Hoeveel tickets gaan naar welke kostenplaats?” is er een van.

De namen van de grafieken zijn de namen van je velden. Die worden niet vertaald, omdat ze uit je eigen installatie komen.

Waar je eigen velden aanmaakt, staat beschreven onder “Eigen velden”.

Twee grafieken die uit eigen velden zijn opgebouwd: “Asset tag” en “Cost centre”.
Deze voorbeeldwereld heeft de velden “Asset tag” en “Cost centre”. Jouw installatie toont hier die van jezelf.Afbeelding op ware grootte openen
5

Welke kolommen het rapport toont

Onder “Settings → Report Settings” bepaal je welke velden het rapport aanbiedt.

De pagina heeft drie gedeelten: “Admin”, “Agent” en “Customer”. Elk gedeelte draagt dezelfde lijst met eigen schakelaars.

Een veld dat je hier uitzet, verdwijnt voor die rol uit het filter en uit de export. Dat geldt ook voor de CSV- en Excel-bestanden.

Als fabrieksinstelling zien beheerders en agenten alles. Klanten zien minder, omdat ze de agent, de locatie en de prioriteit niet nodig hebben.

Je eigen velden staan onder “Custom fields” in dezelfde lijst.

De pagina “Report Settings” met de drie gedeelten “Admin”, “Agent” en “Customer”.
Het rode kader ligt op het gedeelte “Customer”. Elke rol heeft een eigen lijst.Afbeelding op ware grootte openen
6

Klanten halen een eigen rapport op

Een klant kan hetzelfde rapport openen als een agent. Daarin ziet hij alleen zijn eigen tickets.

De grens zit in het systeem, niet in het filter. Een klant komt er ook niet omheen door het adres met de hand in te typen.

Je geeft het vrij op het team. De schakelaar staat onder “Settings → Teams” en heet “Can see their own tickets of this team in the dashboard and in reports”.

Als fabrieksinstelling staat hij uit. Zolang hij uit staat, vindt een klant noch het dashboard noch de rapporten.

Welke kolommen de klant ziet, komt uit het gedeelte “Customer” van de rapportinstellingen.

De bestandsuitvoer staat ook voor hem open. Een klant kan zijn eigen tickets als CSV, Excel of PDF downloaden.

De teamschakelaar die het dashboard en de rapporten voor een klant opent.
De schakelaar staat in het vak “Customer permissions”. Hij geldt voor dit ene team.Afbeelding op ware grootte openen
De rapportpagina vanuit een klantaccount, met minder filters en kleinere cijfers.
Dezelfde pagina vanuit het account van Julia Becker. In deze voorbeeldwereld ziet zij 8 tickets in plaats van 28, en het agentfilter ontbreekt.Afbeelding op ware grootte openen
7

Exporteren als CSV, Excel of PDF

Onder het filtervak staan drie knoppen: “CSV export”, “Excel export” en “PDF export”.

Alle drie gebruiken de filters zoals ze staan op het moment dat je klikt.

Het Excel-bestand heeft het blad “Key figures” met de cijfers. Het blad “Tickets” met de afzonderlijke zaken komt er alleen bij als je “Include ticket table in export” aanvinkt.

Cijfers en grafieken zitten er altijd in. De lijst met afzonderlijke tickets alleen wanneer je “Include ticket table in export” aanvinkt.

Vink je dat aan, dan verschijnen eronder het echte aantal tickets en het geschatte aantal pagina's.

Bij heel veel tickets verschijnt er ook een rode waarschuwing. Die zegt dat de export even kan duren.

CSV en Excel bevatten elke regel. De PDF stopt bij 20.000 tickets en schrijft dat in het document.

De grens staat al op de pagina voordat je exporteert. Een grens waar je pas in het afgeronde document over hoort, komt te laat.

De drie exportknoppen en eronder het vinkvakje voor de tickettabel.
Het rode kader ligt op het vinkvakje. Alleen als het is gezet, verschijnt de regel met het aantal tickets. In deze voorbeeldwereld zijn dat 28 tickets en ongeveer 4 pagina's.Afbeelding op ware grootte openen
8

De PDF drukt de cijfers naast de grafieken af

De PDF is bedoeld om door te geven. Ze bevat dezelfde grafieken die op het scherm staan.

Onder elke grafiek staan het cijfer waaruit ze is opgebouwd en het aandeel in procenten.

Daarvoor staan ze er. Naar een staaf kun je kijken, maar je kunt hem niet nakijken.

Op het scherm toont de muisaanwijzer hetzelfde cijfer. Op een afgedrukt blad is er geen muisaanwijzer.

Het document noemt bovenaan de periode en de dag waarop het is gemaakt. Zonder datum in het filter is er geen periode om te noemen.

Een pagina van de gemaakte PDF met grafieken en hun cijfers eronder.
Het document zoals de ontvanger het krijgt. Onder elke grafiek staan het aantal en het aandeel.Afbeelding op ware grootte openen

De schermafbeeldingen komen uit versie 1.3.1. Op de getoonde schermen is tot versie 1.13.3 niets veranderd. Het enige wat er anders uitziet, is het versienummer onderaan de zijbalk.